Stoppen met roken ook zinvol na longkankerdiagnose

Lara Harmans
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:C4975

Sigaretten afzweren heeft zelfs na een longkankerdiagnose nog een positief effect, zowel op de ziektevrije als op de totale overleving. Dat blijkt uit een observationele studie die beschreven staat in Annals of Internal Medicine.

Ruim 80% van de patiënten met een niet-kleincellig longcarcinoom (NKLC) heeft een rokersverleden en ongeveer de helft is roker ten tijde van de diagnosestelling. Veel studies naar het effect van stoppen met roken na de diagnose zijn er niet en bovendien is de follow-upduur meestal beperkt. Om uit te zoeken wat voor effect stoppen met roken na de diagnose ‘NKLC’ heeft op ziekteprogressie en overlijden, hebben onderzoekers een grote prospectieve studie met meerdere meetpunten opgezet in Rusland (Ann Intern Med. 2021; online 27 juli).

De onderzoekers includeerden rokers met een NKLC in een vroeg stadium (1A-3A) in de periode 2007-2016 en volgden hen jaarlijks op. Om tot ‘roker’ te worden gerekend, moesten zij in het jaar voorafgaand aan de diagnose ≥ 1 sigaret per dag hebben gerookt; ze waren ‘gestopt’ als ze ergens in de follow-upperiode volledig waren gestopt. De resultaten zijn onder andere gecorrigeerd op leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, BMI en pakjaren.

Zo volgden de onderzoekers 517 patiënten gedurende gemiddeld 7 jaar (SD: 2,5). 220 deelnemers (42,5%) rapporteerden dat zij na hun NKLC-diagnose waren gestopt met roken (van wie ruim 70% vrijwel direct na diagnose) en 297 gaven aan dat zij waren blijven roken (57,4%).

Tijdens de follow-upperiode overleden 327 deelnemers (63,2%); 83% van hen aan de directe gevolgen van kanker. De mediane totale overleving en ziektevrije overleving lagen beide 21,6 maanden hoger bij patiënten die waren gestopt dan bij patiënten die dat niet waren (resp. 6,6 vs. 4,8 en 5,7 vs. 3,9 jaar). Dit resulteerde in een lager risico op overlijden ongeacht de oorzaak (hazardratio (HR): 0,67; 95%-BI: 0,53-0,85), op overlijden door kanker (HR: 0,75; 95%-BI: 0,58-0,98) en op ziekteprogressie (HR: 0,70; 95%-BI: 0,56-0,89). De onderzoekers vonden soortgelijke resultaten als ze alleen patiënten meenamen die binnen 3 maanden na diagnose waren gestopt. Ook was er bij de stoppers geen verschil tussen voormalig lichtere of zwaardere rokers en tussen verschillende tumorstadia bij inclusie.

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Roken

Gerelateerde artikelen

Reacties