Een congenitale traanbuisobstructie is niet zeldzaam: deze zou voorkomen bij 73 van de pasgeborenen, maar slechts bij 6 problemen geven.12 De aandoening wordt in de literatuur ook wel aangeduid als congenitale nasolacrimale mucocele of dacryocystocele.3 4 In het merendeel van de gevallen gaat het om een enkelvoudige traanbuisobstructie, veroorzaakt door een dunne rudimentaire membraan in het distale deel van de traanbuis. Deze geeft meestal niet meer verschijnselen dan tranenvloed over de onderste oogleden en muceuze afscheiding. Indien het traankanaal bovendien aan de proximale zijde bij het oog is afgesloten, hoopt het secreet zich op in de traanzak en ontstaat er een zwelling in de mediale ooghoek, soms van een zodanige omvang dat gelaatsdeformatie en respiratoire insufficiëntie optreden. Deze gecompliceerde vorm van nasolacrimale mucocele is als zodanig pas recentelijk in de literatuur beschreven, is zeldzaam en leidt soms tot vitale problemen.5-10 Tot op heden werden er in…
Aanvaard op
Online verschenen op
Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:873-7
Gratis Ask NTVG uitproberen?
Maak met 2 klikken een gratis account aan
Account aanmakenHeb je al een account of een abonnement? Inloggen
Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?
Abonneer vandaag nog!
Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'
Neem het digitaal ntvg abonnement
€ 15,93 per maand!
Ik wil digitaal
Reacties