Rookstoppolikliniek in het ziekenhuis

22-04-2011
Wanda de Kanter

Regelmatig wordt ons de vraag gesteld: ‘Waar halen jullie toch de tijd vandaan? Zijn jullie minder gaan werken?’ Nee, zeker niet, en dat willen we ook niet. We houden van ons vak en van patiëntenzorg. Daarbij is ons dagelijks werk de voeding van ons project. In het Rode Kruis Ziekenhuis werken we met 5 longartsen. We hebben een kwaliteitsslag gemaakt door een ‘kliniekweek’ in te stellen. Dat houdt in dat je eenmaal in de 5 weken 7 dagen verantwoordelijk bent voor de hele kliniek. Je superviseert de opvang van patiënten op de eerste hulp, op de Acute Opname- en Longafdeling en op de Intensive care. Daardoor kun je het ziektebeloop goed volgen en is er geen overdracht nodig. Je draait op die dagen een klein spreekuur. Je bent aanspreekpunt voor alle (huis)artsen. Ondertussen worden de longartsen op de polikliniek niet meer onderbroken, wat voor de patiënt en de arts een groot voordeel is. Dit schema levert compensatiedagen op waarin wij aan ons project kunnen werken.

De rookstoppolikliniek is een onderdeel van ons werk; het is belangrijk je te realiseren dat je dat niet zo maar even er bij doet of even opzet. De nicotineverslaving is de moeder der verslavingen: 4 miljoen rokers, waarvan 80% zou willen stoppen, en 1 miljoen stoppogingen ieder jaar, waarvan 95% (zonder begeleiding) mislukt. Het is vreemd dat een zo lastige verslaving er vaak even bij moet worden gedaan in de eerste lijn, terwijl er voor alle andere verslavingen gespecialiseerde centra zijn; gelukkig komt er dit jaar een kwaliteitsregister.

Onze opzet is als volgt: met een verwijzing van de huisarts komt de cliënt op het spreekuur. Hij vult van te voren een formulier in met zijn rookgewoontes. Anamnese en lichamelijk onderzoek volgen en op indicatie volgt spirometrie. De gezonde roker bestaat vrijwel niet: 20-30% heeft COPD of OSAS, er is veel comorbiditeit. Vervolgens voeren wij een motiverend gesprek. Wij zijn daarin getraind door Rollnick, de grondlegger van deze techniek in Engeland. De techniek komt voort uit de behandeling van alcoholverslaving, maar is inmiddels ook evidencebased als start voor rookstopbegeleiding. Nadat wij toestemming hebben gevraagd om het over het roken te hebben, inventariseren wij waarom iemand rookt, de motivatie om te stoppen, de ambivalentie en het zelfvertrouwen van de patiënt om te gaan stoppen. Daarna geven wij uitleg over de lichamelijke en de geestelijke verslaving. We leggen uit dat het hunkerende brein is als een kind in de supermarkt dat nú een ijsje wil, dat impulscontrole om de hunkering (3 minuten) te weerstaan nodig is, dat pillen en pleisters alleen dat deel verzachten, dat de geestelijke verslaving veel ernstiger en langduriger is. De pavlovreflex, jaren ingesleten, 20 x per dag: honderdduizenden keren verdwenen ontwenningsverschijnselen waardoor gedachtekronkels ontstonden: roken helpt tegen stress, verveling, et cetera. Stoppen is soms makkelijk; gestopt blijven, daar gaan we voor. Vervolgens krijgen cliënten de opdracht mee om ons (leen)boek te lezen en het stoppen-stappenplan in te vullen. Alleen als het huiswerk is gedaan komt de patiënt in aanmerking voor de rookstopgroep – een jaar lang.