Wie beslist over de zorg aan mensen met dementie?

Perspectief
A.C. (Aart) Hendriks
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D2150
Download PDF

Rectificatie

Per 18 maart 2020 heeft de auteur dit artikel geüpdatet. 

In de serie ‘Juridische vraag’ geeft een jurist antwoord op een vraag waarvoor artsen in de praktijk vaak worden gesteld.

Vraag

Wie beslist over de zorg aan mensen met dementie?

Juridische achtergrond

Dementie gaat gepaard met cognitieve stoornissen.1-3 Deze stoornissen beïnvloeden het vermogen om te beslissen over bijvoorbeeld de eigen financiën en de eigen gezondheid. De vraag dringt zich op tot wanneer een patiënt met dementie zelfstandig kan en mag beslissen over de door de arts te leveren zorg en vanaf welk moment de arts – ook – toestemming nodig heeft van een ander.

Het antwoord op deze vraag hangt af van de wilsbekwaamheid van de betrokkene. Wilsbekwaamheid is het vermogen tot het nemen van geïnformeerde beslissingen bij specifieke vragen inzake onderzoek, behandeling en zorg.4 Wilsbekwaamheid betekent dat een patiënt in staat is op basis van informatie keuzes te maken en informed consent te geven. Dat veronderstelt, cumulatief, het vermogen om: (a) informatie over de behandeling te begrijpen en af te wegen; (b) te begrijpen wat de gevolgen zijn van een behandelbeslissing; en (c) een besluit te kunnen nemen. Als een of meer van deze vermogens is aangetast, is er reden om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid.

Nu zijn mensen in de regel nooit volledig wilsonbekwaam. Het is goed mogelijk dat een patiënt in een gevorderd stadium van dementie nog heel goed over bepaalde zaken zelf kan beslissen. Het is daarom dat de meeste wetten spreken over ‘in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake’. Dat betekent zoveel als: met betrekking tot bepaalde zaken is hij wel of niet wilsbekwaam.

In Nederland gaan we ervan uit dat iedereen wilsbekwaam is, totdat het tegendeel is aangetoond. Dat is bij mensen bij wie de diagnose ‘dementie’ is gesteld niet anders: zij beslissen zelf over de zorg die zij krijgen, tenzij aantoonbaar is dat zij niet meer in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake.

Hoe kan nu worden bepaald of een patiënt met dementie wilsonbekwaam is? In 2004 heeft de KNMG daarover een stappenplan opgesteld, dat tot op de dag van vandaag leidend is.5 Iedere arts wordt geacht met behulp van dit stappenplan te kunnen bepalen of een patiënt al dan niet wilsbekwaam is. Een dergelijk oordeel is dus niet voorbehouden aan de rechter; indien de rechter wordt gevraagd uitspraak te doen over wilsonbekwaamheid, kan hij een arts – in de praktijk vaak een psychiater – vragen hem te adviseren over de wilsbekwaamheid van een persoon. Als geoordeeld is dat de patiënt wilsonbekwaam is, kan de rechter een mentor, een curator of – voor financiële aangelegenheden – een bewindvoerder aanwijzen. Deze personen behartigen dan de belangen van de patiënt en nemen namens – en zo mogelijk in samenspraak met – de patiënt beslissingen. Artsen hebben voor alle zorgbeslissingen dan de toestemming nodig van de door de rechter benoemde vertegenwoordiger – in de praktijk de mentor of curator.

Maar meestal is er voor wilsonbekwame patiënten met dementie geen door de rechter benoemde vertegenwoordiger. De vertegenwoordigersrol wordt dan vervuld door een – al dan niet door de patiënt zelf aangewezen – naaste. Daar is juridisch niets mis mee. Sterker, de wet schrijft zelfs voor dat bij afwezigheid van een door de rechter benoemde vertegenwoordiger de arts de toestemming van zo’n naaste nodig heeft als een patiënt niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. Dat betekent dus ook dat wanneer een patiënt wél in staat is tot zo’n eigen oordeel, deze vertegenwoordiger niet om toestemming hoeft te worden gevraagd. Hierin verschilt de positie van een door de rechter benoemde vertegenwoordiger, die altijd bij besluiten moet worden betrokken, met die van een zelfaangewezen of informele vertegenwoordiger.

Valkuilen

Ook bij wilsonbekwame patiënten met dementie bent u als arts verplicht de betrokkene te informeren over voorgenomen behandelingen en onderzoek en zoveel mogelijk bij de besluitvorming te betrekken.

Als een patiënt met dementie zelf iemand als vertegenwoordiger heeft aangewezen, door dit zo te zeggen of in een schriftelijke wilsverklaring neer te leggen toen hij nog wilsbekwaam was, staat deze persoon hiërarchisch boven de informele familievertegenwoordiger, zoals de partner of kinderen. Voor alle vertegenwoordigers geldt dat zij als goed vertegenwoordiger dienen te handelen, in de zin dat zij op goede wijze de belangen van een patiënt moeten behartigen en de betrokkene  bij de besluitvorming te betrekken. Doet de vertegenwoordiger dat niet, dan bent u als arts niet gebonden aan zijn toestemming. Als goed hulpverlener beslist u dan zelf wat aansluit bij de belangen en wensen van de patiënt. Het structureel niet handelen als goed vertegenwoordiger kan een reden zijn om de rechter te – laten – verzoeken een mentor of curator te benoemen.

Het komt regelmatig voor dat naasten wilsonbekwame patiënten niet goed behandelen of zelfs financieel uitbuiten. Als u daarvan signalen ontvangt, probeer dit dan met de betrokkene te bespreken of vraag advies bij Veilig Thuis (www.vooreenveiligthuis.nl) via telefoonnummer 0800-20 00. U kunt ook de KNMG-meldcode ‘Kindermishandeling en huiselijk geweld’ raadplegen.6

Antwoord

Mensen met dementie beslissen zelf over de aan hen te verlenen zorg, tenzij is gebleken dat zij wilsonbekwaam zijn – in de zin van niet meer in staat tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake. Of hiervan sprake is beslist de arts aan de hand van het KNMG-stappenplan.5

Bij zorgbeslissingen voor wilsonbekwame patiënten is toestemming vereist van een vertegenwoordiger. De wet bepaalt dat deze altijd als goed vertegenwoordiger moet handelen. Bij aanwijzingen dat dit niet het geval is, kunt u als goed hulpverlener uw eigen verantwoordelijkheid nemen en eventueel advies vragen bij Veilig Thuis.

Literatuur
  1. Moll van Charante E, Perry M, Vernooij-Dassen MJFJ, Boswijk DFR, Stoffels J, Achthoven L, et al. NHG-Standaard Dementie (derde herziening). Huisarts Wet. 2012;55:306-17.

  2. Richtlijn Diagnostiek en behandeling van dementie. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie; 2014.

  3. Zorgstandaard Dementie. Utrecht: Vilans; 2013.

  4. Beginselen en vuistregels bij wilsonbekwaamheid bij oudere cliënten met een complexe zorgvraag. Utrecht: Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen; 2008.

  5. Van wet naar praktijk. Implementatie van de WGBO. Deel 2 Informatie en toestemming. Utrecht: KNMG; 2004.

  6. KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld. Utrecht: KNMG; 2018.

Auteursinformatie

Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, departement Publiekrecht, Leiden.

Contact Prof.mr.dr. A.C. Hendriks, jurist (a.c.hendriks@law.leidenuniv.nl)

Mentor wil handelen voor een wilsbekwame patiënt
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Dementie

Gerelateerde artikelen

Reacties