Weinig chronische Q-koorts in Herpen

Marjolein Swart
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:C2664

Zeven jaar na de grote Q-koortsuitbraak heeft 34% van de inwoners van het Noord-Brabantse dorp Herpen antistoffen aangemaakt. Slechts 3 Herpenaren ontwikkelden chronische Q-koorts. Dat blijkt uit onderzoek van Gabriëlla Morroy en haar collega’s in PLoS ONE (2015;10:e0131777).

Nederland had in de periode 2007-2010 te kampen met een epidemie, met 4107 meldingen van Q-koorts. Morroy et al. voerden in 2014 een dwarsdoorsnedestudie uit binnen het ‘Q-Herpen II’-project van GGD Hart voor Brabant. Zij riepen alle 2161 volwassen Herpenaren op een vragenlijst in te vullen en bloed te laten prikken. Bij aanwijzingen voor chronische Q-koorts vond aanvullend onderzoek plaats.

1517 inwoners namen deel aan het onderzoek. Een derde van de inwoners had antistoffen tegen Coxiella burnetii in het bloed. Bij 6 inwoners (1,2%) was er op basis van het bloedbeeld vermoedelijk sprake van chronische Q-koorts. Van hen kregen er 3 de diagnose daadwerkelijk; 2 van hen hadden al eerder de diagnose ‘chronische Q-koorts’ te horen gekregen.

De auteurs denken niet dat het screenen van de algemene bevolking op chronische Q-koorts veel oplevert. Screening van hoogrisicogroepen in uitbraakgebieden is wellicht efficiënter, maar over de kosteneffectiviteit is nog niets bekend.

Gerelateerde artikelen

Reacties

Annemieke
Groot

In de augustusuitgave beschrijft Marjolein Swart de uitkomsten van het bevolkingsonderzoek in Herpen naar Q-koorts in opdracht van GGD Hart voor Brabant. Op grond van het aantal aangetroffen patiënten met chronische Q-koorts (3) in Herpen, wordt verwacht dat een algemeen bevolkingsonderzoek naar Q-koorts niet veel oplevert.

Die opvatting kan ik delen. Ik wil echter  uit hoofde van mijn functie èn de daarbij behorende dagelijkse praktijk aan dit artikel enige informatie toevoegen. Allereerst wil ik aantekenen dat het onderzoek in Herpen is verricht: de plaats waar de uitbraak is geconstateerd en waar bij eerdere onderzoeken al zeer nauwkeurig op Q-koorts is gescreend. Personen die al bekend waren met chronische Q-koorts deden niet mee aan dit onderzoek. Nu blijkt dat zelfs in Herpen nog mensen met chronische Q-koorts zijn gemist. Dat doet het ergste vrezen voor patiënten buiten Herpen, zeker in de gebieden waar men minder verdacht is op Q-koorts. Voor de goede orde: Q-koorts is geen ‘Brabants probleem’ maar komt in het gehele land voor. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 15% van de mensen met cardiovasculaire afwijkingen chronische Q-koorts ontwikkelt . Chronische Q-koorts is onbehandeld een levensbedreigende ziekte, omdat de (nog levende) bacterie ontstekingen veroorzaakt in vaten en hartkleppen. In de dagelijkse praktijk van Q-support komen wij patiënten tegen die jaren zijn behandeld  zonder dat de juiste diagnose is gesteld. Een algemeen bevolkingsonderzoek mag dan niet nodig zijn, meer alertheid van huisartsen, cardiologen en vaatspecialisten is dat beslist wel. Naar schatting kampen minstens 250 Nederlanders, zonder dat zij het weten met chronische Q-koorts.

Verder laat het artikel helaas onvermeld dat het GGD-onderzoek ook aantoont dat een ander deel van de besmette patiënten jaren na de besmetting nog lijdt onder chronische vermoeidheid: het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS), een onbekend en vaak onaanvaard gevolg van de Q-koorts. “De Q-koorts is toch allang voorbij”, is een veel gehoorde reactie in de spreekkamer en ook daarbuiten. Dat is waar. Maar de gevolgen ervan voor deze patiëntengroep nog lang niet.

Q-support heeft van de Rijksoverheid de opdracht om patiëntgen te ondersteunen en te adviseren en ziet het als haar taak om zich in te zetten voor meer  awareness. Wellicht kan deze ingezonden brief meer bewustwording over de gevolgen van de Q-koorts te weeg brengen. Aan u artsen doe ik de oproep om Q-koortspatiënten met vragen of met problemen op alle mogelijke leefgebieden te wijzen op het bestaan van Q-support.

Annemieke de Groot, Directeur-bestuurder Q-support

www.q-support.nu