Samenvatting
- Acetylsalicylzuur veroorzaakt irreversibele inactivatie van cyclo-oxygenase in bloedplaatjes die de gehele levensduur van de plaatjes in de circulatie duurt, 7-10 dagen.
- Om excessieve bloeding te voorkomen, wordt patiënten die een operatie moeten ondergaan gevraagd eventueel gebruik van acetylsalicylzuur 10 dagen voor de operatie te staken. In sommige onderzoeken werd gevonden dat acetylsalicylzuur toename van het perioperative bloedverlies veroorzaakt, in andere niet.
- Alle effectstudies in Medline (januari 1966-mei 2002) over operaties en bloedingscomplicaties door acetylsalicylzuur werden geanalyseerd. De beschikbare studies werden beoordeeld op methodologische kwaliteit en de resultaten werden samengevat in een ‘evidence’-tabel.
- Bij cardiovasculaire, vasculaire, orthopedische operatie en epidurale punctie werden geen klinisch relevante bloedingscomplicaties gerapporteerd. De meeste studies vermeldden wel een toename van door acetylsalicylzuur veroorzaakte klinisch niet-relevante bloedingen.
- De literatuur geeft onvoldoende informatie over cataractchirurgie, dermatologische ingrepen, gynaecologische en abdominale chirurgie, kno-ingrepen/dentale chirurgie, urologische ingrepen, longbiopsie en endoscopische biopsie.
- Bij operaties waarbij zelfs geringe bloeding al kan leiden tot ernstige complicaties, bijvoorbeeld neurochirurgische ingrepen, dient gebruik van acetylsalicylzuur 5-10 dagen voor de operatie te worden gestaakt.
- Ook bij patiënten met stollingsstoornissen dient men vóór de operatie het gebruik van acetylsalicylzuur te staken.
- Er is echter geen aanleiding om bij alle patiënten die moeten worden geopereerd 5-10 dagen voor de operatie het gebruik van acetylsalicylzuur te staken. In het bijzonder bij hartpatiënten dient men het gebruik van acetylsalicylzuur te continueren.
artikel
De richtlijnen voor een veilige operatieve ingreep bij patiënten die acetylsalicylzuur gebruiken, wisselen sterk per ziekenhuis en per afdeling. Het beleid varieert van niet stoppen tot 1 of 10 dagen vóór de ingreep stoppen. Vaak is dit in protocollen vastgelegd. De vraag is wanneer uitstel van de ingreep nodig is en wanneer niet.1 2 Acetylsalicylzuur wordt voorgeschreven om cardiovasculaire gebeurtenissen te voorkomen; stoppen kan tot een verhoogde incidentie van trombo-embolische complicaties leiden.3 4 Acetylsalicylzuur is de meest voorgeschreven plaatjesremmer, al worden in toenemende mate adenosinedifosfaat(ADP)-receptorantagonisten (clopidogrel) voorgeschreven, vaak in combinatie met acetylsalicylzuur. Ook bij clopidogrel treedt een irreversibele remming van plaatjesfunctie op en daarom zijn bij patiënten die dit middel gebruiken preoperatief dezelfde maatregelen als bij acetylsalicylzuurgebruik noodzakelijk.
Acetylsalicylzuur remt de functie van bloedplaatjes en megakaryocyten. Acetylering van het enzym cyclo-oxygenase leidt tot blokkering van tromboxaansynthese en remming van de plaatjesfunctie (figuur). 30 mg acetylsalicylzuur is al voldoende om volledige remming van de vorming van tromboxaan B2 te krijgen.5 Deze remming is irreversibel en blijft de gehele levensduur van de trombocyt bestaan (gemiddeld 7-10 dagen). De invloed van acetylsalicylzuur op de hemostase is duidelijk: de bloedingstijd wordt 1 tot 3 maal verlengd. Overigens voorspelt de bloedingstijd niet het klinisch effect van acetylsalicylzuur.6
literatuuronderzoek
Om relevante publicaties te vinden over de invloed van acetylsalicylzuur op perioperatief bloedverlies hebben wij Medline (januari 1966-mei 2002) geraadpleegd. In deze database werden de relevante publicaties gezocht met de volgende trefwoorden: ‘aspirin’, ‘bleeding’, ‘surgery’, ‘peri-operative’. Geïncludeerd werden effectstudies waarin het perioperatieve effect van acetylsalicylzuur bestudeerd werd. In alle studies werd acetylsalicylzuur op zijn minst tot 1 dag voor de ingreep ingenomen. Na een selectie werden er totaal 30 publicaties methodologisch beoordeeld (tabel 1) volgens het systeem van Chalmers et al. waarvan de criteria en de weegfactoren vermeld staan in tabel 2.7 De resultaten van de methodologische beoordeling werden tenslotte beschreven in een samenvattende conclusie op basis van een zogenaamde ‘best evidence’-synthese.8 Daarnaast maakten wij onderscheid tussen de verschillende operatieve ingrepen en de ernst van de bloedingscomplicatie.
Om onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende niveaus van bewijs voor het effect van acetylsalicylzuurgebruik op de perioperatieve bloedingen gedurende verschillende ingrepen werden de volgende beslisregels gehanteerd:
- nadelig effect van acetylsalicylzuur (in tabel 1 aangeduid met: –, dat wil zeggen: meer bloedingscomplicaties): minimaal 3 studies van goede kwaliteit (totale validiteitscore ? 50 punten), waarvan minimaal 75 negatieve resultaten rapporteerde;
- onduidelijk effect (+/–): studies van lage kwaliteit of met inconsistente resultaten, of minder dan 3 studies beschikbaar;
- geen nadelig effect (+): minimaal 3 studies van goede kwaliteit, waarvan minimaal 75 geen verhoogde bloedingsneiging liet zien.
Waar geen literatuur voorhanden was, vermelden wij expliciet onze eigen mening.
bevindingen
Cardiopulmonale operatie (bypasschirurgie)
In 2 retrospectieve9 10 en 4 prospectieve studies11-14 veroorzaakte gebruik van acetylsalicylzuur meer bloedingen. Ernstige levensbedreigende bloedingen werden niet gerapporteerd. In een prospectieve gerandomiseerde studie bleek dat hooggedoseerde acetylsalicylzuur (325-975 mg/dag) meer postoperatief bloedverlies gaf, gemeten aan drainproductie, en dat heroperatie vaker moest gebeuren (6,5 versus 1,3; p 11 De functie van het veneuze transplantaat was beter bij gebruik van acetylsalicylzuur.
In tegenstelling tot de genoemde studies waren er ook 4 prospectieve gerandomiseerde studies waarin het peri- en postoperatief bloedverlies niet verhoogd was.15-18 In één studie was met het snel postoperatief starten/hervatten van acetylsalicylzuurgebruik de sterfte na bypass-chirurgie lager.17
Vaatchirurgie
In 3 studies was er niet meer perioperatief bloedverlies bij vaatchirurgie wanneer acetylsalicylzuur werd gebruikt.19-21 In twee van deze studies (over carotisendarteriëctomie en femoropopliteale bypasschirurgie) waren er in de groep met acetylsalicylzuur significant minder cerebrovasculaire accidenten.19 20
Cataractchirurgie
In een studie met 61 patiënten was er geen verschil tussen doorgaan met acetylsalicylzuur, 2-3 dagen voor operatie stoppen, en 7-10 dagen voor operatie stoppen.22 Alleen diathermie werd iets vaker gebruikt in de groep met acetylsalicylzuur, dit had geen klinische consequenties. Overigens werden diverse vormen van lokale anesthesie gebruikt, waaronder retrobulbaire injectie.
Dermatologische operatie
In één studie was bij patiënten met een verlengde bloedingstijd bij gebruik van acetylsalicylzuur het intraoperatieve bloedverlies excessief.23 In 2 andere studies werd dat niet bevestigd en was het perioperatieve bloedverlies niet verhoogd.24 25
Abdominale en gynaecologische chirurgie
Bij patiënten die gynaecologische of abdominale chirurgie ondergingen, werd meer perioperatief bloedverlies vermeld door chirurg of anesthesist in de acetylsalicylzuurgroep.26 Klinische consequenties had dit niet. Uit de CLASP-studie (9364 vrouwen gerandomiseerd voor 60 mg acetylsalicylzuur versus placebo) bleek dat vrouwen ante partum niet meer bloedingscomplicaties hadden met acetylsalicylzuur, wel kregen zij vaker een bloedtransfusie post partum (1 op de 100 vrouwen meer). Dit ging overigens niet gepaard met meer fluxus post partum.27 Bij de neonatus was er geen invloed op bloedingen door acetylsalicylzuurgebruik van de moeder. In een studie met 52 patiënten die met spoed abdominale chirurgie ondergingen, werd geen verschil in bloedingscomplicaties gezien.28
Spinale of epidurale punctie
In de CLASP-studie kregen 2783 vrouwen epidurale anesthesie tijdens de partus.27 1422 vrouwen gebruikten acetylsalicylzuur en bij hen kwamen niet meer spinale hematomen of andere complicaties voor. In een andere prospectieve studie bij 924 patiënten die orthopedische chirurgie ondergingen met spinale of epidurale anesthesie gebruikte 39 preoperatief acetylsalicylzuur;29 spinale hematomen met neurologische uitval werden niet gezien. Kleine bloedingen, het opzuigen van bloed tijdens de punctie in naald of katheter werden niet vaker waargenomen in de acetylsalicylzuurgroep. Deze studie bevestigde een grote voorgaande retrospectieve analyse van dezelfde auteurs; toen ook was bij 805 patiënten, van wie 39 acetylsalicylzuur gebruikte, geen verhoogd risico op spinale hematomen gevonden.30
Keel-, neus- en oorheelkundige ingreep
In een gerandomiseerde studie naar het stoppen van acetylsalicylzuur voor kiesextractie was in een groep van 39 patiënten de lokale hemostase voldoende bij degenen die acetylsalicylzuur gebruikten.31 Bij tonsillectomie werd in een prospectieve studie naar de invloed van salicylaten voor pijnstilling, 300 mg postoperatief versus paracetamol, significant meer postoperatief bloedverlies gezien bij de salicylaten.32 De klinische consequenties werden in deze studie niet gespecificeerd. Voor kno-ingrepen waarbij een bloeding ernstige gevolgen heeft, bijvoorbeeld ingrepen in het binnenoor en implantatiechirurgie, is naar onze mening tevoren stoppen van acetylsalicylzuurgebruik aan te raden.
Orthopedische operatie
In een prospectieve gerandomiseerde studie met hoge dosis acetylsalicylzuur bij 96 patiënten voor heupchirurgie was er geen verschil in bloedingscomplicaties in vergelijking met placebo.33 In een andere studie bij 129 patiënten voor electieve heupchirurgie ging hooggedoseerde acetylsalicylzuur samen met meer perioperatief bloedverlies dan historische controlewaarden; dit bloedverlies werd echter als klinisch onbelangrijk aangemerkt en ging niet gepaard met overmatige morbiditeit.34 In een andere studie met 27 patiënten voor niet-electieve heupchirurgie was er geen overmatig bloedverlies in vergelijking met 25 controlepersonen.29
Urologische operatie
Acetylsalicylzuur leidde tot significant meer bloedverlies na prostatectomie, al was de invloed op de ernst van dit bloedverlies onbekend in één studie35 en niet klinisch belangrijk in een andere.36
Bronchoscopie met biopsie
In een prospectieve cohortstudie bij 720 patiënten voor transbronchiale biopsie was het gebruik van acetylsalicylzuur (n = 51) geen risicofactor voor hemoptysis.37
Endoscopie met biopsie/poliepectomie
Uit een analyse van 694 endoscopieën bleek dat 320 patiënten acetylsalicylzuur of niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) hadden gebruikt.38 Klinisch onbelangrijk bloedverlies werd bij 6,3 van de betreffende patiënten gemeld versus 2,1 in de controlegroep (p = 0,009). Ernstige bloedingen die tot transfusie of opname hadden geleid, waren in beide groepen gelijk (n = 4).
Neurochirurgie
Voor electieve neurochirurgie ontbreken studies naar het effect van acetylsalicylzuur. Gezien de ernst van een complicerende intracraniële of spinale bloeding luidt ons advies om tevoren te stoppen met het gebruik van het middel.
Nier- of leverbiopsie
Gerandomiseerde onderzoeken ontbreken op dit punt. Over het algemeen is er bij deze patiëntencategorie een uremische trombocytopathie, trombocytopenie of andere stollingsstoornissen. Acetylsalicylzuurgebruik dient naar onze mening vóór de ingreep gestopt te worden.
conclusie
Samenvattend waren er geen literatuurgegevens die erop wijzen dat acetylsalicylzuur klinisch belangrijke perioperatieve bloedingen veroorzaakt. Bij veel situaties zijn er echter onvoldoende goede studies om een nadelig effect aan te tonen. Dit betreft cataractchirurgie, dermatologische ingrepen, gynaecologische en abdominale chirurgie, kno-ingrepen/dentale chirurgie, urologische ingrepen, longbiopsie en endoscopische biopsie. Er zijn evenwel voldoende studies van goede kwaliteit in de cardiopulmonale chirurgie, vaatchirurgie, orthopedie en epidurale anesthesie, waaruit blijkt dat er geen nadelig effect van acetylsalicylzuurgebruik is wat betreft klinisch belangrijke bloedingen. Een gering, klinisch niet-belangrijk, bloedverlies wordt wel bij vele ingrepen gemeld.
Wat betekenen deze gegevens voor de praktijk? Alhoewel niet op ieder gebied optimaal onderzoek is gedaan, geven ze wel richting aan voor een beleid. Bij een groot aantal ingrepen blijkt minimaal (klinisch onbelangrijk) bloedverlies toe te nemen (zie tabel 1). Bij sommige ingrepen, zoals in de neurochirurgie en de plastische chirurgie, kan een minimale bloeding zeer grote gevolgen hebben. Hierbij kan men geen enkel risico nemen en moet men het gebruik van acetylsalicylzuur 5-10 dagen voor de ingreep stoppen. Uitstel van de ingreep gaat ook op voor patiënten met een onderliggende stoornis in de hemostase (tekenen van hemorragische diathese in de anamnese of bij lichamelijk onderzoek, ziekte van Von Willebrand, uremie, trombopathie/-penie, stollingsstoornissen). De combinatie van hemorragische diathese met acetylsalicylzuurgebruik is niet wenselijk. Indien deze patiënten met spoed moeten worden geopereerd, dan is desmopressine, al dan niet met plaatjestransfusie, te overwegen. Desmopressine verhoogt de Von Willebrand-factorconcentratie in het bloed en deze ‘lijm’ compenseert het stelpingstekort.
Een andere factor die van belang is bij de afweging is de indicatie voor acetylsalicylzuur.3 4 Het staken van het gebruik van acetylsalicylzuur gedurende enkele weken kan trombo-embolische complicaties geven. In de literatuur over cardiopulmonale chirurgie en vaatchirurgie zijn er aanwijzingen dat dit inderdaad het geval is. Een goede kwantificering van dit nadeel is echter niet voorhanden, al is er een recente studie die aangeeft dat het effect van klinisch belang is.17
Over het gewenste interval tussen stoppen van acetylsalicylzuurgebruik en de ingreep ontbreken klinische studies. Met gevoelige laboratoriumtests, zoals de bepaling van de tromboxaan-B2-productie, is tot 10 dagen na inname een effect van acetylsalicylzuur te meten.5 Het is echter mogelijk dat 5 dagen stoppen ook voldoende is omdat de door acetylsalicylzuur geremde trombocyten wel kunnen aggregeren indien ze geactiveerd worden door tromboxaan uit nieuw gevormde trombocyten.
De operatieve ingreep bij acetylsalicylzuurgebruik moet men 5 tot 10 dagen uitstellen bij:
- ingrepen waarbij een minimale bloeding ernstige gevolgen heeft;
- ingrepen bij patiënten met een onderliggende stoornis in de hemostase.
Indien bij deze patiënten de ingreep niet kan worden uitgesteld, dan is desmopressine al dan niet met plaatjestransfusie aangewezen.
Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Literatuur
George JN, Shattil SJ. The clinical importance of acquiredabnormalities of platelet function. N Engl J Med 1991;324:27-39.
Smith MS, Muir H, Hall R. Perioperative management of drugtherapy, clinical considerations. Drugs 1996;51:238-59.
Henderson WG, Goldman S, Copeland JG, Moritz TE, HarkerLA. Antiplatelet or anticoagulant therapy after coronary artery bypasssurgery. A meta-analysis of clinical trials. Ann Intern Med1989;111:743-50.
Neilipovitz DT, Bryson GL, Nichol G. The effect ofperioperative aspirin therapy in peripheral vascular surgery: a decisionanalysis. Anesth Analg 2001;93:573-80.
Kallmann R, Nieuwenhuis HK, Groot PG de, Gijn J van, SixmaJJ. Effects of low doses of aspirin, 10 mg and 30 mg daily, on bleeding time,thromboxane production and 6-keto-PGF1 alpha excretion in healthy subjects.Thromb Res 1987;45:355-61.
Rodgers RP, Levin J. Bleeding time revisitedletter. Blood 1992; 79:2495-7.
Chalmers TC, Smith jr H, Blackburn B, Silverman B,Schroeder B, Reitman D, et al. A method for assessing the quality of arandomized control trial. Control Clin Trials 1981;2:31-49.
Slavin RE. Best evidence synthesis: an intelligentalternative to meta-analysis. J Clin Epidemiol 1995;48:9-18.
Torosian M, Michelson EL, Morganroth J, MacVaugh 3rd H.Aspirin- and coumadin-related bleeding after coronary-artery bypass graftsurgery. Ann Intern Med 1978;89:325-8.
Michelson EL, Morganroth J, Torosian M, MacVaugh 3rd H.Relation of preoperative use of aspirin to increased mediastinal blood lossafter coronary artery bypass graft surgery. J Thorac Cardiovasc Surg1978;76:694-7.
Goldman S, Copeland J, Moritz T, Henderson W, Zadina K,Ovitt T, et al. Improvement in early saphenous vein graft patency aftercoronary artery bypass surgery with antiplatelet therapy: results of aVeterans Administration Cooperative Study. Circulation 1988;77:1324-32.
Ferraris VA, Ferraris SP, Lough FC, Berry WR.Preoperative aspirin ingestion increases operative blood loss after coronaryartery bypass grafting. Ann Thorac Surg 1988;45:71-4.
Taggart DP, Siddiqui A, Wheatley DJ. Low-dosepreoperative aspirin therapy, postoperative blood loss, and transfusionrequirements. Ann Thorac Surg 1990;50:424-8.
Sethi GK, Copeland JG, Goldman S, Moritz T, Zadina K,Henderson WG. Implications of preoperative administration of aspirin inpatients undergoing coronary artery bypass grafting. Department of VeteransAffairs Cooperative Study on Antiplatelet Therapy. J Am Coll Cardiol1990;15:15-20.
Rajah SM, Salter MC, Donaldson DR, Subba Rao R, Boyle RM,Partridge JB, et al. Acetylsalicylic acid and dipyridamole improve the earlypatency of aorta-coronary bypass grafts. A double-blind, placebo-controlled,randomized trial. J Thorac Cardiovasc Surg 1985;90:373-7.
Karwande SV, Weksler BB, Gay jr WA, Subramanian VA.Effect of preoperative antiplatelet drugs on vascular prostacyclin synthesis.Ann Thorac Surg 1987;43:318-22.
Mangano DT. Aspirin and mortality from coronary bypasssurgery. The Multicenter Study of Perioperative Ischemia Research Group. NEngl J Med 2002;347:1309-17.
Weksler BB, Pett SB, Alonso D, Richter RC, Stelzer P,Subramanian V, et al. Differential inhibition by aspirin of vascular andplatelet prostaglandin synthesis in atherosclerotic patients. N Engl J Med1983;308:800-5.
Lindblad B, Persson NH, Takolander R, Bergqvist D. Doeslow-dose acetylsalicylic acid prevent stroke after carotid surgery? Adouble-blind, placebo-controlled randomized trial. Stroke1993;24:1125-8.
McCollum C, Alexander C, Kenchington G, Franks PJ,Greenhalgh R. Antiplatelet drugs in femoropopliteal vein bypasses: amulticenter trial. J Vasc Surg 1991;13:150-61.
Findlay JM, Lougheed WM, Gentili F, Walker PM, Glynn MF,Houle S. Effect of perioperative platelet inhibition on postcarotidendarterectomy mural thrombus formation. Results of a prospective randomizedcontrolled trial using aspirin and dipyridamole in humans. J Neurosurg1985;63:693-8.
Assia EI, Raskin T, Kaiserman I, Rotenstreich Y, Segev F.Effect of aspirin intake on bleeding during cataract surgery. J CataractRefract Surg 1998;24:1243-6.
Lawrence C, Sakuntabhai A, Tiling-Grosse S. Effect ofaspirin and nonsteroidal antiinflammatory drug therapy on bleedingcomplications in dermatologic surgical patients. J Am Acad Dermatol 1994;31:988-92.
Bartlett GR. Does aspirin affect the outcome of minorcutaneous surgery? Br J Plast Surg 1999;52:214-6.
Otley CC, Fewkes JL, Frank W, Olbricht SM. Complicationsof cutaneous surgery in patients who are taking warfarin, aspirin, ornonsteroidal anti-inflammatory drugs. Arch Dermatol 1996;132:161-6.
Kitchen L, Erichson RB, Sideropoulos H. Effect ofdrug-induced platelet dysfunction on surgical bleeding. Am J Surg1982;143:215-7.
CLASP: a randomised trial of low-dose aspirin for theprevention and treatment of pre-eclampsia among 9364 pregnant women. CLASP(Collaborative Low-dose Aspirin Study in Pregnancy) Collaborative Group.Lancet 1994;343:619-29.
Ferraris VA, Swanson E. Aspirin usage and perioperativeblood loss in patients undergoing unexpected operations. Surg Gynecol Obstet1983;156:439-42.
Horlocker TT, Wedel DJ, Schroeder DR, Rose SH, ElliottBA, McGregor DG, et al. Preoperative antiplatelet therapy does not increasethe risk of spinal hematoma associated with regional anesthesia. Anesth Analg1995;80:303-9.
Horlocker TT, Wedel DJ, Offord KP. Does preoperativeantiplatelet therapy increase the risk of hemorrhagic complicationsassociated with regional anesthesia? Anesth Analg 1990;70:631-4.
Ardekian L, Gaspar R, Peled M, Brener B, Laufer D. Doeslow-dose aspirin therapy complicate oral surgical procedures? J Am Dent Assoc2000;131:331-5.
Carrick DG. Salicylates and post-tonsillectomyhaemorrhage. J Laryngol Otol 1984;98:803-5.
Harris WH, Salzman EW, Athanasoulis CA, Waltman AC,DeSanctis RW. Aspirin prophylaxis of venous thromboembolism after total hipreplacement. N Engl J Med 1977;297:1246-9.
Amrein PC, Ellman L, Harris WH. Aspirin-inducedprolongation of bleeding time and perioperative blood loss. JAMA1981;245:1825-8.
Watson CJ, Deane AM, Doyle PT, Bullock KN. Identifiablefactors in post-prostatectomy haemorrhage: the role of aspirin. Br J Urol1990;66:85-7.
Nielsen JD, Holm-Nielsen A, Jespersen J, Vinther CC,Settgast IW, Gram J. The effect of low-dose acetylsalicylic acid on bleedingafter transurethral prostatectomy – a prospective, randomized,double-blind, placebo-controlled study. Scand J Urol Nephrol2000;34:194-8.
Diette GB, Wiener CM, White jr P. The higher risk ofbleeding in lung transplant recipients from bronchoscopy is independent oftraditional bleeding risks: results of a prospective cohort study. Chest1999;115:397-402.
Shiffman ML, Farrel MT, Yee YS. Risk of bleeding afterendoscopic biopsy or polypectomy in patients taking aspirin or other NSAIDS.Gastrointest Endosc 1994;40:458-62.
(Geen onderwerp)
Helmond, februari 2003,
Fijnheer et al. geven het advies om voor een operatie het acetylsalicylzuurgebruik 5 tot 10 dagen te staken (2003:21-5). Zoals door hen gemeld, veroorzaakt acetylsalicylzuur een irreversibele remming van tromboxaan B2 gedurende de levensduur van de trombocyt: 7 tot 10 dagen. Evenzo is bekend dat bij beperkte invasieve ingrepen een aantal van 40 × 109 trombocyten/l volstaat voor een adequate bloedstolling.1 Dit komt nagenoeg overeen met de dagelijkse productie van trombocyten door het lichaam. Op theoretische gronden zou het staken van de toediening van acetylsalicylzuur gedurende 2 dagen er dus toe leiden dat altijd voldoende trombocyten voor een adequate stolling aanwezig zullen zijn. Het aantal patiënten dat acetylsalicylzuur gebruikt, neemt gestaag toe. Op grond van deze overwegingen zijn wij een jaar geleden na het waarnemen van lange afdruktijden na angiografie ertoe over gegaan om het gebruik van acetylsalicylzuur 2 dagen voor een angiografie te staken. Direct na het stoppen van de bloeding wordt weer met de toediening van acetylsalicylzuur gestart. Sindsdien worden bij dit regime geen problemen op de angiografiekamer meer ervaren.
In aanvulling op het advies van Fijnheer et al. pleiten wij ervoor om in situaties waarbij er geen kans is op ernstige gevolgen, een termijn van 2 dagen aan te houden.
Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO (CBO). Concept-richtlijn Bloedtransfusie. Utrecht: CBO; 2002.
(Geen onderwerp)
Utrecht, februari 2003,
Collegae Van den Broek en Van Duijnhoven berichten dat zij door het staken van het gebruik van acetylsalicylzuur 2 dagen voor een angiografie geen problemen meer ervaren op de angiografiekamer. In het verleden werden door hen lange afdruktijden bemerkt en nu de acetylsalicylzuur 2 dagen tevoren wordt gestopt, lijkt nabloeding minder vaak voor te komen. Katheterisatie van de V. of A. femoralis en V. subclavia wordt veelvuldig toegepast bij cardiopulmonale operaties en hartkatheterisatie, al dan niet met dotteren en stentplaatsing. In vele ziekenhuizen is het inmiddels gebruikelijk om voor deze ingreep het gebruik van acetylsalicylzuur niet te stoppen en postoperatief gewoon door te geven. Mogelijk is er een lange afdruktijd nodig, maar hematomen met hemoglobinedaling lijken niet vaker voor te komen. Op de afdeling Cardiologie van het Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht worden vrijwel alle katheterisaties onder behandeling met acetylsalicylzuur gedaan en belangrijke bloedingen rond de punctieplaatsen worden vrijwel niet waargenomen (F.D.Eefting, cardioloog UMC Utrecht, schriftelijke mededeling, 2003). In de studie van Mangano ondergingen meer dan 5000 mensen bypasschirurgie.1 In deze groep kregen 1000 patiënten tijdens de operatie acetylsalicylzuur. Bij bijna 3000 patiënten werd deze medicatie postoperatief onmiddellijk hervat. Uit deze studie bleek dat de bloedingcomplicaties niet toenamen. Ook gestoorde wondgenezing trad onder behandeling met acetylsalicylzuur niet op. Kortom, 2 dagen stoppen met acetylsalicylzuur voor de punctie en katheterisatie van de grote vaten lijkt niet noodzakelijk. Acetylsalicylzuur kan men veilig blijven geven, al kan een langere compressietijd die nodig is om een hematoom te voorkomen, niet worden uitgesloten.
Het is niet juist dat 40 × 109 plaatjes/l in alle gevallen voldoende is voor hemostase. De bloedingstijd is bij iemand met dit plaatjesaantal sterk verlengd. Met laboratoriumtechnieken zijn tot 10 dagen na inname van acetylsalicylzuur afwijkingen in de bloedplaatjesfunctie te meten. Klinisch onderzoek naar de duur van het staken van de medicatie en naar de invloed op de klinische bloedingsneiging ontbreekt. Daarom hebben wij gesteld dat, in omstandigheden dat het voorkómen van minimaal perioperatief bloedverlies absoluut noodzakelijk is, gebruik van acetylsalicylzuur 5-10 dagen tevoren moet worden gestaakt.
Mangano DT. Aspirin and mortality from coronary bypass surgery. Multicenter Study of Perioperative Ischemia Research Group. N Engl J Med 2002;347:1309-17.