Sterfte en levensverwachting bij daklozen*
Open

Prospectief cohortonderzoek in Rotterdam in de periode 2001-2010
Onderzoek
19-06-2014
Wilma J. Nusselder, Marcel T. Slockers, Luuk Krol, Colette J.T. Slockers, Caspar W.N. Looman en Ed F. van Beeck

Doel

Inzicht krijgen in de verschillen in sterfte en levensverwachting tussen daklozen en niet-daklozen in Rotterdam.

Opzet

Prospectief cohortonderzoek.

Methode

We volgden daklozen van 20 jaar en ouder die in 2001 instellingen voor opvang bezochten gedurende 10 jaar. Met Poisson-regressie onderzochten we het verband tussen sterfte en leeftijd, geslacht en soort daklozenopvang. De sterfte en levensverwachting onder daklozen werd vergeleken met die van de algemene bevolking.

Resultaten

Van de 2096 volwassen daklozen overleden er 265 tijdens de follow-upduur van 10 jaar. Vergeleken met de algemene Rotterdamse bevolking was het sterftecijfer 3,5 keer hoger in het daklozencohort. De oversterfte was groter onder vrouwen ('rate ratio' (RR): 5,56; 95%-BI: 3,95-7,82) dan de oversterfte onder mannen (RR: 3,31; 95%-BI: 2,91-3,77), en onder jongere (RR: 7,67; 95%-BI: 6,87-8,56 voor leeftijd 20-44 jaar) dan onder oudere daklozen (RR: 1,63; 95%-BI: 1,41-1,88 voor 60-plussers). Vergeleken met de algemene bevolking was de levensverwachting op 30-jarige leeftijd bij dakloze mannen en vrouwen respectievelijk 11,0 jaar (95%-BI: 9,1-12,9) en 15,9 jaar lager (95%-BI: 10,3-21,5).

Conclusie

Volwassen daklozen in Rotterdam hebben een sterk verminderde levensverwachting. Vrouwen en jongeren hebben de hoogste oversterfte.