Verduidelijking van de relatie tussen chronische vermoeidheid en psychiatrische stoornissen in de eerste lijn

Onderzoek
J. Wiersma
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:482
Download PDF

Eerder onderzoek binnen een specialistische setting wees op het verband tussen zowel chronische vermoeidheid (CV) en het chronische-vermoeidheidsyndroom (CVS) enerzijds en psychiatrische stoornissen anderzijds. Wessely et al. hebben dit nu onderzocht in een eerstelijnspopulatie.1 Het betreft een in 3 fasen uitgevoerd prospectief cohortonderzoek, dat is afgerond met een ‘genest’ patiënt-controleonderzoek.

In fase 1 werden uit 6 huisartspraktijken alle personen tussen 18 en 34 jaar (n = 15.283) gescreend door middel van vragenlijsten. In fase 2 werden 2 cohorten gevormd van personen bij wie een virale infectie vermoed werd (n = 1199) en een in leeftijd vergelijkbare controlegroep (n = 1177). Fase 3 betrof een follow-uponderzoek bij beide cohorten na 6 maanden (n = respectievelijk 1010 en 975), zodat vastgesteld kon worden bij wie zich al dan niet CV of CVS had ontwikkeld. Het bleek dat virale infecties nauwelijks invloed hadden op het ontstaan van CV of CVS.2 Bij 214 personen bleek op basis van de al verzamelde gegevens CV te bestaan, van wie er 185 (86) konden worden geïnterviewd. Van de 214 gematchte controlepersonen (geen CV of CVS) waren dat er 193 (90).

Er werden 3 definities voor CV gebruikt: (a) ‘CV’: van toepassing bij eenieder met chronische vermoeidheid (idiopathische CV en CVS tezamen); (b) ‘idiopathische CV’: CV die niet voldeed aan de criteria van het CVS; en (c) ‘CVS’: CV die voldeed aan de criteria van de Centers for Disease Control voor het CVS. Noch door middel van het somatische klachtenpatroon, noch door middel van de aan- of afwezigheid van psychiatrische klachten bleken deze 3 omschrijvingen van elkaar te onderscheiden.

De ‘General health questionnaire’ en de ‘Revised clinical interview schedule’ werden gebruikt om een actuele psychiatrische stoornis vast te stellen. Volgens beide maten bleek dat een actuele psychiatrische stoornis 10 maal zo vaak voorkwam bij nieuwe patiënten met CV als bij degenen zonder CV. Ook bij nieuwe gevallen van CVS bleek een actuele psychiatrische stoornis vaker voor te komen (oddsratio's resp. 6,0 en 7,2).

Door middel van de ‘Hospital anxiety and depression scale’ bleek bij de CV-groep bij 56 (30,3) personen een depressie te bestaan, welk aantal daalde naar 31 (16,8) na weglating van het item ‘moeheid’. Bij 81 (43,8) bleek een angststoornis te bestaan. Van de 36 personen met CVS hadden er 17 (47,2) een depressie, welk aantal daalde naar 10 (27,8) na weglating van het item ‘moeheid’. Bij 19 (52,8) bleek een angststoornis te bestaan. Bij uitsluiting van comorbide psychiatrische problematiek verzwakte het verband tussen CV en een eerdere psychiatrische stoornis slechts in geringe mate.

De auteurs wijzen erop dat het verband tussen een psychiatrische stoornis en CVS een logisch gevolg is van de overlap van criteria gebruikt bij psychiatrische diagnostiek en CVS. Dit blijft zo, ook al wordt het item ‘moeheid’ weggelaten of worden schalen gebruikt waarbij somatische symptomen die samenhangen met een psychiatrische stoornis of CVS worden vermeden. Ook is geen karakteristiek profiel van (somatische) klachten aangetoond voor CVS, wat volgens de auteurs pleit tegen het onderscheiden van een aparte diagnose ‘CVS’.

De auteurs concluderen dat personen met CVS een 6 maal grotere kans op een psychiatrische stoornis hebben als personen zonder deze diagnose. Eerdere emotionele problemen, eerder gebruik van psychotrope medicatie of een psychiatrische stoornis in de voorgeschiedenis lijken risicofactoren voor het ontstaan van CVS. Het eerder vastgestelde verband tussen CV en psychiatrische stoornissen in een specialistische setting blijkt nu ook voor de huisartspraktijk op te gaan.

De resultaten pleiten onzes inziens voor expliciete aandacht voor nadere psychiatrische diagnostiek bij vermoeden van CV of CVS.

Literatuur
  1. Wessely S, Chalder T, Hirsch S, Wallace P, Wright D.Psychological symptoms, somatic symptoms, and psychiatric disorder in chronicfatigue and chronic fatigue syndrome: a prospective study in the primary caresetting. Am J Psychiatry 1996;153:1050-9.

  2. Wessely S, Chalder T, Hirsch S, Pawlikowska T, Wallace P,Wright D. Postinfectious fatigue: prospective cohort study in primary care.Lancet 1995;345:1333-8.

Gerelateerde artikelen

Reacties