Uitkomsten na reanimatie in het ziekenhuis

De ROUTiNE-studie
Onderzoek
Marc Schluep*
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D1873
Download PDF

Achtergrond en het waarom van de studie

Er is weinig bekend over de uitkomsten op lange termijn voor patiënten die worden gereanimeerd in het ziekenhuis. De informatie die we hebben komt met name uit de Verenigde Staten en is mogelijk niet direct te vertalen naar de Nederlandse situatie. Daarnaast wordt vaak alleen de overleving gerapporteerd en niet zozeer de kwaliteit van leven of functionele status van de patiënt. Juist deze patiëntgerichte uitkomstmaten worden in toenemende mate belangrijk in reanimatieonderzoek.1 De combinatie van deze uitkomsten met pre-existente patiëntfactoren kan een handvat bieden voor het afspreken van een wel- of niet-reanimerenbeleid.1,2 Met de ROUTiNE-studie willen we een beeld krijgen van reanimaties in Nederlandse ziekenhuizen en de langetermijnuitkomsten.

Vraagstelling

Wat zijn de 1-jaarsoverleving, kwaliteit van leven en functionele status van patiënten die tijdens een verblijf in het ziekenhuis worden gereanimeerd?

Opzet van het onderzoek

De ‘Resuscitation outcomes in the Netherlands’(ROUTiNE)-studie is een prospectief multicentrisch onderzoek dat vanaf januari 2017 plaatsvindt in 15 Nederlandse ziekenhuizen. We includeren alle patiënten van 18 jaar of ouder die worden gereanimeerd tijdens een ziekenhuisopname of polikliniekbezoek, of elders in het ziekenhuis, zoals de OK, IC, Hartbewaking (CCU) en de SEH als patiënten daar een hartstilstand krijgen. Exclusiecriteria zijn een opzettelijke hartstilstand of aritmie (bijvoorbeeld bij hartchirurgie of elektrofysiologisch onderzoek), en een reanimatie ≤ 24 h na een reanimatie buiten de muren van het ziekenhuis.

Alle geïncludeerde patiënten worden gedurende hun verblijf in het ziekenhuis gevolgd tot ontslag of overlijden. We registreren hierbij patiëntgerelateerde factoren, zoals conditie en comorbiditeit, gegevens over de behandeling en ziekenhuisfactoren, zoals het gebruik van spoedinterventieteams en de organisatie van reanimatiezorg. De ontslagen patiënten wordt informed consent gevraagd en zij ontvangen 3 en 12 maanden na de reanimatie een gevalideerde vragenlijst thuis over hun fysiek en geestelijk welbevinden. Het beoogde aantal geïncludeerde patiënten is 600.

Te verwachten resultaten en implementatie

Naast het feit dat deze studie een overzicht geeft van de Nederlandse reanimatiepraktijk, is het de eerste studie van dergelijke omvang die overleving en kwaliteit van leven tezamen onderzoekt. We verwachten dat de resultaten clinici een goed handvat bieden om het gesprek aan te gaan met de patiënt. Daarnaast hopen we dat de studieresultaten zullen leiden tot een verdere vergroting van de patiëntveiligheid en dat ze wellicht de aanzet zijn tot een landelijke registratie.

Aanmelden

Voor deelname aan de studie kunt u zich aanmelden via routine@erasmusmc.nl. Meer informatie over de studie is te vinden op www.erasmusmc.nl/routine en via het Nederlands Trial Register (NTR6145).

Dit artikel besteedt aandacht aan recent gestart klinisch multicentrisch onderzoek in Nederland.

Literatuur

  1. Bossaert LL, Perkins GD, Askitopoulou H, et al; ethics of resuscitation and end-of-life decisions section Collaborators. European Resuscitation Council Guidelines for Resuscitation 2015: Section 11. The ethics of resuscitation and end-of-life decisions. Resuscitation. 2015;95:302-11. Medline

  2. Van Spil WE, van Vliet J, Bosch FH. De uitkomsten van reanimaties in het ziekenhuis. Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:A9631.

Auteursinformatie

*Namens het ROUTiNE-consortium, waarvan de leden aan het eind van dit artikel worden vermeld.

Erasmus MC, afd. Anesthesiologie, Rotterdam.

Contact Drs. M. Schluep, aios anesthesiologie

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning voor dit artikel: de auteur ontvangt een persoonlijke subsidie voor onderzoek naar patiëntveiligheid van de European Society of Anaesthesiology.

Verantwoording

Het ROUTiNE-consortium bestaat uit: prof.dr. Robert Jan Stolker, afdelingshoofd, en dr. Sanne Elisabeth Hoeks, epidemioloog (beiden: Erasmus MC, afd. Anesthesiologie); dr. Henrik Endeman, internist-intensivist (OLVG, Amsterdam); dr. Michiel Blans en dr. Frank Bosch, internisten-intensivisten (beiden: Rijnstate, Arnhem); dr. Evert-Jan Wils, internist-intensivist (Franciscus Gasthuis & Vlietland, Rotterdam); prof.dr. Nardo van der Meer, anesthesioloog-intensivist (Amphia Ziekenhuis, Breda); dr. Ankie Koopman, anesthesioloog (Albert Schweitzer ziekenhuis, Dordrecht); dr. Marco Knook, cardioloog-intensivist (Reinier de Graaf Gasthuis, Delft); drs. Trudy van Melsen, internist-intensivist, en dr. Anouk van Alem, cardioloog (beiden: Haaglanden MC); dr. Wytze Vermeijden, anesthesioloog-intensivist (Medisch Spectrum Twente); Francis de Smet, BEd, reanimatiecoördinator (ZorgSaam Zeeuws-Vlaanderen); dr. Patrick Perik, cardioloog, en Ramon Soer, reanimatiecoördinator (beiden: Deventer Ziekenhuis); dr. Chris Hukshorn, internist-intensivist (Isala, Zwolle); dr. Jan Assink, internist-acuut geneeskundige, en drs. W. van Bockel, anesthesioloog (beiden: Maasstad Ziekenhuis Rotterdam).

Reacties