Dysmorfe gelaatskenmerken door gecompliceerde congenitale traanbuisobstructie

Klinische praktijk
M.A.P. van Kuijck
A.M. Verbeek
B.J. Klevering
B.A. Semmekrot
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:873-7
Abstract

Een congenitale traanbuisobstructie is niet zeldzaam: deze zou voorkomen bij 73 van de pasgeborenen, maar slechts bij 6 problemen geven.12 De aandoening wordt in de literatuur ook wel aangeduid als congenitale nasolacrimale mucocele of dacryocystocele.3 4 In het merendeel van de gevallen gaat het om een enkelvoudige traanbuisobstructie, veroorzaakt door een dunne rudimentaire membraan in het distale deel van de traanbuis. Deze geeft meestal niet meer verschijnselen dan tranenvloed over de onderste oogleden en muceuze afscheiding. Indien het traankanaal bovendien aan de proximale zijde bij het oog is afgesloten, hoopt het secreet zich op in de traanzak en ontstaat er een zwelling in de mediale ooghoek, soms van een zodanige omvang dat gelaatsdeformatie en respiratoire insufficiëntie optreden. Deze gecompliceerde vorm van nasolacrimale mucocele is als zodanig pas recentelijk in de literatuur beschreven, is zeldzaam en leidt soms tot vitale problemen.5-10 Tot op heden werden er in…

Auteursinformatie

Twee Stedenziekenhuis, afd. Kindergeneeskunde, Tilburg.

M.A.P.van Kuijck, kinderarts.

Academisch Ziekenhuis Nijmegen St. Radboud, Nijmegen.

Afd. Oogheelkunde: A.M.Verbeek en B.J.Klevering, oogartsen.

Contact Afd. Kindergeneeskunde: dr.B.A.Semmekrot, kinderarts-neonatoloog (b.semmekrot@cwz.nl)

Verbeteringen
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties