Rookgedrag van huisartsen, specialisten en studenten in Rotterdam, 1989

Onderzoek
Abstract
H.M. Dekker
A.M.S. Dill
C.W.N. Looman
H.P. Adriaanse
Leestijd
13 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Zie ook de artikelen op bl. 1484, 1499 en 1502.

Het is geen nieuws dat roken ongezond is en tot verkorting van de verwachte levensduur leidt. Veel artsen krijgen dan ook regelmatig te maken met de schadelijke gevolgen van roken; op grond daarvan zou men verwachten dat het…

Auteursinformatie

Erasmus Universiteit, Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam.

Mw.H.M.Dekker en mw.A.M.S.Dill, medisch studenten; ir.C.W.N. Looman, statisticus.

Rijksuniversiteit Limburg, vakgroep Gezondheidsvoorlichting en opvoeding, Maastricht.

Dr.H.P.Adriaanse, onderwijskundige.

Contact mw.H.M.Dekker

Reacties
J.A.V.
Arnolds

Tiel, augustus 1990,

De artikelen van Dekker et al. en van Waalkens et al. las ik met belangstelling (1990;1495-8). Ik miste echter de ‘ethische factor’ ten aanzien van patiënt en omgeving; een factor die ik het kortst en krachtigst kan neerschrijven door een passage te citeren uit het boek: ‘Brieven en opstellen over Conserverende tandheelkunde’ van dr.C.H.Witthaus, Zahnarzt, dr.D.S., Tandmeester te Rotterdam, waar hij reeds omstreeks 1900 in de inleiding schrijft: ‘Vele patiënten, vooral dames, schuwen de tandheelkundige behandeling, omdat zij den tabaksreuk, die aan de handen, aan den adem, aan de kleederen of in de kamer van den tandarts hangt, niet kunnen verdragen. De rooker maakt zich maar zelden een voorstelling hoe uiterst onaangenaam een zelfs geringe tabakslucht is voor vele niet rookers. Rook daarom nooit in de uren van de praktijk, nòch in Uwe operatie kamer, nòch eindelijk in het costuum dat Gij bij Uw werk draagt. Dat Uw adem niet naar alcohol, naar uien of naar knoflook mag ruiken is een banaliteit die ik niet zou neerschrijven, als ik niet in dit opzicht al zonderlinge ondervindingen had opgedaan’.

Zo (?) de arts in de spreekkamer nalaat te roken en het aantal sigaretten van 10 of meer, over de rest van de dag verdeelt, dan nog verwijs ik naar de handen, de ‘kleederen’ en de adem waar collega Witthaus destijds op doelde.

Boven geciteerde passage welke ik, nu 84 jaar, in mijn studietijd las, maakte zo'n indruk op mij, dat ik nooit tot roken overging.

J.A.V. Arnolds

Rotterdam, september 1990,

Wij danken collega Arnolds voor zijn reactie op ons artikel (1990;1495-8). Het onderdeel ‘patiënt en omgeving’ kwam in onze enquête niet voor. In de enquête werd onder andere wel de mening gevraagd over de uitspraak: ‘het is onaangenaam in de omgeving te zijn van iemand die rookt’. Nog geen derde deel van de rokende artsen was het hier volledig mee eens. Dit illustreert dat het naar alle waarschijnlijkheid nog geruime tijd zal duren voordat alle artsen het voorbeeldige gedrag zullen tonen, zoals door collega Arnolds is geschetst.

De dalende tendens met betrekking tot het voorkomen van roken onder artsen is echter een positieve ontwikkeling. Laten wij erop vertrouwen dat de aankomende generatie artsen niet alleen minder rookt, maar ook meer rekening zal houden met de patiënten en hun omgeving.

H.M. Dekker

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026