Ziektegedrag van Marokkaanse migranten met vakantie in Marokko

Klinische praktijk
H. Verrept
L. Schillemans
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:337-9
Download PDF

Zie ook de artikelen op bl. 345, 365 en 367.

Dames en Heren,

Het verblijf in Marokko wordt door veel Marokkaanse migranten gebruikt om een beroep te doen op de gezondheidszorg aldaar. Uit een onderzoek uitgevoerd aan de Universitaire Instelling Antwerpen blijkt dat de vakantieperiode daardoor in het bijzonder voor chronische en ernstige zieken grote risico's met zich brengt.1 Marokkanen van de eerste generatie gaan in onze onderzoekspopulatie gemiddeld om het jaar naar Marokko. In veel gezinnen is het zelfs zo dat er jaarlijks naar Marokko afgereisd wordt, ofwel door het hele gezin, ofwel door enkele leden ervan. Er zijn 4 aspecten van het ziektegedrag in Marokko die, weliswaar in verschillende mate, de gezondheid van de migrant bedreigen:

– een groot aantal chronische zieken laat eenvoudigweg na om in Marokko de eerder voorgeschreven noodzakelijke medicatie in te nemen;

– een andere groep staakt eveneens het gebruik van de voorgeschreven medicatie en schakelt over op een alternatieve behandeling;

– een niet onaanzienlijke groep maakt van de gelegenheid gebruik om zijn voorraad geneeskrachtige kruiden aan te vullen;

– last but not least: een aantal zieken consulteert artsen apothekers in Marokko en brengt de voorgeschreven medicijnen mee naar de Nederlanden.

We zullen deze handelwijzen aan de hand van enkele casussen verduidelijken en van enig commentaar voorzien.

Patiënt A is een 52-jarige Berber-vrouw die al 14 jaar in België verblijft. Kort na aankomst in België werd bij haar diabetes mellitus vastgesteld, waarvoor zij behandeld werd met glibenclamide en metformine en een dieet waar zij zich strikt aan hield. Hoewel haar suikerziekte al enkele keren tot opname leidde, nam zij tijdens haar vakantie in Marokko geen medicijnen in (zij nam de geneesmiddelen echter wel mee) en volgde zij daar evenmin haar dieet. Hoewel zij beklemtoont dat haar geneesmiddelen onmisbaar zijn en zij in België in grote moeilijkheden geraakt wanneer zij door omstandigheden een keer niet in de gelegenheid is ze in te nemen, stelt zij het in Marokko naar eigen zeggen bijzonder goed.

Commentaar

Het geval van patiënt A is typerend voor de houding van veel Marokkaanse migranten van de eerste generatie tijdens het verblijf in Marokko. Velen onder hen voelen zich daar veel beter en interpreteren dit als een teken van een – weliswaar tijdelijk – herstel van hun ziekte. Als oorzaak van hun klachten, waarvan overigens bijna altijd beklemtoond wordt dat ze zich pas na de migratie ontwikkelden, beschouwen zij vaak de leefomstandigheden in België. In het bijzonder de koude (Marokkaans: ‘l-berd’), het ongezonde voedsel en de slechte kwaliteit van water en lucht worden als oorzaken genoemd.12 Gezien de centrale plaats die de koude in Marokkaanse verklaringsmodellen inneemt en het klimaatverschil tussen België en Marokko, hoeft het ons ook niet te verbazen dat deze mensen de mening ontwikkelen dat zij ‘thuis’ geen geneesmiddelen nodig hebben: ‘Marokko is ons medicijn’. Hermans heeft er bovendien op gewezen dat Marokkanen wellicht minder dan Vlamingen en Nederlanders een onderscheid maken tussen geluk en gezondheid, of tussen ongeluk en ziekte. Dit zou ertoe kunnen bijdragen, dat men het geluk dat men in Marokko ervaart, interpreteert als een teken van genezing.3

Patiënt B is een man die vermoedelijk 59 jaar geleden in Meknès geboren is, maar die er veel ouder uitziet. In 1970 werkte hij in een Limburgs tuinbouwbedrijf. Op een dag raakte hij in de serre bedwelmd door insekticiden. Sedert die dag heeft hij last van astma. Daarna werkte hij enkele jaren in een bakkerij: volgens de huisarts werd de aandoening door het stof (meel) in hoge mate verergerd.

Vanaf 1981 is patiënt zo ziek, dat hij 100 arbeidsongeschikt verklaard wordt. Voor de behandeling van zijn klachten krijgt hij ipratropium, acetylcysteïne, methylprednisolon, dextromethorfan, theofylline en een of andere siroop (magistrale bereiding). Hij beklemtoont zelf dat hij zijn hele verdere leven deze zware medicijnen zal moeten blijven innemen.

Dit neemt niet weg dat hij tijdens de vakantie in Marokko toch verschillende keren beroep gedaan heeft op traditionele genezers. Schriftgeleerden (‘fqihs’) vertelden hem dat zijn ziekte niets met bovennatuurlijke elementen te maken had (geesten (‘znun’), magie (‘shour’) et cetera). Van vrienden in Marokko hoort hij dat sommige mensen volledig van astma herstellen, dankzij het gebruik van kamelevet dat vermengd wordt met een poeder (gemalen boon). Elke ochtend moet hij wat van het kamelevet smelten en daar het poeder doorheen mengen. Langer dan een maand neemt hij elke ochtend – op zijn nuchtere maag – een half koffielepeltje van het mengsel in. Omdat het zo'n sterk middel is, is het belangrijk er niet te veel van in te nemen en is het ook absoluut noodzakelijk het gebruik van de andere geneesmiddelen te staken, aldus patiënt. Hij krijgt tijdens deze maand zoveel astma-aanvallen, dat hij uiteindelijk besluit zijn vakantie vervroegd af te breken. Hij keert naar België terug en consulteert daar meteen zijn huisarts.

Commentaar

Zowat alle chronische zieken in onze onderzoekspopulatie wendden zich ooit tot de traditionelealternatieve sector in Marokko. Deze sector is uiterst heterogeen en omvat een veelheid van genezers, waarzeggers, kruidenverkopers, schriftgeleerden, et cetera.3 In het bijzonder de zware kruidenbehandelingen lijken grote risico's met zich te brengen: bijna systematisch wordt daarbij het gebruik van de voorgeschreven geneesmiddelen gestaakt.

Patiënten met suikerziekte zijn bijzonder kwetsbaar: de meeste hebben gehoord van mensen die dankzij een kruidenbehandeling weer helemaal beter werden. Bellakhdar wijst er bovendien op dat de kruidengeneeskunde recentelijk sterk gecommercialiseerd is en dat de kennis van de kruidengenezers er sterk op achteruit gaat: zij zijn veelal niet zeker over de te gebruiken dosis en hebben geen oog voor de contra-indicaties van de gebruikte middelen.4 Ook mag men niet uit het oog verliezen dat kruiden nogal eens met oude, zuivere Marokkaanse honing ingenomen worden. Honing wordt overigens door heel wat Marokkaanse patiënten met suikerziekte als een niet onaanzienlijke bondgenoot in de strijd tegen hun ziekte beschouwd; bij Turken bestaat een gelijkaardig geloof in de genezende kracht van (Turkse) honing.5

Patiënt C is een man van 55 jaar oud die herhaaldelijk werd opgenomen voor hepatitis. Zijn leverwaarden in het serum stegen zeer sterk, zonder dat de oorzaak daarvan achterhaald kon worden. Na een kort verblijf in het ziekenhuis bleken de waarden telkens weer normaal te worden. De toestand van de patiënt baarde de artsen zoveel zorgen, dat er zelfs een levertransplantatie overwogen werd. De onderzoeken die in dat verband gedaan werden, leidden evenmin tot het vaststellen van de oorzaak van het probleem: men kon bij de patiënt enkel een chronische, agressieve hepatitis vaststellen.

Een tip van de sluier werd opgelicht, toen de patiënt vertelde dat zijn vader in Marokko een bekende kruidendokter was met als specialiteiten het trekken van tanden en het behandelen van buikpijn. Bij hetero-anamnese bleek dat patiënt, in het bijzonder wanneer er familiale problemen waren, grote hoeveelheden kruiden innam (onder meer ‘zatar’, Origanum compactum Bentham), wat via cholestase tot hepatitis leidde.

Commentaar

Veel Marokkaanse migranten kopen of verzamelen tijdens hun vakantie geneeskrachtige kruiden, die meteen of eventueel later in de Nederlanden gebruikt worden. De meeste migranten zijn ervan overtuigd dat de kruiden het best uit Marokko of Saoedi-Arabië meegebracht worden: Marokkaanse kruiden nemen, in de zienswijze van onze informanten, de kracht van de zon in Marokko op en kunnen de ontheemde gebruiker in het kille Noorden weer de gezondheid van het land van herkomst en van vóór de migratie schenken. De kruiden lijken een symbolische verbinding met Marokko of met belangrijke aspecten van de eigen cultuur te vormen (vergelijk kruiden meegebracht van de heilige plaatsen van de islam). Het is dan ook niet vreemd, dat vooral migranten van de eerste generatie kruiden aanwenden.

Kruiden werden in onze onderzoekspopulatie voor de behandeling van vrijwel alle mogelijke klachten gebruikt. Het is opvallend dat er zo goed als geen systematisch onderzoek gedaan is naar het gebruik van geneeskrachtige kruiden door Marokkaanse migranten in België en Nederland en naar de positieve en negatieve effecten daarvan. Nochtans is bekend dat de kruidengeneeskunde in Marokko een belangrijk deel van de traditionele en populaire sector uitmaakt.26 De enige bijdrage die we in dat verband konden vinden, is die van Ossenkoppele et al., die een geval van fototoxische dermatitis melden als gevolg van het gebruik van de Ammi majus-vrucht bij vitiligo.7 Onze ervaring in een praktijk met meer dan 60 Marokkaanse patiënten leert, dat men wel degelijk rekening moet houden met de mogelijkheid dat gezondheidsklachten een gevolg zijn van het (verkeerde) gebruik van kruiden.

Enigszins vergelijkbaar met het meebrengen en het op eigen houtje aanwenden van kruiden, is het gebruik van uit Marokko meegebrachte geneesmiddelen. Daarbij dient opgemerkt dat we dit gedrag zowel vaststellen in de periode onmiddellijk na de vakantie als tijdens de rest van het jaar en ook in gezinnen die al langere tijd hun land niet meer bezochten.

Ook Wolffers heeft erop gewezen dat Marokkaanse patiënten bij het uitblijven van effect van een behandeling in Nederland veelvuldig beroep doen op apothekersartsen in Marokko. Er worden daar nogal wat geneesmiddelen voorgeschreven die bij ons niet toegelaten zijn of waarvoor de indicaties hier niet worden geaccepteerd. Hij wijst daarbij onder meer op het aanwenden van corticosteroïden voor de behandeling van reuma en astma, het gebruik van quinolinen (desinfectantia) en bepaalde antibiotica of combinatiepreparaten van antibiotica.8 Marokkaanse patiënten zijn bovendien niet altijd geneigd hun arts mee te delen dat zij uit Marokko meegebrachte geneesmiddelen gebruiken en geven die frequent door aan vrienden en kennissen.

Dames en Heren, het voorgaande toont aan dat het verblijf in Marokko voor heel wat migranten aanzienlijke gezondheidsrisico's met zich brengt. Het is belangrijk dat artsen zich daarvan bewust zijn en er in hun praktijk ook rekening mee houden. Het verdient aanbeveling om het gebruik van geneesmiddelen in Marokko met de patiënten te bespreken, voor die op vakantie vertrekken. Hun moet duidelijk gemaakt worden welke geneesmiddelen in ieder geval ononderbroken ingenomen moeten worden. Als arts motiveert men zijn standpunt het best met een tot lering strekkend verhaal of met een voorbeeld van wat een patiënt die zijn medicatie in Marokko niet innam, wel allemaal overkwam.910 Dat sorteert doorgaans meer effect dan een droge opsomming van argumenten die op de patiënt veelal weinig indruk maken.

Daarnaast moet de arts zich ervan op de hoogte stellen of patiënten met ernstige aandoeningen zelf wel de indruk hebben dat zij in Marokko geneesmiddelen nodig hebben en of zij daar alternatieve genezers consulteren. Dit laatste blijkt goed bespreekbaar, wanneer de arts er op een niet veroordelende wijze naar vraagt en aan de patiënt laat merken dat hij er enigszins van op de hoogte is. Een waarschuwing lijkt vooral tegen zware kruidenbehandelingen op haar plaats. Patiënten die vermoeden dat hun klachten veroorzaakt worden door een religieuzebovennatuurlijke oorzaak, consulteren vaak een fqih: zelf zagen we maar enkele patiënten bij wie dit tot problemen leidde, hoewel sommige fqihs er bij hun patiënten op aandringen dat zij tijdens de religieuze behandeling geen geneesmiddelen gebruiken.

Het is bovendien raadzaam om na te vragen of de patiënt wellicht ook in Nederland of België geneeskrachtige kruiden gebruikt, aangezien die soms mede de oorzaak vormen van de klachten. Een artikel van Bellakhdar et al. over Marokkaanse geneeskrachtige kruiden kan gebruikt worden om te achterhalen om welke substanties het precies gaat: het bevat een lijst van kruiden waarbij zowel de Latijnse als de in Marokko gebruikelijke naam en het toepassingsgebied aangeduid worden.11

Ten slotte verdient het aanbeveling dat de arts informatie inwint over het gebruik van geneesmiddelen die uit Marokko meegebracht werden.

Volledigheidshalve willen we er nog op wijzen, dat Marokkaanse patiënten ook in België en Nederland alternatieve genezers consulteren. Ook bij ons zijn onder meer Marokkaanse religieuze genezers actief. Toch hebben we de indruk dat de problematiek van alternatieve geneeswijzen zich tijdens de vakantie scherper stelt. Ten eerste omdat men er doorgaans van overtuigd is dat de beste genezers in Marokko actief zijn en ten tweede omdat de familie in Marokko de migrant er vaak toe aanzet om zijn kans in de alternatieve sector te wagen.

De auteurs danken mw.M.Abbad, tolk, M.Branders, L. Dhondt, Z.Elarbi, K.Hendrickx, Chr.Rouneau en E.van Obbergen, artsen, en de interculturele bemiddelaars van het Vlaams Centrum voor de Integratie van Migranten voor hun rol in het tot stand komen van dit artikel.

Literatuur
  1. Verrept H. Marokkaanse migranten en hun geneesmiddelen.Medische Antropologie 1992; 4: 184-98.

  2. Greenwood B. Cold or spirits? Choice and ambiguity inMorocco's pluralistic medical system. Soc Sci Med 1981; 15:219-35.

  3. Hermans Ph. Traditionele geneeskunde in Marokko. HetMarokkaanse gezondheidssysteem. Acta Med Catholica 1990; 59: 9-17,79.

  4. Bellakhdar J. A new look at traditional medicine inMorocco. World Health Forum 1989; 10: 193-9.

  5. Ridder R de. Voedingsadviezen aan Turksediabetespatiënten. Hanu 1989; 18: 11-3.

  6. Cammaert MF. Migranten en thuisblijvers: een confrontatie.De leefwereld van Marokkaanse Berbervrouwen. Leuven: Universitaire PersLeuven, 1985: 338.

  7. Ossenkoppele PM, Sluis WG van der, Vloten WA van.Fototoxische dermatitis door het gebruik van de Ammi majus-vrucht bijvitiligo. Ned Tijdschr Geneeskd 1991;135: 478-80.

  8. Wolffers I. Marokkaanse geneesmiddelen.Ned Tijdschr Geneeskd 1986; 130:740-3.

  9. Eppink A. Cultuurverschillen en communicatie. Problemenbij hulpverlening aan migranten in Nederland. Alphen aan den Rijn: Samsom,1981: 310.

  10. Meer Ph van der. Omgaan met Marokkanen.Regelsomgangsvormenhet psychosociale gesprek. Deventer: Van LoghumSlaterus, 1984: 207.

  11. Bellakhdar J, Claisse R, Fleurentin J, Younos C.Repertory of standard herbal drugs in Moroccan pharmacopoea. J Ethnopharmacol1991; 35: 123-43.

Auteursinformatie

Vrije Universiteit Brussel, Dienst Medisch-Sociale Wetenschappen, Laarbeeklaan 103, 1090 Brussel.

H.Verrept (tevens: Universitaire Instelling Antwerpen, Centrum Huisartsgeneeskunde, Antwerpen), antropoloog en filoloog.

Universitaire Instelling Antwerpen, Centrum Huisartsgeneeskunde, Antwerpen.

Dr.L.Schillemans, huisarts.

Contact H.Verrept

Gerelateerde artikelen

Reacties