Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Cardiologie, Postbus 30.001, 9700 RB Groningen.
Mw.dr.T.Jaarsma, mw.dr.M.H.L.van der Wal, mw.dr.I.Lesman-Leegte, mw.dr.M.L.Luttik, hr.dr.J.Hogenhuis, gezondheidswetenschappers; hr.drs.N.J.Veeger, statisticus; hr.prof.dr.W.H.van Gilst, klinisch farmacoloog; hr.prof.dr.H.L.Hillige, klinisch epidemioloog; hr.prof.dr.D.J.van Veldhuisen, cardioloog.
Rijksuniversiteit Groningen, afd. Klinische en Ontwikkelingspsychologie, Groningen.
Hr.prof.dr.R.Sanderman, psycholoog.
Universitair Medisch Centrum Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Utrecht.
Hr.prof.dr.A.W.Hoes, klinisch epidemioloog.
Deventer Ziekenhuis, afd. Cardiologie, Deventer.
Hr.drs.D.J.A.Lok, cardioloog.
Amphia Ziekenhuis, afd. Cardiologie, Breda.
Hr.dr.P.H.J.M.Dunselman, cardioloog.
Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Cardiologie, Amsterdam.
Hr.prof.dr.J.G.P.Tijssen, klinisch epidemioloog.
Waarde van lichte en intensieve begeleiding van patiënten...
Terecht merken Jaarsma et al. op dat een heropname van een hartfalenpatiënt niet altijd te voorkomen is (2008:2016-21). Dat had dan ook geen uitkomstmaat moeten zijn: met informatie en adviezen alleen voorkom je geen heropname voor hartfalen, laat staan overlijden. Buitengesloten zijn bijna twee derde van de gescreende patiënten, over wie niets wordt gezegd. Het niet kunnen invullen van een vragenlijst is een exclusiecriterium, maar er worden geen vragenlijstafhankelijke resultaten genoemd. De nierfuncties in de verschillende groepen zijn opvallend goed, maar het zijn juist de patiënten met een slechte nierfunctie, met veel aanpassingen van diuretica en ACE-inhibitie, bij wie de hartfalenverpleegkundige van groot nut is. Hieruit blijkt dat de patiëntengroepen in de ‘Coordinating study evaluating outcomes of advising and counselling in heart failure’(COACH)-studie anders zijn samengesteld dan de groep patiënten op de hartfalenpoliklinieken uit de alledaagse praktijk. De hartfalenverpleegkundige in het COACH-onderzoek deed geen interventie. Er werd geen serumwaarde van kalium gecontroleerd, geen diureticum op geleide van klachten of nierfunctie aangepast en geen medicatie 'opgetitreerd'. Daarmee verliest de studie veel relevantie omdat dit juist een belangrijk onderdeel van de dagelijkse praktijk is. Het is prijzenswaardig dat de auteurs in de discussie expliciet verwijzen naar de ‘Deventer en Alkmaar hartfalen’(DEAL-HF)-studie, waarin wel een interventie wordt onderzocht [1]. Het zou interessant zijn om te weten bij hoeveel patiënten uit de verschillende groepen de dosis bètablokker tijdens de studie is opgetitreerd (de percentages bètablokkergebruikers aan het begin van de studie zijn opvallend laag, in alle 3 de groepen). Bovendien begrijpen wij niet dat een intensieve begeleiding juist zou leiden tot heropnamen. Tenslotte zou de publicatie aan helderheid hebben gewonnen wanneer de auteurs hadden vermeld dat de studie is uitgevoerd in een tijd dat de meeste meewerkende ziekenhuizen hun hartfalenpolikliniek nog aan het opbouwen waren. Kortom, in de COACH-studie onderzoekt men een patiëntengroep die geen afspiegeling (meer) is van de dagelijkse cardiologische praktijk, zonder interventie en zonder goede uitkomstmaat, en de publicatie ervan is voor zowel gezondheidswerkers als beleidsmakers verwarrend. Literatuur [1] De la Porte PW, Lok DJ, Van Veldhuisen DJ, Van Wijngaarden J, Cornel JH, Zuithoff NP, et al. added value of a physician-and-nurse-directed heart failure clinic: results from the Deventer Alkmaar heart failure study. Heart. 2007;93:819-25. Nijmegen, september 2008 Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen Dr. Evert J.P. Lamfers, cardioloog Drs. Don P. Hertzberger, cardioloog C.W. Menke-van der Houven van Oordt, arts G. van Til, nurse practitioner K. van Zutphen, hartfalenverpleegkundige J. Kloek, hartfalenverpleegkundige