Winst- en verliescommunicatie: framing is alles
Open

Redactioneel
05-03-2020
Yvo Smulders

Reacties (3)

Inloggen om een reactie te plaatsen
Jakob Vries
06-03-2020 11:26

Risicocommunicatie krijgt nog te weinig aandacht

Collega Smulders slaat de spijker op zijn kop. Risicocommunicatie krijgt nog te weinig aandacht in de opleiding van medische studenten, maar op vele terreinen van de geneeskunde is dit een onmisbare competentie. In mijn vakgebied (oncologie) loop ik daar dagelijks tegenaan als collega's en patiënten praten over (nieuwe) (adjuvante) behandelingen en (genetische) testen. Binnenkort verschijnt het nieuwe Raamplan voor de artsenopleiding en ik hoop dat risicocommunicatie daar een belangrijke plaats krijgt. Het lijkt me gunstig voor ons aller kwaliteit van leven en dat van minister Bruins. We hebben het nodig in deze tijd van Corona gekte. Einstein zei al: als je het niet simpel kan uitleggen, begrijp je het zelf niet goed.

 

Jakob de Vries, chirurg-oncoloog, UMC Groningen

Hans van der Linde
11-03-2020 17:01

Opsomming van vormen van framing onvolledig

In dit hoofdredactioneel commentaar wordt een opsomming gegeven van de manieren waarop het nuttig effect van farmacotherapie duidelijk gemaakt kan worden aan patiënten. Die opsomming is helaas onvolledig. In voorkomende gevallen wordt namelijk ook volstaan met de bewering dat het nuttig effect niet bewezen is. Nu trekt u uw wenkbrauwen hoog op. Wat is dat voor een onzin? Dan zal toch geen enkele arts dat medicijn voorschrijven? Toch is dat gewoon hedendaagse realiteit. Ik zal u dat illustreren aan de hand van de nieuwe multidisciplinaire richtlijn CVRM. Daarin wordt  voor een immense groep patiënten een LDL-streefwaarde van 1,8 mmol/liter voorgeschreven in navolging van de European Society of Cardiology (ESC). De ESC verlaagde eerder die streefwaarde naar 2,5 toen rosuvastatine en atorvastatine op de markt kwamen en bestaansrecht kregen met die streefwaarde van 2,5. Omdat ik mijn conflicterende belangen moet vermelden bij dit commentaar, doe ik dat ook voor de ESC. Zij krijgen per jaar direct en indirect zo'n 100 miljoen euro van de farmaceutische industrie. Er werd destijds geen onderbouwing gegeven voor die verlaging naar 2,5 en ook nu ging de verlaging naar 1,8 niet vergezeld van argumenten en verschaft die verlaging nu bestaansrecht aan PCSK-9-remmers. Maar hoe werd die 1,8 beargumenteerd in de recente multidisciplinaire richtlijn CVRM in Nederland. In de toelichting staat het volgende:

“Hoewel strikt wetenschappelijk bewijs ontbreekt voor het nut van het streven naar een bepaald maximaal LDL-C-concentratie is in deze richtlijn toch  gekozen voor drempel- en streefwaarden van LDL-C. De reden hiervoor is dat gebruik van streefwaarden in de praktijk hanteerbaar is en een eenduidig doel vormt voor behandelaren in 1e en 2e lijn”.

U wrijft uw ogen uit, maar het staat er heus. Louter en alleen omdat het zo hanteerbaar en eenduidig is, moet artsen zonder bewijs een LDL-waarde nastreven. Dat terwijl de methodologisch goede proefondervindelijke onderzoeken met medicamenteuze cholesterolverlaging gemiddeld een haast lachwekkende absolute risicoreductie van 0,25 %  per jaar laten zien met een gemiddelde Number Needed to Treat per jaar van meer dan 400.

Het hoofdredactioneel commentaar lijkt daarmee een gepasseerd station. Het effect van medicijnen kan blijkbaar gewoon achterwege blijven. De auteur van het hoofdredactioneel commentaar was mede-opsteller van de CVRM-richtlijn en verdedigt die krachtig. Wat zou het prettig zijn als hij in de kolommen van het NTvG eens uitlegt waarom strikt wetenschappelijk bewijs mag ontbreken, maar vooral ook wat het verschil is tussen “strikt wetenschappelijk bewijs” en “wetenschappelijk bewijs”. De PCSK-remmers zijn onbewezen veilig en de dubieuze, marginale effectiviteit in kortlopende onderzoeken is klinisch niet relevant. Er staat dus nogal wat op het spel aan gezondheidsbelangen en kostenbelangen.

Hans van der Linde, huisarts te Capelle aan den IJssel

Yvo Smulders
11-03-2020 18:19

reactie auteur

Collega van der Linde wil terugkomen op een discussie van vorig jaar. Dit redactioneel gaat echter niet over de vaststelling en onderbouwing van streefwaarden voor LDL-cholesterol, waarover eerder in dit tijdschrift uitvoerig is gedebatteerd.

Collega de Vries dank ik voor zijn reactie en ik hoop met hem dat risico-communicatie een betere plaats in de arts-opleiding zal krijgen dan nu het geval is.

Yvo Smulders, adjunct-hoofdredacteur