Wel of geen mondmaskers dragen op de OK?

Onderzoek
Wernard A.A. Borstlap
Jony van Hilst
Koert F.D. Kuhlmann
Hester S.A. Oldenburg
Winan J. van Houdt
Theo J.M. Ruers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5612
Abstract

Samenvatting

Doel

Onderzoeken wat het effect is van het niet dragen van een mondmasker door het niet-steriele OK-personeel op het aantal postoperatieve wondinfecties in het Antoni van Leeuwenhoek (AvL).

Opzet

Retrospectief cohortonderzoek.

Methode

Wij maakten gebruik van geanonimiseerde en gecodeerde gegevens uit het elektronisch patiëntendossier van alle opeenvolgende patiënten met een kwaadaardige wekedelentumor die geopereerd werden in de periode dat de coronamaatregel met betrekking tot het niet dragen van een mondmasker op de OK van kracht was (2 maart-11 mei 2020). Deze gegevens werden vergeleken met gegevens van patiënten die geopereerd werden in dezelfde periode in 2019. De primaire uitkomstmaat was het optreden van een wondinfectie binnen 30 dagen na de operatie. Aanvullend analyseerden wij of de tijdelijke coronamaatregel gepaard ging met een mogelijke kostenreductie.

Resultaten

In totaal werden er in het AvL 460 patiënten met een kwaadaardige wekedelentumor geopereerd, van wie 219 patiënten ten tijde van de tijdelijke coronamaatregel in 2020 en 241 patiënten in dezelfde periode in 2019. Ten tijde van de tijdelijke coronamaatregel in 2020 traden 25 (11,4%) postoperatieve wondinfecties op, vergeleken met 33 (13,7%) infecties een jaar eerder (p = 0,46). In 2020 werden 42% minder mondmaskers gebruikt dan in 2019, waardoor op jaarbasis grofweg 2150 euro bespaard kan worden.

Conclusie

Uit ons retrospectieve cohortonderzoek blijkt dat het niet dragen van mondmaskers door het niet-steriele OK-personeel niet leidt tot meer postoperatieve wondinfecties. Onze bevindingen bieden stof tot nadenken over bepaalde hygiënenormen op de OK en zijn mogelijk een opmaat voor uitgebreider (gerandomiseerd) onderzoek.

Auteursinformatie

Antoni van Leeuwenhoek-Nederlands Kanker Instituut, afd. Chirurgie, Amsterdam: dr. W.A.A. Borstlap en dr. J. van Hilst, aiossen; dr. K.F.D. Kuhlmann, dr. H.S.A. Oldenburg, dr. W.J. van Houdt en prof.dr. T.J.M. Ruers, chirurgen.

Contact W.A.A. Borstlap (w.a.borstlap@amsterdamumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Wernard A.A. Borstlap ICMJE-formulier
Jony van Hilst ICMJE-formulier
Koert F.D. Kuhlmann ICMJE-formulier
Hester S.A. Oldenburg ICMJE-formulier
Winan J. van Houdt ICMJE-formulier
Theo J.M. Ruers ICMJE-formulier
Wernard Borstlap

Gerelateerde artikelen

Reacties

Anne
Voor in 't holt

Met veel interesse hebben wij het artikel van Wernard A.A. Borstlap et al. gelezen (2021;165:D5612). Er zijn echter een aantal belangrijke kanttekeningen te plaatsen bij dit onderzoek.

Tijdens deze studie werd gekeken naar POWI na verschillende operaties, gebruikmakend van een follow-up periode van 30 dagen, met verwijzing naar de POWI richtlijn van de werkgroep infectiepreventie (WIP) uit 2011. In deze richtlijn staan echter geen definities beschreven. Definities zijn wel te vinden in de PREZIES POWI module; in de versie van 2021 wordt bovendien beschreven dat bij een ablatio mammae en lumpectomie een follow-up duur van 90 dagen moet worden aangehouden (1).Vergeleken met landelijke POWI referentiecijfers zijn in beide perioden de geobserveerde POWI percentages hoog; waarbij de mogelijk additionele POWIs door het niet gebruiken van de 90 dagen follow-up niet zijn meegeteld (2). Vraag is dus of er bij het hogere infectiepercentage in het AvL minder infectiepreventiemaatregelen moeten worden genomen op de OK, en of dit de juiste populatie was om dit onderzoek te doen.

Tijdens de eerste golf van de COVID-19 pandemie was er een schaarste aan mondneusmaskers, maar er zijn geen situaties ontstaan in ziekenhuizen waarin maskers gewenst waren maar niet beschikbaar. Wel is veel nagedacht over het reduceren van het gebruik van mondneusmaskers. Wat is in het AvL de overweging geweest om direct maskergebruik te verminderen op de OK, en niet op andere (minder kritische) locaties?

Infectiepreventie op de OK is een complex geheel wat zich over de jaren heeft ontwikkeld en verbeterd. Bij infectiepreventie is eenduidigheid belangrijk. Door het niet-steriele OK-personeel geen masker te laten dragen, maar alleen bij bepaalde operaties, en in bepaalde centra, wordt het beleid verwarrend en ingewikkeld. Aangezien de OK een kritische locatie is, is het discutabel om op deze locatie te starten met het minderen van het dragen van mondneusmaskers met als reden afvalreductie en CO2-uitstoot. Bovendien wordt voorbijgegaan aan het feit dat mondneusmaskers ook een functie hebben in het beschermen van medewerkers tegen voor hen potentieel gevaarlijke micro-organismen.

De cohorten uit 2019 en 2020 zijn onafhankelijke studiepopulaties die blootgesteld zijn geweest aan een ander mondneusmasker beleid. Met geanticipeerde incidenties van 9% en 16% zouden er ons inziens rond de 460 patiënten in elke groep moeten worden geïncludeerd. Mochten andere percentages als uitgangspositie zijn genomen zouden wij dit graag gecorrigeerd zien in het artikel. De gekozen percentages zijn hoog. Mochten er kleinere verschillen tussen 2019 en 2020 worden verwacht, is een hoger aantal inclusies nodig. Ook kan een power van 80% worden overwogen.

Met inachtneming van een relatief zeer geringe kostenbesparing, geldend voor een hele specifieke groep en specifieke operaties, met een studie uitgevoerd in een setting met een verhoogd infectiepercentage over een relatief korte periode, lijkt het ons niet verstandig het mondneusmasker beleid op basis hiervan aan te passen. Wel zijn wij het eens met de auteurs dat een gedegen studie op zijn plaats kan zijn. Dit onderzoek met een passend design, poweranalyse, en juiste uitkomstmaat zal eerst moeten plaatsvinden voordat er een mogelijke beleidswijziging kan worden overwogen.

Dr. Anne F. Voor in ’t holt, epidemioloog 

Dr. Juliëtte A. Severin, arts-microbioloog

Prof. dr. Margreet C. Vos, arts-microbioloog

Referenties

1. PREZIES. Protocol en Dataspecificaties PREZIES module POWI - versie: 2021.

2. PREZIES. Referentiecijfers 2014-2018: POWIs.