Zo veelbelovend is colchicine niet tegen artrose

Illustratie van een oude man die met moeite een trap oploopt
Tessa Straatmijer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2023;167:C5496

Volgens een persbericht van het Radboudumc is colchicine een veelbelovend medicijn voor artrosepatiënten. Het zou het aantal knie- en heupprotheses met dertig procent verminderen. Maar die conclusie is om verschillende redenen voorbarig.

Het Nijmeegse persbericht gaat over een studie waarin bestudeerd werd of hartpatiënten die behandeld werden met colchicine minder…

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Farmacotherapie
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

De nuance die Dokter Media bij nieuwsberichten plaatst, juich ik doorgaans toe, maar in dit geval ben ik het niet geheel met de analyse eens. De suggestie dat colchicine mogelijk tot minder protheses leidde vanwege pijnstillende effecten wordt tegengesproken door het derde argument dat "in een recente meta-analyse geen duidelijk effect van colchicine op pijnklachten" werd gezien. Ook het argument dat patiënten in de placebogroep mogelijk ernstiger artrose hadden dan patiënten in de colchicinegroep, is niet erg waarschijnlijk gezien de gerandomiseerde interventie.

Het is mijns inziens wat al te strikt om te stellen dat een secundaire analyse van trialgegevens per definitie niet tot causale inzichten kan leiden, net zoals causale gevolgtrekking uit observationeel onderzoek niet per definitie onjuist is. De bevindingen uit de LoDoCo-trial behoeven zeker bevestiging, maar laten we de fraaie secundaire analyse van deze trial niet doodnuanceren op grond van weinig plausibele argumenten.

Tessa Straatmijer
en Lester du Perron

Wij danken Frank Wolters voor zijn kritische beoordeling van ons nieuwsbericht. Inderdaad kunnen enkele van de door ons geplaatste kanttekeningen ook weer van weerwoord worden voorzien, we schreven dan ook over ‘mogelijke andere verklaringen voor de gevonden associatie’. Maar om deze secundaire analyse als bewijs voor een causaal verband te zien, is toch echt wel per definitie onjuist, wat de noodzaak van onze nuancerende berichtgeving maar benadrukt. Zo’n analyse kan best nieuwe inzichten geven, maar die moeten eerst in anders opgezet onderzoek worden bevestigd voordat patiënten met hoopgevende krachttermen naar hun huisarts worden verwezen. We hopen van harte dat onderzoekers en communicatieafdelingen daar samen beter op gaan letten, zodat ons “doodnuanceren” achteraf niet meer nodig is.