Voedingsinterventie en follow-up-onderzoek bij macrobiotisch gevoede kinderen van 1 tot 2 jaar

Onderzoek
P.C. Dagnelie
W.A. van Staveren
F.J.V.R.A. Vergote
J.G.A.J. Hautvast
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:341-5
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Als vervolg op een beschrijvend onderzoek naar de voedingstoestand en groei van macrobiotisch gevoede kinderen (n = 53) werd een interventie-onderzoek uitgevoerd bij 27 kinderen met duidelijke voedingsdeficiënties. Het interventieprogramma bestond uit een informatiebrochure met de voedingswaarden van macrobiotische en andere voedingsmiddelen, een regelmatig verschijnende nieuwsbrief en het advies om voor voedingsaanpassing contact met een macrobiotisch consulent op te nemen.

Aanpassingen binnen de macrobiotische voeding bleken niet tot verbetering van de groei en bloedbepalingen te leiden. Als gevolg van deze resultaten is in de macrobiotische beweging een groeiende bereidheid ontstaan de macrobiotische voeding op essentiële punten bij te stellen. Als aanvulling zijn aanbevolen: een vetbron (minimaal 20-25 gdag), vette vis (minimaal 100-150 gweek) en melkprodukten (minimaal 150-250 gdag).

Inleiding

Zie ook het artikel op bl. 316.

Inleiding

Er is weinig informatie beschikbaar over de voedingstoestand van Nederlandse alternatief gevoede kinderen.12 Bij een oriënterend onderzoek bij lacto-vegetarisch, antroposofisch en macrobiotisch gevoede peuters van 1-3 jaar bleek dat vooral de macrobiotisch gevoede groep naar inneming van voedingsstoffen, lengte en gewicht sterk van gangbaar gevoede kinderen afweek.3 De macrobiotische voeding bestaat uit granen, groenten en peulvruchten met kleine hoeveelheden zeewier, gefermenteerde produkten, noten en zaden, en af en toe vis.4 Niet gebruikt worden vlees, zuivelprodukten en vitamine D-suppletie. Vis wordt meestal niet aan jonge kinderen gegeven.

Als vervolg op het bovengenoemde onderzoek vond een beschrijvend semi-longitudinaal onderzoek plaats bij macrobiotisch gevoede kinderen in de leeftijdsgroep van 4-18 maanden (n = 53) en bij een gematchte, gangbaar gevoede controlegroep (n = 57). Er bleken tekorten te bestaan aan energie, eiwit, calcium, ijzer, vitamine B2, vitamine B12 en vitamine D, met als belangrijkste gevolgen ernstige groeivertraging, vertraagde psychomotorische ontwikkeling, dystrofie door sterke vermagering, rachitis en afwijkende waarden van bloedonderzoek.5-10

In dit artikel doen wij verslag van een interventie-onderzoek bij dezelfde groep kinderen. Vraagstellingen voor dit onderzoek waren:

– Leidt aanpassing van de voeding binnen de richtlijnen van de macrobiotiek tot verbetering van de voedingstoestand van de onderzochte kinderen?

– Welke uit wetenschappelijk oogpunt voorgestelde voedingswijzigingen zijn voor de betrokken ouders acceptabel?

– Hoe hoog is de prevalentie van rachitis in de winter?

Deelnemers en methoden

Algemeen

In dit artikel wordt met ‘interventie’ bedoeld: het verstrekken van voedingsinformatie en -voorlichting aan zich macrobiotisch voedende ouders. De mogelijkheid om een gecontroleerd interventieonderzoek te verrichten was uitgesloten, aangezien de meeste zich macrobiotisch voedende ouders onderling regelmatig contact hadden. Ook ethische overwegingen speelden hierbij een rol.

Informatie

De bevindingen bij het eerste pediatrisch onderzoek en bloedonderzoek (augustus-november 1986) werden beoordeeld. In geval van duidelijke, riskante tekorten werden de ouders hiervan direct telefonisch op de hoogte gesteld. Na afloop ontvingen de ouders de schriftelijke uitslagen met een afschrift voor huisarts of vertrouwenspersoon (meestal een consulent voor macrobiotiek).

Voedingsvoorlichting

Gedurende een periode van 4 maanden (januari-mei 1987) werd voedingsvoorlichting gegeven. Deze bestond uit het verstrekken van een brochure met de voedingswaarde van macrobiotische en andere voedingsmiddelen, een regelmatig verschijnende nieuwsbrief en een telefonisch spreekuur. Specifiek werd het gebruik van extra vetolie als energiebron en vette vis als vitamine B12- en vitamine D-bron geadviseerd.

Als mogelijk alternatief werden enkele wieren (spirulina en nori) aanbevolen, aangezien deze volgens een radio-immuno-assay rijk aan vitamine B12 zouden zijn.11 Desgewenst werd een lijst met in de handel verkrijgbare vitamine D-supplementen verstrekt. Voor nadere voedingsadviezen werd aangeraden contact op te nemen met een consulent voor macrobiotische voeding.

Populatie

De bovengenoemde informatie werd aan alle ouders ter beschikking gesteld. Voor het vervolgonderzoek werden 31 van 53 macrobiotisch gevoede kinderen geselecteerd met ernstige groeivertraging (n = 21), dystrofie (n = 12) en (of) sterk afwijkende gehalten in het bloed van ijzer (n = 6), vitamine B12 (n = 8), of vitamine B2 (n = 5). Teneinde een representatief beeld van de rachitisprevalentie in de winter (maart 1987) te krijgen, werd het al dan niet aanwezig zijn van rachitis niet als selectiecriterium gehanteerd. Er bestond geen verschil tussen de geselecteerde en niet-geselecteerde kinderen met betrekking tot vóórkomen van rachitis en bloedwaarden van 25-OH-vitamine D, calcium, fosfaat en alkalische fosfatase. Bij 27 kinderen waren de ouders tot deelname bereid; antropometrische gegevens waren van 26 kinderen beschikbaar.

Tijdschema

De 27 kinderen werden in januari, maart en mei 1987 bezocht. Bij elk bezoek werden lichaamsgewicht, lichaamslengte en armomtrek gemeten en werd de voeding nagegaan met behulp van de 24-uursnavraagmethode, aangevuld met gegevens over de gebruiksfrequentie en hoeveelheid van vetten, dierlijke produkten en wieren. Het tweede bezoek (in maart) werd gecombineerd met een pediatrisch onderzoek en bloedafname.

Bij 48 kinderen van de oorspronkelijke 53 deelnemers aan het beschrijvende onderzoek werden kort na het bereiken van de tweejarige leeftijd nogmaals antropometrische metingen verricht.

Technieken en verwerking

Details over meettechnieken en biochemische bepalingen zijn elders uitvoerig beschreven.7-10 De antropometrische metingen werden verricht door dezelfde twee waarnemers als in het beschrijvende onderzoek. Het pediatrisch onderzoek werd verricht door dezelfde kinderarts als tijdens het beschrijvende onderzoek, zonder voorafgaande inzage ervan. Dystrofie werd gedefinieerd als de aanwezigheid van een sterke trofische stoornis van huid- en onderhuids vet- en spierweefsel in combinatie met hypotonie en spierzwakte.8 Van lichamelijke tekenen van rachitis werd gesproken indien ten minste 3 symptomen van rachitis aanwezig waren met inbegrip van ten minste één specifiek symptoom.10 De voedingsstoffen-inneming werd berekend uit de 24-uursnavraagmethode met behulp van de NEVO-tabel1214 en eigen analyse van 50 macrobiotische produkten.13 De vitamine B12- en vitamine D-inneming werden berekend uit de semi-quantitatieve voedselfrequentiegegevens.

Statistische verwerking

Verschillen tussen groepen werden getoetst met behulp van de t-toets voor twee steekproeven en veranderingen tussen twee tijdstippen met de t-toets voor gepaarde waarnemingen. Een verschil in alkalische-fosfatasegehalte werd vanwege de scheve verdeling getoetst met de rangtekentoets. De correlatie tussen de plasmaconcentraties van 25-OH-vitamine D en alkalische fosfatase is berekend als Spearman's rangcorrelatie.

Resultaten

Het aantal kinderen dat vis kreeg nam toe van vrijwel nihil tijdens het beschrijvende onderzoek tot 81 na interventie (mei 1987). Aanvankelijk (tot maart 1987) betrof deze toename alleen magere vis, maar later ook vette vis. Ook het gebruik van nori, een zeewier dat als potentiële vitamine B12-bron was aanbevolen, nam toe van vrijwel nihil tot 65. Beperkt bleef het gebruik van vitamine D-supplementen (tot 16), extra vet (tot 15) en melkprodukten (tot 23).

De gebruikte hoeveelheden van deze produkten bleven in het algemeen gering, bijvoorbeeld voor vis 57 gram per week, waarvan 13 gram vette vis, en voor vet 5 gram per dag. Slechts één kind kreeg meer dan 25 gram melkprodukten per dag.

De gemiddelde inneming van energie en voedingsstoffen, die ten tijde van het beschrijvende onderzoek aanzienlijk beneden de aanbevolen hoeveelheden lag, was niet gewijzigd (tabel 1). Alleen de vitamine B12-inneming was toegenomen van 0,3 tot 0,7 µg per dag (p 12 in het plasma gestegen van 126 tot 168 pmoll (p (tabel 2). Ook de vitamine B2-status was niet verbeterd. De concentraties in het plasma van 25-OH-vitamine D (25-OH-D) en calcium waren sterk gedaald in vergelijking tot de voorafgaande zomer. De verhoging in de alkalische-fosfatase-activiteit was door de grote spreiding niet statistisch significant. Er bestond echter wel een sterk negatief verband met de 25-OH-D-concentratie (r = -0,51; p

In de figuur is het verloop van lichaamsgewicht, lichaamslengte en armomtrek bij drie cohorten macrobiotisch gevoede kinderen weergegeven, uitgedrukt als standaarddeviatiescores (SDS). De verwachting voor een populatie met normale groei is een horizontaal verloop rond SDS = o, overeenkomend met de 50e percentiel (P50). Het is te zien dat de curves bij macrobiotisch gevoede kinderen van 4 tot 12 maanden sterk daalden, gevolgd door een stabilisatie voor lichaamsgewicht en armomtrek vanaf 12 maanden en een beperkte inhaalgroei vanaf 16 maanden. Voor lengte zette de daling zich voort tot 16 à 18 maanden en vond tot het einde van de observatieperiode (2 jaar) geen inhaalgroei plaats. Hoewel het lichaamsgewicht en de armomtrek van de kinderen tijdens de interventieperiode sneller toenamen dan in de voorafgaande periode (p 0,10) wanneer de vergelijking werd beperkt tot kinderen van dezelfde leeftijd. Tien kinderen werden als duidelijk dystrofisch aangemerkt (37) in vergelijking tot 12 kinderen (44) van de interventiegroep bij het eerdere beschrijvende onderzoek (p > 0,10).

Beschouwing

Dit onderzoek vloeide voort uit een eerder, beschrijvend en semi-longitudinaal onderzoek naar de voedingstoestand en groei van macrobiotisch gevoede kinderen.5-10 Gezien de ernst van de tekorten die in dat onderzoek waren gebleken, werden de Nederlandse consulenten voor macrobiotische voeding onmiddellijk van de situatie op de hoogte gesteld en werd met een interventie-onderzoek begonnen. Na consultatie van toonaangevende Nederlandse en Belgische consulenten voor macrobiotiek beperkten de meeste ouders zich tot het geven van meer zeewier, en andere aanpassingen binnen de macrobiotische richtlijnen. Deze voedingswijzigingen bleken noch op de inneming van voedingsstoffen, noch op de groei en op de bloedbepalingen een noemenswaardig effect te hebben. De prevalentie van rachitis in maart 1987 (55) was tweemaal zo hoog als in de voorafgaande zomer. Ook het stijgen van de concentratie van vitamine B12 in het plasma door de sterk gestegen wierconsumptie leidde tegen de verwachting in niet tot enige verbetering van aan de erytrocyt gebonden waarden, zoals MCV. Kennelijk is het vitamine B12 in wieren voor de mens niet biologisch beschikbaar. Dit wordt door recent Amerikaans onderzoek bevestigd.20

Een toeneming in de consumptie van vette vis, zoals door ons was aanbevolen, vond pas plaats na afloop van het herhaalde pediatrisch en hematologisch onderzoek (maart 1987). Overleg met de belangrijkste internationale leraar in de macrobiotiek, de heer Michio Kushi te Boston (VS) en Nederlandse consulenten leidde tot een gemeenschappelijk rapport, dat in juni 1987 aan alle 250 Nederlandse zich macrobiotisch voedende gezinnen werd toegezonden. Ook werden deze aanbevelingen gepresenteerd op macrobiotische studiebijeenkomsten in Nederland en in het buitenland. Dit bleek tot een toenemende acceptatie van onze aanbevelingen door Nederlandse macrobiotische gezinnen te leiden.

Aanbevolen is de macrobiotische voeding aan te vullen met een vetbron (ten minste 20-25 gdag), vette vis (ten minste 100-150 gram per week) en melkprodukten (ten minste 150-250 mldag). Vette vis is de enige redelijke vitamine D-bron in de voeding en bevat bovendien 5-10 maal zoveel vitamine B12 als magere vis. Bovendien werd geadviseerd de hoeveelheid vezel in de voeding te verlagen. Een aldus aangepaste macrobiotische voeding voldoet in grote lijnen aan de aanbevolen hoeveelheden, maar niet indien melkprodukten worden uitgesloten (zie tabel 1). De vitamine D-voorziening zou weliswaar voldoende zijn om lichamelijke symptomen van rachitis te voorkomen,15 maar oplettendheid op dit punt blijft geboden.

De auteurs willen hun erkentelijkheid uitspreken aan de ouders en consulenten voor macrobiotische voeding voor hun voortreffelijke medewerking aan dit onderzoek. Aan het Praeventiefonds, het Ministerie van Landbouw en Visserij en de Landbouwuniversiteit spreken wij onze dank uit voor de financiële steun aan dit project. Verder willen wij de volgende personen danken: mw.S.A.J.M.Verschuren, diëtist, en drs.J.Burema, statisticus (Vakgroep Humane Voeding, Wageningen), dr.P.G.Dingjan, biochemicus, R.Mulder en H.Leever, analisten (Ziekenhuis Gelderse Vallei, Wageningen), evenals dr.H.van den Berg, biochemicus, mw.J.van Rooyen-van Beek, P.G.Boshuis en G.Pieters, analisten (CIVO-TNO, Zeist).

Literatuur
  1. Schulpen TWJ. Opnieuw rachitis in Nederland.Ned Tijdschr Geneeskd 1982; 126:610-3.

  2. Kok JH, Tegelaers WHH, Zaane DJ van. Alternatieve voedingen de gezondheidstoestand van zuigelingen en kleuters, speciaal bijborstvoeding. In: Het Medisch Jaar. Utrecht: Bohn, Scheltema & Holkema,1983:237-50.

  3. Staveren WA van, Dhuyvetter JHM, Bons A, Zeelen M,Hautvast JGAJ. Food consumption and heightweight status of Dutchpreschool children on alternative diets. J Am Diet Assoc 1985; 85:1579-84.

  4. Kushi M. Makrobiotiek, de universele weg van gezondheid engeluk. Deventer: Ankh-HermesSpiraal, 1978.

  5. Dagnelie PC, Staveren WA van, Vergote FJVRA, HautvastJGAJ. Macrobiotische kindervoeding. Med Contact 1989; 44: 821-4.

  6. Dagnelie PC. Nutritional status and growth of children onmacrobiotic diets: a population-based study. Wageningen, 1988.Proefschrift.

  7. Dagnelie PC, Staveren WA van, Verschuren SAJM, HautvastJGAJ. Nutritional status of infants on macrobiotic diets aged 4 to 18 monthsand matched omnivorous control infants: a population-based mixed-longitudinalstudy. I. Weaning pattern, energy and nutrient intake. Eur J Clin Nutr 1989;43: 311-23.

  8. Dagnelie PC, Staveren WA van, Vergote FJVRA, et al.Nutritional status of infants aged 4 to 18 months on macrobiotic diets andmatched omnivorous control infants: a population-based mixed-longitudinalstudy. II. Growth and psychomotor development. Eur J Clin Nutr 1989; 43:325-38.

  9. Dagnelie PC, Staveren WA van, Vergote FJVRA, Dingjan PG,Berg H van den, Hautvast JGAJ. Increased risk of vitamin B12 and irondeficiency in infants on macrobiotic diets. Am J Clin Nutr 1989; 50:818-24.

  10. Dagnelie PC, Vergote FJVRA, Staveren WA van, Berg H vanden, Dingjan PG, Hautvast JGAJ. High prevalence of rickets in infants onmacrobiotic diets. Am J Clin Nutr (ter perse).

  11. Berg H van den, Dagnelie PC, Staveren WA van. Vitamin B12and seaweed. Lancet 1988; i: 242-3.

  12. Anonymus. NEVO-tabel: Nederlands voedingsstoffenbestand1986-1987. (Versie van 1985.) Den Haag: StichtingNEVOVoorlichtingsbureau voor de Voeding.

  13. Willems MAW, Graaf TW de, Katan MB, Hollman PCH, StaverenWA van, Bovenkamp P van de. Voedingsmiddelenanalyses van de Vakgroep HumaneVoeding en het Rijks-Kwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwprodukten.Deel VIII. Alternatieve voedingsmiddelen. Wageningen: Vakgroep Humane Voedingen Rijks-Kwaliteitsinstituut, 1987.

  14. Voedingsraad. Commissie Voedingsnormen. Aanbevolenhoeveelheden energie en voedingsstoffen. In: Nederlandsevoedingsmiddelentabel, aanbevolen hoeveelheden energie en voedingsstoffen.Den Haag: Voorlichtingsbureau voor de Voeding, 1981.

  15. Voedingsraad. Commissie Voedingsnormen. Aanbevolenhoeveelheden vitamine D in de voeding. Voeding 1982; 43: 268-73.

  16. Passmore R, Nicol BM, Narayano Rao M, et al. Handbook ofhuman nutritional requirements. Monograph series nr. 61. Genève: WHO,1974.

  17. Food and Nutrition Board, Committee on DietaryAllowances. Recommended daily allowances. 9th ed. Washington DC: NationalAcademy of Sciences, 1980.

  18. Roede MJ, Wieringen JC van. Growth diagrams 1980:Netherlands third nation-wide survey. Tijdschr Sociale Gezondheidszorg 1985;63: 602-5.

  19. Gerver WJM. Measurement of the body proportions inchildren: the Oosterwolde study. Groningen, 1988. Proefschrift.

  20. Specker BL, Ho M, Miller D, Norman E. Association betweendecreased stature and vitamin B12 deficiency in vegetarian children. PediatrRes 1988; 23: 294-4.

Auteursinformatie

Landbouwuniversiteit, Vakgroep Humane Voeding, Postbus 8129, 6700 EV Wageningen.

Dr.ir.P.C.Dagnelie en prof.dr.W.A.van Staveren, voedingskundigen; F.J.V.R.A.Vergote, kinderarts; prof.dr.J.G.A.J.Hautvast, arts-voedingskundige.

Contact prof.dr.W.A.van Staveren

Gerelateerde artikelen

Reacties