Traanwegsondage bij jonge kinderen met een aangeboren traanwegobstructie in het Universitair Medisch Centrum Utrecht: doorgaans een effectieve behandeling

Onderzoek
Abstract
M.E.J. van Velthoven
D. Wittebol-Post
T.T.J.M. Berendschot
M.P. Mourits
Leestijd
13 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Eén op de vijf pasgeborenen heeft regelmatig ‘vieze, tranende ogen’.1 In de mediale ooghoek bevindt zich mucopurulent secreet en tussen de wimpers bevinden zich veel crustae. Soms is het slijmvlies van het oog daarbij geïnjiceerd. Door de ouders of verzorgers van het kind worden de verschijnselen dikwijls geïnterpreteerd…

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum Utrecht, divisie Hoofd-Hals, afd. Oogheelkunde, Postbus 85.500, 3508 GA Utrecht.

Mw.M.E.J.van Velthoven, arts-onderzoeker (thans: Academisch Medisch Centrum/Universiteit van Amsterdam, afd. Oogheelkunde, Amsterdam); mw.dr.D.Wittebol-Post en dr.M.P.Mourits, oogartsen; dr.T.T.J.M.Berendschot, fysicus.

Contact dr.M.P.Mourits (m.p.mourits@oogh.azu.nl)

Reacties

Amsterdam, april 2003,

In het artikel van Van Velthoven et al. wordt een aantal aanbevelingen gedaan over pasgeborenen met ‘vieze, tranende ogen’ (2003:764-8).

Het artikel bespreekt operatieve (traanwegsondage) en conservatieve behandeling (schoonmaken van de ogen, masseren van de traanweg en eventueel toedienen van oogdruppels) en pleit voor conservatieve therapie, in ieder geval gedurende de eerste 3 maanden. Nergens wordt gesproken over de mogelijkheid van verticale transmissie van een seksueel overdraagbare aandoening.

In Amsterdam werd onder jongere Surinaamse en Antilliaanse vrouwen een hoog percentage asymptomatische Chlamydia-infecties vastgesteld, te weten 5,2% bij de systematische screening en 22,2% bij de opportunistische screening.1 2 Als huisarts in een gezondheidscentrum in een multiculturele wijk in Amsterdam met een toename van Chlamydia- en gonorroe-infecties,3 doe ik de laatste tijd bij persisterende oogafscheiding bij pasgeborenen nog wel eens een Chlamydia-test. Die valt – niet geheel onverwacht – soms positief uit. Adviezen over ooghygiëne en traanzakmassage moeten in dat geval worden aangepast.

Van belang is te weten dat Chlamydia-conjunctivitis bij pasgeborenen niet goed reageert op oogdruppels en systemisch moet worden behandeld. En niet onbelangrijk: dat moeder en haar partner(s) ook behandeld dienen te worden.

J. van Bergen
Literatuur
  1. Valkengoed IGM van, Boeke AJP, Brule AJC van den, Morré SA, Dekker JH, Meijer CJCM, et al. Systematische opsporing van infecties met Chlamydia trachomatis bij mannen en vrouwen zonder klachten in de huisartspraktijk met behulp van per post verstuurde urinemonsters. [LITREF JAARGANG="1999" PAGINA="672-6"]Ned Tijdschr Geneeskd 1999;143:672-6.[/LITREF]

  2. Hoek JAR van den, Mulder-Folkerts DKF, Coutinho RA, Dukers NHTM, Buimer M, Doornum GJJ van. Opportunistische screening op genitale infecties met Chlamydia trachomatis onder de seksueel actieve bevolking van Amsterdam. I. Meer dan 90% deelname en bijna 5% prevalentie. [LITREF JAARGANG="1999" PAGINA="668-72"]Ned Tijdschr Geneeskd 1999;143:668-72.[/LITREF]

  3. Bergen JEAM van. Toegenomen incidentie van gonorroe en van infectie met Chlamydia trachomatis in een huisartsenpraktijk in Amsterdam-Zuidoost, 1996-2000. [LITREF JAARGANG="2001" PAGINA="1691-3"]Ned Tijdschr Geneeskd 2001;145:1691-3.[/LITREF]

Utrecht, mei 2003,

Collega Van Bergen wijst erop dat onder jongere Surinaamse en Antilliaanse vrouwen een hoog percentage asymptomatische Chlamydia-infecties wordt vastgesteld, te weten 5,2% in de systemische screening en 22,2% in de opportunistische screening en dat de kans op verticale transmissie van deze seksueel overdraagbare aandoening op neonaten beslist niet denkbeeldig is, zoals hij zelf heeft kunnen vaststellen. Hij pleit voor aanpassing van ons voorgestelde aanvankelijk conservatieve beleid. Van Bergen verwart echter het door ons beschreven beeld van congenitale traanwegobstructie met Chlamydia-conjunctivitis. Zoals gezegd, wordt aangeboren traanwegobstructie gekenmerkt door epiphora, mucopurulent secreet en crustae. Door Chlamydiae (serotypen D-K) veroorzaakte conjunctivitis geeft eveneens mucopurulente afscheiding, maar het klinische beeld is veel heftiger, met ooglidzwelling, sterk geïnjiceerde conjunctivae, papillaire of folliculaire hypertrofie en soms een regionale niet-pijnlijke lymfeklierzwelling. Een dergelijke of andersoortige (virale/bacteriële) conjunctivitis kan gesuperponeerd voorkomen bij een traanwegobstructie, omdat ten gevolge van stasis de lokale weerstand verminderd is. Een ontsteking van de traanbuis (ductus nasolacrimalis) ten gevolge van een Chlamydia-infectie is bij ons weten echter een extreme zeldzaamheid. Een canaliculitis (ontsteking van de kanaaltjes van punctum lacrimale tot saccus lacrimalis) daarentegen, treedt af en toe op als complicatie van een herpes-simplexconjunctivitis. Hierbij wordt ter plaatse van de canaliculus lacrimalis een rode wormvormige zwelling gezien van beperkte omvang.

Samengevat: het is van groot belang allereerst een onderscheid te maken tussen aangeboren traanwegobstructie per se, conjunctivitis en eventueel canaliculitis en vervolgens naar bevinden te handelen. Is eenmaal de diagnose (ongecompliceerde) traanwegobstructie gesteld, dan kan het beleid blijven zoals wij dat hebben voorgesteld.

M.P. Mourits
D. Wittebol-Post

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026