Wie verre reizen maakt. . .; enkele importziekten

Opinie
P.A. Kager
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:1771-3
Download PDF

Zie ook het artikel op bl. 1782.

Het aantal patiënten in Nederland met een geïmporteerde ‘tropische’ ziekte is niet erg groot. In 1988 werden 852 gevallen geregistreerd van importziekten waarvoor een aangifteplicht bestaat.1 Een juist inzicht ontbreekt evenwel, omdat voor een aantal ziekten geen aangifteplicht bestaat en omdat lang niet alle gevallen ter kennis komen van de afdelingen voor tropische geneeskunde. In deze gespecialiseerde afdelingen is het aantal gevallen de laatste jaren stabiel of licht stijgend. Omdat importziekten relatief weinig voorkomen en de meeste Nederlandse artsen er weinig of geen ervaring mee hebben, is de kennis ervan gering en dreigt het gevaar van niet of laat herkennen, doordat het referentiekader ontbreekt. Diepgaande kennis van deze ‘exotische’ ziekten is echter voor de meeste Nederlandse artsen niet nodig en mag van hen ook niet verwacht worden. Wel dienen zij eraan te denken en de patiënt te vragen of deze in het buitenland is geweest. Overleg met een op dit gebied meer ervarene (voor adressen, zie bl. 1772-3) kan richting geven aan diagnostiek en behandeling. Verwijzing zal niet altijd nodig blijken te zijn.

Het is goed te beseffen dat artsen allen werken vanuit een bepaald referentiekader, dus eerst aan alledaagse ziekten denken. De combinatie koorts, hoofd-, spier- en gewrichtspijn noemen we griep, zeker als er griep heerst, maar voor de patiënt die juist uit Oost-Afrika is teruggekeerd, kan een dergelijke diagnose rampzalig zijn. Het is van belang hier regelmatig op te wijzen, omdat het bij importziekten nogal eens gaat om ziekten die betrekkelijk gemakkelijk zijn vast te stellen, die zijn te behandelen en die geheel zijn te genezen. Soms betreft het ziekten die bij niet tijdig instellen van een behandeling een ernstig beloop kunnen hebben. Ook al is er voor een aantal ziekten geen therapie, het tijdig herkennen ervan kan soms veel onnodige diagnostiek en daarmee veel onrust voorkomen.

Reizigers leveren de belangrijkste bijdrage aan de importziekten.

– In 1984 reisden ruim 460.000 personen per vliegtuig vanuit Nederland naar bestemmingen in de (sub)tropen en meer dan 480.000 mensen kwamen uit die gebieden ons land binnen.2

– Ongeveer 200.000 Nederlanders brachten in 1986 een vakantie door buiten Europa (inclusief Turkije), Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.

– Tunesië en Marokko werden in 1985 bezocht door 50.000 Nederlandse toeristen.3

– Importziekten komen verder voor bij de verlofgangers, d.w.z. mensen die met hun gezin in de (sub)tropen wonen en werken, en tijdens verloven naar Nederland terugkeren. Hun aantal wordt geschat op 50.000.1

– Ook worden tropische ziekten waargenomen bij etnische minderheden, Surinamers, Antillianen, Turken, Marokkanen, vluchtelingen en adoptiekinderen, in totaal ruim 500.000 personen.1

Hoewel veel reizigers klachten hebben,4 komen de meesten gezond terug. Als zij ziek terugkeren, importeren zij meestal acute ziekten, vaak met diarree en (of) koorts. Bij verlofgangers ziet men een gevarieerd beeld van acute en meer chronische ziekten, maar bij etnische minderheden vallen chronische ziektebeelden meer op. Naarmate de allochtonen langer in Nederland zijn, nemen deze ziektebeelden in betekenis af; deze groep zorgt door regelmatige bezoeken aan het geboorteland voor een zekere import van meer acute ziekten.

Het lijkt nuttig in een serie korte, op de praktijk gerichte artikelen een aantal bij importziekten veel voorkomende problemen te bespreken, zoals koorts, exantheem, splenomegalie, diarree en eosinofilie. Aan de hand van de ziektegeschiedenissen van enkele patiënten wordt het probleem geschetst, worden in het kort het betreffende ziektebeeld en de diagnostiek besproken en worden therapeutische adviezen gegeven. De artikelen zijn kort gehouden1 en zullen relevante, differentieel-diagnostische overwegingen geven. Bijgaande tabellen 1, 2 en 3 bieden een overzicht van te overwegen ziekten bij een patiënt die met koorts of met diarree uit de tropen terugkeert.

Voor meer informatie wordt verwezen naar leerboeken en naar het in 1988 verschenen boekje Reizigersgeneeskunde onder redactie van Huisman.5

Men zij zich bewust van geschetste problematiek, men denke vaak even aan ‘iets tropisch’ en men schrome niet te overleggen. In Nederland zijn altijd enkele specialisten bereikbaar, waardoor een patiënt, zo nodig, altijd op korte termijn kan worden gezien.

Adressen van centra voor tropische geneeskunde en importziekten

Amsterdam

Academisch Medisch Centrum, Eenheid voor Infectieziekten en Tropische Geneeskunde, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam; tel. 020-5669111.

In het weekend en 's nachts dienstdoende internist tropische geneeskunde.

Leiden

Academisch Ziekenhuis, afd. Infectieziekten, polikliniek Importziekten, Rijnsburgerweg 10, 2333 AA Leiden; tel. 070-263588.

In het weekend en 's nachts dienstdoende internist infectieziekten.

Nijmegen

Sint-Radboudziekenhuis, polikliniek voor Importziekten en Tropische Geneeskunde, Geert Grooteplein Zuid 8, 6525 GA Nijmegen; tel. 080-514781.

In het weekend en 's nachts dienstdoende internist.

Rotterdam

Havenziekenhuis, afd. Tropische Geneeskunde, Haringvliet 2, 3011 TD Rotterdam; tel. 010-4112800.

In het weekend en 's nachts dienstdoende internist tropische geneeskunde.

Laboratoria voor parasitologische diagnostiek

Amsterdam

Universiteit van Amsterdam, Koninklijk Instituut voor de Tropen, Laboratorium voor Parasitologie, N.H.Swellengrebel Laboratorium voor Tropische Hygiëne, Meibergdreef 39, 1105 AZ Amsterdam; tel. 020-5665459 en Academisch Medisch Centrum, afd. Medische Microbiologie, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam; tel. 020-5663026.

Amsterdam

Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit, Laboratorium voor Klinische Parasitologie, Postbus 7057, 1007 MB Amsterdam; tel. 020-5485880.

Bilthoven

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, afd. Parasitologie, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven; tel. 030-749111.

Leiden

Rijksuniversiteit, Laboratorium voor Parasitologie, Wassenaarseweg 62, Postbus 9605, 2300 RC Leiden; tel. 071-148333, tst. 74417459.

Nijmegen

Katholieke Universiteit, Instituut voor Medische Parasitologie, Geert Grooteplein Zuid 24, 6525 GA Nijmegen; tel. 080-514306.

Rotterdam

Academisch Ziekenhuis Rotterdam-Dijkzigt, afd. Parasitologie van het Bacteriologisch laboratorium, Dr. Molewaterplein 40, 3015 GD Rotterdam; tel. 010-4633451.

Literatuur
  1. De Geneeskundig Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid.Tabel Infectieziekten. Ned TijdschrGeneeskd 1989; 133: 192.

  2. Geus A de. Voorkomen en betekenis van tropische ziekten inNederland. Pharm Weekbl 1986; 121: 86-91.

  3. Couvreur GJN. Algemene gegevens over het reizen. In:Huisman J, red. Reizigersgeneeskunde. Alphen aan den Rijn: Samsom Stafleu,1988: 16-24.

  4. Bruné H, Meer JWM van der, Hermans J, Kaag HJ vander. Het effect van preventie van infectieziekten bij reizigers naar de(sub)tropen. Ned Tijdschr Geneeskd1988; 132: 2106-9.

  5. Huisman J, red. Reizigersgeneeskunde. Alphen aan den Rijn:Samsom Stafleu, 1988.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, Eenheid voor Infectieziekten en Tropische Geneeskunde, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

Dr.P.A.Kager, internist.

Gerelateerde artikelen

Reacties