WHO-studie plaatst vraagtekens bij universele foetale groeicurves

Jop de Vrieze
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:C3354

Universele groeistandaarden voor ongeboren kinderen zijn niet haalbaar, concluderen onderzoekers van de WHO in PloS Medicine op basis van een internationale studie.1 Ze gaan daarmee in tegen de conclusies van een onderzoeksteam van de Universiteit van Oxford, dat in 2014 in The Lancet op basis van een vergelijkbare studie wél universele groeistandaarden adviseerde.2

De curves zijn bedoeld voor het monitoren van de groei van ongeboren kinderen. Die is vooral van belang bij het opsporen van foetale groeivertraging, een belangrijke oorzaak van doodgeboorte, neonatale sterfte en langetermijncomplicaties, zoals een verstoorde hersenontwikkeling. In Nederland vindt deze groeimonitoring in de eerste lijn plaats met seriële metingen aan de buitenkant van de zwangere buik en in de tweede lijn met echoscopie. Net als veel westerse landen heeft Nederland eigen referentiecurves, waartegen metingen worden afgezet. Veel ontwikkelingslanden moeten het doen met curves gebaseerd op andere populaties.

De WHO besloot in 2006 dat er internationaal bruikbare groeicurves moesten komen. De studie die hiervoor werd opgezet was de foetale component van de ‘WHO multicentre growth reference study’. In deze studie volgden onderzoekers de groei van gezonde, in goede omstandigheden opgroeiende kinderen in verschillende delen van de wereld. Hun conclusie: onder gelijke sociaaleconomische omstandigheden volgen alle kinderen eenzelfde groeistandaard, ongeacht etniciteit of woonplaats.3 Van het foetale onderdeel werd eenzelfde resultaat verwacht. De onderzoekers volgden de zwangerschappen van 1387 gezonde zwangeren in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa met seriële groei-echo’s. Ze bepaalden onder meer hoofd- en buikomtrek en het geschatte gewicht van de foetus. Hieruit blijkt dat de verschillen tussen jongens en meisjes en tussen de verschillende populaties te groot zijn om voor iedere foetus dezelfde referentiecurve te gebruiken. ‘Zelfs onder optimale omstandigheden is er een sterke variatie’, zegt Torvid Kiserud, eerste auteur van het PloS Medicine-artikel en hoogleraar verloskunde en gynaecologie aan de Universiteit van Bergen in Noorwegen.

De conclusie gaat regelrecht in tegen die van de vrijwel identieke INTERGROWTH-21st-studie, die in 2014 in The Lancet verscheen. Onderzoekers van de Universiteit van Oxford volgden met echoscopie de zwangerschappen van 4300 gezonde vrouwen in welvarende buurten in 8 verschillende landen. Zij kwamen wél tot universele groeistandaarden.

De overeenkomsten tussen de studies zijn niet toevallig. Oxford-onderzoekers José Villar en Stephen Kennedy maakten deel uit van het WHO-team, tot ze in 2008 met een subsidie van 29 miljoen dollar – toegekend door Bill & Melinda Gates Foundation – vertrokken om hun eigen project op te zetten: INTERGROWTH-21st. Afgelopen december nog concludeerde de WHO op basis van extern onderzoek dat de twee wetenschappelijk wangedrag hadden vertoond. De Universiteit van Oxford wees in een verklaring alle aantijgingen van de hand. Op dit moment ligt de aanklacht bij de Britse medische raad.4

De WHO-studie is niet de eerste die het idee van universele groeistandaarden verwerpt. In 2015 presenteerden onderzoekers van het Amerikaanse National Institute of Child Health and Human Development (NICHD) aparte foetale groeicurves voor Afro-Amerikanen, Latino’s, en blanke en Aziatische Amerikanen.5 Maar zowel het WHO-team als dat van INTERGROWTH-21st wijst dit onderscheid van de hand. ‘De verschillen zijn een gevolg van verschillen in leefstijl en sociaaleconomische omstandigheden, niet van etniciteit’, zegt Aris Papageorghiou, Oxford-onderzoeker en eerste auteur van het The Lancet-paper uit 2014. ‘Bij ons in de WHO-studie waren etnische verschillen binnen landen verwaarloosbaar’, zegt Kiserud.

Het resultaat van de eigen studie plaatst de WHO in een lastige positie. Wanneer het de conclusies van de eigen onderzoekers overneemt, moet het afstappen van haar filosofie van universele groeistandaarden. ‘We zijn bezig met een systematische review van alle relevante studies en zullen de resultaten in mei of juni 2017 presenteren’, zegt Metin Gülmezoglu, die vanuit de WHO betrokken was bij de nieuwe studie.

Kiserud geeft toe dat het invoeren van universele groeistandaarden eenvoudiger zou zijn, maar dat die ‘de feiten geen recht zouden doen’. Volgens Papageorghiou zijn de resultaten van INTERGROWTH-21st en de WHO minder verschillend dan ze lijken. Beide teams vonden verschillen tussen jongens en meisjes en tussen landen. Het Oxford-team concludeerde dat die klein genoeg waren om te negeren en de WHO besloot dat de verschillen daar te groot voor waren. Papageorghiou blijft voorstander van een universele curve. ‘Het gaat om een eerste screeningstest. Zo’n test moet eenvoudig toe te passen en uit te voeren zijn.’

Literatuur
  1. Kiserud T, et al. The World Health Organization Fetal Growth Charts: A Multinational Longitudinal Study of Ultrasound Biometric Measurements and Estimated Fetal Weight. PLoS Med. 2017;14(1):e1002220.

  2. Papageorghiou AT, et al. International standards for fetal growth based on serial ultrasound measurements: the Fetal Growth Longitudinal Study of the INTERGROWTH-21st Project. Lancet. 2014;384(9946):869-79.

  3. WHO Multicentre Growth Reference Study Group. WHO Child Growth Standards based on length/height, weight and age. Acta Paediatr Suppl. 2006;450:76-85.

  4. Kupferschmidt K. Accusations fly after big Gates grant. Science. 2016;353(6304):1081-2.

  5. Buck Louis GM. Racial/ethnic standards for fetal growth: the NICHD Fetal Growth Studies. Am J Obstet Gynecol. 2015;213(4):449.e1-449.e41.

Gerelateerde artikelen

Reacties