Sportgeneeskunde in Qatar
Open

06-09-2013
Robert-Jan de Vos

De eerste gedachten die bij mij opkwamen bij ‘Qatar’ waren de enorme hitte, de steenrijke Arabieren en vooral veel zand. Dat klopt allemaal, maar er is meer. Juist vanwege de rijkdom zijn er veel mogelijkheden. Nu het wereldkampioenschap voetbal van 2022 in Qatar plaatsvindt, wordt daar meer aandacht besteed aan sport en daardoor ook aan sportmedische zorg. Die zorg wordt geleverd in Aspetar, een ziekenhuis dat geheel in dienst staat van de sporter. Het is wereldwijd uniek dat een ziekenhuis alleen maar sportmedische zorg levert. In dit ziekenhuis werken de sportartsen nauw samen met orthopeden, fysiotherapeuten, radiologen, cardiologen en medisch consulenten. Daarnaast werken er ook nog tandartsen, podotherapeuten, psychologen en bewegingswetenschappers. Al deze specialisten streven ernaar om de geregistreerde sporters zo optimaal mogelijk te behandelen.

In Nederland is sportgeneeskunde nog een relatief jonge discipline. De sportarts is expert op het gebied van bewegings- en inspanningsgerelateerde klachten. De opleiding duurt 4 jaar en bestaat onder andere uit specialistische deelstages. Binnen de sportgeneeskunde is het mogelijk om allerlei activiteiten te ontplooien, maar de grootste pijlers bestaan uit blessureconsulten, preventief sportmedisch onderzoek, revalidatie van chronisch zieken en teambegeleiding. Sportgeneeskunde is momenteel een vakgebied binnen de sociale geneeskunde, maar bij het College Geneeskundige Specialismen loopt een aanvraag om sportgeneeskunde te erkennen als zelfstandig specialisme.

Waarom vind ik sportgeneeskunde nu zo leuk? Ik speelde jaren in de top van het amateurvoetbal, waar ik veel blessures voorbij heb zien komen. Mijn affiniteit met de sportgeneeskunde bemerkte ik daardoor al vroeg in mijn studie. Als sportarts ben je bereid om – binnen medisch verantwoorde grenzen – een stapje extra te zetten om de sporter weer op topniveau te krijgen. Die uitdaging maakt het vak ontzettend interessant. Om tot goede afwegingen te komen is multidisciplinaire samenwerking met aanpalende specialismen van belang. Samenwerken gaat een steeds prominentere plaats innemen in de toekomstige zorg. Juist daarom vind ik sportgeneeskunde een vak met toekomst.

Na mijn promotie in het Erasmus MC en opleiding in het Medisch Centrum Haaglanden wilde ik graag nog een nieuwe, buitenlandse uitdaging aangaan. Vanuit Aspetar werd een fellowship sportgeneeskunde van 6 maanden aangeboden. Waarom op deze locatie?, heb ik mezelf ook afgevraagd. In Aspetar werken momenteel 15 sportartsen, die wereldwijd worden gezien als topspecialisten op hun vakgebied. Nederland valt daarbij in de smaak, want maar liefst 5 sportartsen zijn van Nederlandse komaf; onze internationale reputatie is dus uitstekend. Het is fantastisch om in zo’n gemêleerd internationaal team samen te werken. Er is daarnaast optimaal onderwijs voor het personeel. Drie maal per week zijn er lectures en wekelijks worden internationale sprekers uitgenodigd. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek verricht, met name op het gebied van acute spierblessures. Al deze ingrediënten maken dit fellowship voor mij een verrijking. In de komende weekboeken beschrijf ik met plezier de belevenissen van het werken in deze cultuur.