Teleurstelling over telemonitoring

Teleurstelling over telemonitoring
Twan van Venrooij
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:C1615

De hoge verwachtingen van artsen en verpleegkundigen die begonnen met het op afstand in de gaten houden van patiënten met hartfalen zijn in veel gevallen niet uitgekomen. Dat blijkt uit een enquête die Arjen de Vries (UMCG) en collega’s rondstuurden naar hartfalenpoli’s. Mogelijk resulteert dit in teleurstelling, schrijven zij in Journal of Medical Internet Research (2013;15:e4).

Hoewel telemonitoring van hartfalenpatiënten in toenemende mate plaatsvindt, zijn er nog veel openstaande vragen rondom deze nieuwe techniek. De Vries et al. onderzochten 2 nog weinig bestudeerde aspecten: de verwachtingen van cardiologen en hartfalenverpleegkundigen omtrent telemonitoring en hun ervaringen met de inzet hiervan.

Zij stuurden aan 109 Nederlandse hartfalenpoli’s een enquête. Van de 86 poli’s die reageerden, deden 31 (36%) aan telemonitoring en gaven 12 (14%) aan hiermee te willen starten in het komende jaar. De meeste klinieken die met telemonitoring werkten, volgden een klein deel van de patiënten, meestal tussen de 10 en 50 patiënten.

Uit de enquête bleek verder dat de vooraf bestaande verwachtingen van zorgverleners over de invloed van telemonitoring op bijvoorbeeld het zelfmanagement van de ziekte, de kwaliteit van zorg en de werkdruk, in de praktijk niet waren waargemaakt. Ook bleek dat veel poli’s twijfels hadden over het gebruikte monitoringssysteem; 20 van de 31 poli’s gaven aan dat zij overwogen om een ander systeem te gaan gebruiken.

De Vries en collega’s melden daarnaast dat een derde van de poli’s geen vooropgestelde criteria had om te bepalen welke patiënten in aanmerking komen voor telemonitoring. Zij concluderen dat het profiel van patiënten die baat hebben bij de methode verder moet worden opgehelderd.

(Bijdrage: Twan van Venrooij.)

Gerelateerde artikelen

Reacties