Werk in uitvoering

Opinie
Yolanda van der Graaf
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:B901

artikel

Patiënten hechten vaak te veel waarde aan röntgen- en laboratoriumuitslagen. Vermeulen (A5462) illustreert dit in dit nummer van het NTvG met een klinische les waarin de huisarts een vrouw met nekpijn gerust probeert te stellen zonder verwijzing naar de radiologie. Dat lukt niet en ze laat een ‘total bodyscan’ maken. Vanuit de patiënt gedacht is dat best te begrijpen. Zij heeft pijn en denkt dat die scan de oorzaak zal onthullen. De huisarts weet wel beter: klachten corresponderen vaak niet met de gevonden afwijkingen en hij denkt ook al aan de consequenties van eventuele bevindingen. De kans dat die het beleid gaan veranderen is uitermate klein. Beeldvorming en labtesten worden vaak gebruikt zonder dat er een indicatie voor is. Dat komt niet alleen door het grote geloof dat aan de uitslagen van die testen wordt gehecht maar ook door het fragmentarische wetenschappelijke bewijs dat we van het nut van veel testen hebben. Het onderzoek naar dergelijke testen is vaak nog werk in uitvoering.

We kennen wel vaak sensitiviteit en specificiteit zoals Jaarsma en collega’s laten zien (A5395) voor de 3 meest gebruikte niet-invasieve beeldvormende technieken voor myocardiale perfusie. Maar dan ben je er nog lang niet zoals Rutten in zijn commentaar betoogt (A5780). Voegt de nieuwe techniek wel wat toe aan de gebruikelijke diagnostiek? Welke consequenties hebben de uitkomsten voor het beleid en wordt de patiënt daar beter van? Allemaal vragen die eigenlijk alleen maar zijn te beantwoorden in gerandomiseerde trials waarin de nieuwe beeldvorming wel of niet gebruikt wordt. Het zal duidelijk zijn dat dat geen simpele opgave is, al was het alleen al vanwege de grote aantallen die nodig zijn om effecten aan te tonen en de veelheid van eindpunten die nodig zijn om de echte bijdrage van testen te schatten. Ook in diagnostisch onderzoek is er niet één uitkomst en moet veel meer worden gemeten dan de echte harde uitkomsten.

Testen kunnen ook tot angst en depressie leiden en je kunt er doodongelukkig van worden. Dat komt omdat de patiënt de ernst van de afwijkingen vaak overschat zoals uit de screeningsliteratuur blijkt. Een geringe dysplasie van de baarmoederhalscellen wordt in de beleving van de patiënt al snel kanker. Varen op symptomatologie blijkt in de geneeskunde vaak zo gek nog niet zoals ook Vercoulen en collega’s (A4919) in dit nummer beschrijven. Niet meer het focus op de luchtwegobstructie, want die correspondeert slecht met de klachten, maar behandelen op grond van de ziektelast. Voor de patiënt is dat het enige dat telt. Niet de testuitslag, Daar heb je geen last van behalve als anderen je dat wijs maken.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties