Zorggebruik vooral bepaald door ernst van depressie*

Verschillen tussen vroege, afwachtende en niet-zorggebruikers
Onderzoek
Dubbelpublicatie
Anke M. Boerema
Margreet L. ten Have
Annet M. Kleiboer
Ron de Graaf
Jasper Nuyen
W.J.M.J. (Pim) Cuijpers
Aartjan T.F. Beekman
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2743
Abstract

Een depressieve stoornis (hierna ‘depressie’ genoemd) is een van de meest voorkomende psychische aandoeningen.1 Een depressie heeft een enorme invloed op het dagelijks functioneren van deze patiënten en is gerelateerd aan een verminderde kwaliteit van leven van de patiënt zelf, maar ook van zijn of haar omgeving.2

Samenvatting

Doel

Zorggebruik onderzoeken bij patiënten met een depressie, en nagaan welke demografische kenmerken en ernstkenmerken patiënten die vroegtijdig gebruikmaken van zorg, patiënten die afwachten met zorggebruik en patiënten die geen gebruikmaken van zorg van elkaar onderscheiden.

Opzet

Longitudinaal, observationeel en prospectief onderzoek.

Methode

We gebruikten gegevens van de ‘Netherlands mental health survey and incidence study-2’ (NEMESIS-2). Patiënten die een depressie rapporteerden in de 12 maanden voorafgaand aan de ‘baseline’-meting, werden geïncludeerd. Hun zorggebruik in diezelfde periode werd gerapporteerd. Na 3 jaar keken we opnieuw naar hun zorggebruik. Om verschillen te onderzoeken tussen vroege zorggebruikers (in het jaar dat ze een depressie hadden gebruikten ze ook zorg), afwachtende en niet-zorggebruikers gebruikten we een multinomiale logistische regressieanalyse.

Resultaten

Meer dan de helft van de respondenten was een vroege zorggebruiker (62%). Vroege zorggebruikers hadden ernstigere en persisterende depressieve symptomen en vaker geen partner dan niet-zorggebruikers (dat wil zeggen: noch zorg in jaar waarin depressie begon, noch in 3 jaar daarna). De meerderheid van de niet-zorggebruikers (89%) was hersteld na 3 jaar. Afwachtende zorggebruikers (geen zorg in jaar waarin depressie begon, wel in 3 jaar daarna) hadden relatief geringe klachten en rapporteerden vaker een nieuwe of aanhoudende depressieve episode na 3 jaar dan vroege zorggebruikers.

Conclusie

Zorggebruik door patiënten met een depressie lijkt vooral samen te hangen met ernstkenmerken en niet zozeer met demografische kenmerken zoals leeftijd, opleidingsniveau of geslacht.

Auteursinformatie

Vrije Universiteit, faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen, sectie Klinische Psychologie, Amsterdam en VUmc, EMGO+ Institute for Health Care and Research: dr. A.M. Boerema, onderzoeker; dr. A.M. Kleiboer, associate professor klinische psychologie; prof.dr. W.J.M.J. Cuijpers, hoogleraar klinische psychologie. EMGO+ Institute for Health Care and Research, Amsterdam: prof.dr. A.T.F. Beekman, psychiater. Trimbos-instituut, Utrecht: dr. M.L. ten Have, dr. R. de Graaf en dr. J. Nuyen, gezondheidswetenschappers.

Contact A.M. Boerema

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Anke M. Boerema ICMJE-formulier
Margreet L. ten Have ICMJE-formulier
Annet M. Kleiboer ICMJE-formulier
Ron de Graaf ICMJE-formulier
Jasper Nuyen ICMJE-formulier
W.J.M.J. (Pim) Cuijpers ICMJE-formulier
Aartjan T.F. Beekman ICMJE-formulier

Reacties