Veel somberheid en angst onder slechtziende ouderen

Esther van Osselen
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:C2491

Slechtziende en blinde ouderen hebben vaker een depressie of angststoornis dan leeftijdsgenoten zonder visuele handicap. Dat blijkt uit vergelijking van een cohort van 615 slechtziende Nederlandse ouderen met ruim 1200 deelnemers aan de LASA, de Longitudinal Aging Study Amsterdam (Invest Ophthalmol Vis Sci. 2015;56:849-54).

Hilde van der Aa van het VUmc en haar collega's rekruteerden hun deelnemers onder patiƫnten van 'low vision'-poliklinieken. Zij namen 615 slechtziende ouderen telefonisch vragenlijsten en gestructureerde interviews af waarmee zij zowel symptomen van somberheid en angst als klinische diagnoses van een depressie of angststoornis konden ontdekken. Het gaat om een 'baseline'-meting voor een RCT naar 'stepped care' voor angst en depressie bij slechtziende ouderen, die tot 2016 zal lopen. De controlegroep bestond uit ruim 1200 ouderen die in 2008 en 2009 deelnamen aan de LASA. Ook bij hen werden vragenlijsten en gestructureerde interviews afgenomen. Voor verschillen in man-vrouwverdeling en leeftijd tussen de cohorten werd met statistische methoden gecorrigeerd.

Het werd duidelijk dat slechtziende ouderen aanzienlijk somberder en angstiger zijn dan leeftijdsgenoten: 5,4% voldeed aan alle criteria voor depressie, tegenover 1,2% van de controlegroep. Angststoornissen waren er bij 7,5% van de slechtzienden versus 3,2% van de leeftijdsgenoten. Met name sociale fobie en agorafobie kwamen bij slechtzienden vaker voor. In totaal had 2,3% van de slechtzienden een depressie en een angststoornis, 10 keer zo veel als in de controlegroep. Al deze verschillen waren statistisch significant. Een verklaring geven Van der Aa en collega's niet, wel zien ze de uitkomsten als aansporing om symptomen van angst en somberheid vroeg te signaleren en gerichte interventies te ontwikkelen om verergering te voorkomen.

Reacties