Hoewel richtlijnen antihistaminica en intranasale corticosteroïden als gelijkwaardige therapie voor hooikoorts beschouwen, kiezen jongeren liever voor een pil die ze alleen bij klachten innemen.
Hooikoorts (allergische rhinitis) treft ongeveer 23% van de Europese kinderen, maar de therapietrouw is met 40-72% laag. Gezamenlijke besluitvorming kan dat verbeteren, maar daarvoor is kennis over de specifieke voorkeuren van patiënten nodig. Ellen Tameeris-Kooiman (Erasmus MC) en collega’s voerden daarom een secundaire analyse uit op data van een andere Nederlandse studie, die de effectiviteit van verschillende behandelingen bij kinderen met hooikoorts onderzocht.
Die effectiviteit bleek vergelijkbaar. De onderzoekers wilden daarom achterhalen welke behandeling patiënten zelf het prettigst vinden. De 139 deelnemers waren verdeeld over drie groepen: antihistaminica (AH) zo nodig, intranasale corticosteroïden (INCS) dagelijks, of INCS zo nodig…
Reacties