Spoedritten ambulance vaak eerstelijnszorg
Open

Onderzoek
13-10-2014
Marleen Smits, Oscar Francissen, Marleen Weerts, Karlijn Janssen, Pierre van Grunsven en Paul Giesen

Reacties (2)

Jan de Nooij
17-10-2014 09:28

De prijs van 112 is overtriage

Smits en collegae komen tot de conclusie dat bijna de helft van de onderzochte 112-ambulancespoedritten achteraf bezien eerstelijnszorg betrof.

Het woord "achteraf" in hun conclusie geeft aan dat de titel "Spoedritten ambulance vaak eerstelijnszorg" ten onrechte de suggestie oproept dat er onnodig vaak ambulances met spoed worden ingezet.

De nadruk in dit onderzoek had daarom beter kunnen liggen op de vraag hoe het komt dat overtriage onlosmakelijk is verbonden met telefonische triage omdat het binnen de ambulancezorg algemeen bekend is dat overtriage optreedt. Immers, de lekenmelder wordt geleerd middels campagnes "als iedere seconde telt, bel 112" om bij een als noodgeval ervaren situatie, 112 te bellen.

Dat achteraf door de onderzoekers wordt geconcludeerd dat ruim 40% van de hulpvragen 1e lijnszorg betrof en dus impliciet en zonder nadere verdieping de indruk bij de lezer ontstaat dat er binnen de meldkamer 112 slecht wordt getrieerd, doet geen recht aan de lekenmelder/hulpvrager noch aan de meldkamercentralist.

Jan de Nooij, arts MG

Medisch Manager Ambulancezorg RAV en MKA Hollands Midden

tevens lid van het College of Fellows van de International Academies of Emergency Dispatch, Salt Lake City, USA.

 

Marleen Smits
27-10-2014 09:20

112 en (over)triage (reactie auteurs)

Het gaat in ons artikel inderdaad om een achteraf beoordeling van de benodigde hulpinzet bij 1-1-2 meldingen. Op grond daarvan kan geen oordeel worden gegeven over de kwaliteit van de triage op de meldkamer. Dan was een andere methode op zijn plaats geweest, bijvoorbeeld het terugluisteren en beoordelen van triagegesprekken door experts. Bij een beoordeling van de triage moet inderdaad rekening worden gehouden met een noodzakelijke overtriage, omdat in het belang van de patiënt een veiligheidsmarge moet worden gehanteerd. Dit geldt overigens ook voor triage op de huisartsenpost, maar daar ligt de overtriage rond 12%.

Wij hebben voor de ‘achteraf-methode’ (inclusief de extra kennis achteraf) gekozen om te kunnen bepalen hoeveel van de patiënten eigenlijk door de eerste lijn behandeld hadden kunnen worden. Dit blijkt maar liefst 40% te zijn. De vraag is waar dit opmerkelijk hoge percentage mee te maken heeft. Hiervoor zal het onderzoek uitgebreid dienen te worden naar meer regio’s en ook naar verschillende triage systemen zoals de NTS en ProQA. Ook zal de patiënt bevraagd dienen te worden op motieven om contact op te nemen: zijn dit vooral medische motieven of spelen andere zaken een rol zoals gemakzucht, angst en onrust of het niet kunnen bereiken van de eigen huisarts?

Het is ook de vraag of overtriage leidt tot meer veiligheid. Toename van ambulance inzetten kan resulteren in het niet halen van de target tijden, hogere kosten, meer druk op de SEH’s en tenslotte medicalisering. Alleen maar roepen dat het hoge percentage overtriage geaccepteerd dient te worden is “de kop in het zand steken” en leidt naar nog meer ambulanceritten in de toekomst. Het sluit in elk geval niet aan bij de visie “ zelfzorg of huisarts waar het kan en ziekenhuis waar het moet” en leidt minder tot zinnige, zuinige en op de reële behoeften van de patiënt afgestemde zorg. Dus voorlopig eerst goed onderzoek doen en dan aanbevelingen doen hoe het percentage overtriage kan worden verminderd. Het is niet de bedoeling om de triagisten van de meldkamer te schofferen: zij doen prima hun werk! Voorlopig ligt volgens ons de oplossing in een betere afstemming tussen ambulance en huisartsen bij het bepalen van de hulpinzet, zowel op de meldkamer als ter plaatse. Er is ook werk aan de winkel op het gebied van de bereikbaarheid en beschikbaarheid van huisartsen voor zowel patiënten als hulpverleners, in combinatie met betere berichtgeving naar huisartsenposten/huisartsenpraktijken en vice versa.

 

Dr. Marleen Smits, postdoctoraal onderzoeker IQ healthcare, Radboudumc, Nijmegen

Dr. Paul Giesen, huisarts en projectleider IQ healthcare, Radboudumc, Nijmegen