Pijnprognose
Open

05-02-2010
Joost Zaat

Een van mijn maatjes doet spreekuur in een roze korset met allemaal zakken en alle patiënten lijken dat normaal te vinden. ’s Nachts heb ik een piep in mijn neus en ik weet zeker dat het komt omdat er een ontkiemende erwt in mijn sinus maxillaris groeit. Ik pulk hem eruit met een veiligheidsspeld en leg hem op mijn nachtkastje. De volgende ochtend kan ik hem niet vinden en dan, na vele minuten, begint het me te dagen. Ik kan altijd al aardig dromen, maar nu wordt het wel erg gek. Bij mijn ontslag vanwege mijn L1-fractuur kreeg ik diclofenac mee en geen morfine. Dat leek me niet genoeg, maar tegen protocollen ga ik niet meer in. Dus ondanks mijn voornemen patiënt te blijven, schreef ik ’s avonds toch maar een recept voor orale morfine. Mag dat wel van de inspectie, dacht ik nog. De dag voor de dromen had ik nog tegenover mijn maten volgehouden dat ik van die morfine helemaal niks merkte. Nou ja, minder pijn, maar in de war?

Als patiënt lever ik autonomie in: een lijf dat niet doet wat ik wil, anderen die zaken uit handen nemen, werk dat wegvalt. Eigen schuld, had ik maar niet moeten vallen. Allemaal vervelend, maar als mijn brein nu ook verandert, hoeveel mezelf ben ik dan nog? Elke ochtend voel ik 10 seconden na het wakker worden helemaal niks, pijn naar nul. Misschien moet het systeem even omschakelen, maar waarom kan ik dat dan niet zelf aan- en uitschakelen? Is er eigenlijk geen pijn, maar zet ik een knopje om? Hoe kan dat fysiologisch eigenlijk? Dat moet ik toch eens opzoeken. Eerst maar eens naar de prognose van een traumatische wervelfractuur. Vrolijk word ik niet daar niet van. Eigenlijk wil ik helemaal niks weten, en gewoon naar de dag van morgen. Prognose over het beloop van een luchtweginfectie, dat is nog wel te overzien. Maar wat moet ik met informatie dat een vijfde van de patiënten heel lang last blijft houden?

Net als echte patiënten houd ik pijnscores bij, maar wat is nu 0 en wat 10, laat staan dat er een duidelijk verschil is tussen 5 en 3? Voor mijn val was mijn theoretische 10 vast heel anders dan de echte 11 vlak daarna. En een paar dagen later is dat weer anders. Voor mijn greep in de pillenpot maakt het intussen niks uit: omdat ik wil lezen en schrijven, heb ik liever pijn dan hallucinaties. Zeker als ik zelf niet in staat ben op te merken dat ik hallucineer. Als ik het ’s avonds of ’s nachts echt zat ben, neem ik een snelwerkend morfinepilletje. Drie of 7 maakt me dan niet uit. Ik schrijf nog een keer een recept.

Die erwt blijft weg.

Ik zie wel hoe lang het duurt.