Seksualiteitsbeleving bij patiënten met psoriasis en constitutioneel eczeem

Onderzoek
I.E. van Dorssen
B.W. Boom
M.W. Hengeveld
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136:2175-8
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Om meer inzicht te krijgen in de beleving van seksualiteit bij patiënten met een chronische huidaandoening werd een transversaal onderzoek uitgevoerd bij opeenvolgende patiënten, 52 met psoriasis en 25 met constitutioneel eczeem. Het onderzoek vond plaats van september tot en met december 1990 op de polikliniek Dermatologie van het Academisch Ziekenhuis Leiden. De patiënten werd verzocht een lijst in te vullen met vragen over onder meer seksuele motivatie en satisfactie. Het responspercentage was 84. Het bleek dat een derde van de patiëntengroep, vooral de groep psoriasispatiënten, zich geremd voelde in het aangaan van een seksuele relatie en schaamtegevoelens in de relatie had. De seksuele motivatie van de onderzoeksgroep was geringer dan in een normgroep uit de Nederlandse bevolking, maar mannelijke patiënten bleken toch tevreden te zijn over hun seksuele leven. De vrouwelijke patiënten bleken over het algemeen meer problemen op seksueel gebied te ervaren door hun huidziekte dan de mannelijke patiënten. Hun seksuele satisfactie was ook geringer dan in de normgroep. Een geringe seksuele motivatie of satisfactie bleek niet te correleren met ziektevariabelen zoals uitgebreidheid van de ziekte of lokalisatie rond de geslachtsorganen, maar met psychische variabelen zoals gevoel van eigenwaarde of emotionele klachten van neurotische aard. Bij de hulpverlening aan patiënten met huidziekten zou ook aandacht geschonken moeten worden aan de beleving van seksualiteit, vooral bij de vrouwelijke patiënten en bij de jongere psoriasispatiënten, die hun eerste seksuele relaties aangaan.

Inleiding

De huid speelt een belangrijke rol bij verschillende aspecten van de seksualiteitsbeleving, zoals aantrekkelijkheid, fysieke intimiteit en tactiele prikkeling. Kernachtig is dit uitgedrukt door Montagu: ‘Sexual intercourse is the harmony of two souls and the contact of two epidermes’.1 Er is echter weinig onderzoek verricht naar de beleving van seksualiteit bij patiënten met huidziekten. Wel worden in een aantal publikaties enkele opmerkingen gemaakt over de negatieve invloed van psoriasis op het seksuele leven van patiënten en hun partners.2-4

Om meer te weten te komen over de problemen op seksueel gebied en over de seksuele behoefte, belangstelling en tevredenheid van patiënten met chronische huidziekten werd een transversaal onderzoek opgezet met betrekking tot patiënten met psoriasis en constitutioneel eczeem.

PatiËnten en methoden

Het onderzoek werd uitgevoerd bij patiënten die de polikliniek Dermatologie van het Academisch Ziekenhuis Leiden (AZL) bezochten in de periode september-november 1990. Opeenvolgende patiënten in de leeftijdsgroep van 20-50 jaar met psoriasis of constitutioneel eczeem kwamen voor het onderzoek in aanmerking. Zij moesten minstens 1 jaar onder behandeling zijn voor hun huidziekte. Gegevens werden verzameld door middel van vragenlijsten die de patiënten thuis anoniem konden invullen en opsturen. Er werd hun verzocht de vragen te beantwoorden naar de situatie van het laatste jaar, zowel wat betreft de toestand van de huidziekte als wat betreft de seksuele behoefte en tevredenheid.

Patiënten

Van de 92 patiënten die een vragenlijst meekregen, waren er 77 die deze invulden en terugstuurden (een responspercentage van 84). Deze onderzoeksgroep van 77 mensen bestond uit 52 patiënten met psoriasis (28 mannen en 24 vrouwen) en 25 patiënten met constitutioneel eczeem (9 mannen en 16 vrouwen). De gemiddelde leeftijd van de psoriasispatiënten was 37 jaar, die van de patiënten met constitutioneel eczeem 28 jaar. De gemiddelde ziekteduur bedroeg respectievelijk 19 en 21 jaar (met als uitersten 1 en 50 jaar). Van alle patiënten was 87 gehuwd of samenwonend of had een vaste partner, 3 had incidentele seksuele partners en 10 had geen seksuele partner.

Van de respondenten gaf 38 aan de huidziekte in het laatste jaar in lichte mate te hebben gehad (0-25 van het lichaamsoppervlak), 29 meldde huidziekte in aanzienlijke mate (25-50) en 33 in ernstige mate (> 50). Bij de psoriasispatiënten kwamen de afwijkingen vaker voor rond de geslachtsorganen en bij de patiënten met constitutioneel eczeem vaker in het gelaat.

Vragenlijst

De vragenlijst bevatte 65 vragen voor mannen en 68 voor vrouwen en bestond uit een gedeelte met algemene en en een gedeelte met specifieke vragen. In het algemene gedeelte werden socio-demografische gegevens verzameld en werd ingegaan op ervaringen van de patiënten met betrekking tot hun huidziekte, zoals schaamtegevoelens en remmingen in het aangaan van seksuele relaties.

De volgende specifieke vragenlijsten werden hieraan toegevoegd:

– Vragenlijst van het Nederlands Instituut voor Sociaal Sexuologisch Onderzoek (NISSO). Uit deze lijst werd het gedeelte gebruikt dat de seksuele motivatie en satisfactie onderzoekt. Onder ‘seksuele motivatie’ wordt de seksuele behoefte en belangstelling van de patiënten verstaan en onder ‘seksuele satisfactie’ de tevredenheid over hun seksuele leven. De uitkomsten van onze patiëntengroep werden vergeleken met die van de normgroep van het NISSO. Deze normgroep omvatte een aselecte gestratificeerde steekproef uit de Nederlandse bevolking van 266 mannen en 282 vrouwen in de leeftijdscategorie van 20-55 jaar.5

– ‘General health questionnaire’ (GHQ)-12. Dit is een vragenlijst over 12 emotionele klachten die passen bij neurotische stoornissen.67

– ‘Self-esteem scale’ van Rosenberg. Dit is een vragenlijst die het gevoel van eigenwaarde test.8

Statistische methoden

De gegevens werden geanalyseerd met behulp van het SPSS-programma (Statistical Package Social Sciences International B.V., Gorinchem). De t-toets en de Mann-Whitney-toets werden gebruikt om gemiddelden van de patiëntengroep met gemiddelden van de normgroep te vergelijken. Met de Kendall?-B-toets werden correlaties tussen seksuele motivatie en satisfactie enerzijds en overige variabelen anderzijds bestudeerd. Met behulp van meervoudige regressieanalyse werd nagegaan welke variabelen het duidelijkst gecorreleerd waren met seksuele motivatie en satisfactie.

Resultaten

Ervaringen met betrekking tot de huidziekte

Schaamtegevoelens traden vaker op bij algemene gelegenheden waarbij men schaars gekleed was en ook door vreemden werd gezien, dan in een intieme seksuele relatie (respectievelijk 67 en 33). De psoriasispatiënten, vooral de mannen, voelden zich significant vaker dan de constitutioneel-eczeempatiënten belemmerd in het leggen van contact met het andere geslacht (43 en 24; p = 0,05) en het aangaan van een seksuele relatie (49 en 20; p = 0,01). Het moeilijk contact kunnen leggen met de andere sekse bleek samen te gaan met de lokalisatie van de huidziekte in het gelaat (p = 0,02). Een verergering van de huidziekte gaf bij 29 van alle patiënten een matig tot sterk verminderde seksuele behoefte, 3 had helemaal geen zin meer om te vrijen. Omgekeerd ervoer 35 dat een goede seksuele relatie een gunstige invloed op de huidziekte had.

Vrouwen bleken significant vaker dan mannen schaamtegevoelens in seksuele relaties te ervaren (respectievelijk 45 en 20; p = 0,01), minder seksuele belangstelling te hebben na een exacerbatie van huidziekte (43 en 20; p = 0,04) en vaker te ervaren dat een goede seksuele relatie een gunstige invloed op de huidziekte had (49 en 20; p = 0,002). De meeste patiënten gaven bij de uitleg van het onderzoek aan het te waarderen dat er aandacht werd besteed aan de seksualiteitsbeleving van patiënten met huidziekten. Zij meenden dat in het algemeen dit onderwerp meer door de artsen besproken zou moeten worden.

Seksuele motivatie en satisfactie

Uit het onderzoek bleek dat de seksuele motivatie, ook wel aangeduid als seksuele responsiviteit, in de patiëntengroep geringer was dan in de normgroep. De gemiddelde somscore van de seksuele motivatie van de mannelijke patiënten lag op het 40e percentiel en die van de vrouwelijke patiënten op het 37e percentiel van de normgroep. De vrouwelijke patiënten hadden een significant geringere seksuele motivatie dan de mannen (p = 0,007); er was daarbij geen verschil tussen psoriasispatiënten en patiënten met constitutioneel eczeem. In vergelijking met de normgroep vonden de patiënten het onder andere minder prettig om helemaal naakt te zijn tijdens de geslachtsgemeenschap of om gestreeld te worden door hun partner.

De seksuele satisfactie van de vrouwelijke patiënten was geringer dan bij vrouwen in de normgroep (de gemiddelde somscore lag op het 37e percentiel). Bij de mannelijke patiënten was dit vergeleken met de mannen uit de normgroep echter niet het geval. Zij waren gemiddeld tevredener over hun seksuele leven dan de normgroep (gemiddelde somscore op het 65e percentiel). Er was ook bij de seksuele satisfactie geen significant verschil tussen psoriasispatiënten en patiënten met constitutioneel eczeem.

Emotionele klachten en gevoel van eigenwaarde

Van de patiënten gaf 62 één of meer emotionele klachten van neurotische aard aan op de GHQ-12, terwijl slechts 17 een score van 6 of meer had op deze schaal (een dergelijke score wijst op een depressieve stoornis of angststoornis in engere zin). Het gevoel van eigenwaarde lag iets hoger bij de psoriasispatiënten dan bij de patiënten met constitutioneel eczeem. Een geringe seksuele motivatie bleek samen te gaan met een gering gevoel van eigenwaarde, het hebben van emotionele klachten, het zich schamen in situaties waarin men schaars gekleed was, het behoren tot het vrouwelijk geslacht en het ervaren van negatieve reacties op de huidziekte.

Bij meervoudige regressie-analyse bleken het gevoel van eigenwaarde en het behoren tot het vrouwelijk geslacht onafhankelijk van de andere variabelen significant te correleren met de seksuele motivatie (respectievelijk p = 0,009, coëfficiënt (?) = 0,31, en p = 0,02, ? = 0,24).

Patiënten met psoriasis of eczeem in het gelaat, een gering gevoel van eigenwaarde, emotionele klachten en schaamtegevoelens in seksuele relaties bleken een geringere seksuele satisfactie te hebben. Bij meervoudige regressie-analyse waren emotionele klachten van neurotische aard en de lokalisatie van de huidziekte in het gelaat onafhankelijk van de andere variabelen significant gecorreleerd met de seksuele satisfactie (respectievelijk p = 0,02, ? = 0,28, en p = 0,05, ? = 0,22).

Beschouwing

Uit ons onderzoek bleek dat ongeveer een derde van de patiëntengroep moeite had met het initiëren van contact met de andere sekse, problemen had bij het aangaan van een seksuele relatie en schaamtegevoelens in deze relatie ondervond. Dit percentage is lager dan verwacht zou kunnen worden op grond van percentages van 50-75 die in de literatuur worden vermeld met betrekking tot remmingen op seksueel gebied bij psoriasispatiënten.2-4 In deze publikaties wordt echter niet nader gespecificeerd op welke gebieden de patiënten zich geremd voelen. Verder verschillen de huidziekten wat betreft de mate waarin patiënten zich belemmerd voelen bij het initiëren van (seksuele) relaties. Zo bleek van vitiligopatiënten 10-15 moeite te hebben met het leggen van contact met de andere sekse en voelde 25 zich belemmerd ten aanzien van het aangaan van een seksuele relatie.9

In onze patiëntengroep hadden de psoriasispatiënten ook significant vaker problemen dan de patiënten met constitutioneel eczeem. Het bij psoriasispatiënten gevonden percentage van 49 betreffende het zich belemmerd voelen in het aangaan van een seksuele relatie komt goed overeen met eerder genoemde percentages in de literatuur.2-4 Dat meer psoriasispatiënten dan constitutioneel-eczeempatiënten dergelijke problemen ervaren, is goed te begrijpen: psoriasis heeft in sterkere mate een stigmatiserend karakter; dit is tevens door een aantal andere auteurs benadrukt.3410 Ook de slechtere prognose en het beloop waarbij er minder lange remissies optreden dan bij constitutioneel eczeem kunnen hierbij van invloed zijn. De seksuele motivatie en satisfactie in beide groepen verschilde echter niet noemenswaardig.

Opmerkelijk was dat vrouwen uit onze onderzoeksgroep meer problemen ervoeren op seksueel gebied dan mannen. Dit zou verklaard kunnen worden doordat vrouwen over het algemeen meer waarde hechten aan hun uiterlijk dan mannen, waardoor zij mogelijk dieper gebukt gaan onder het hebben van een huidziekte.11 Bij de vrouwelijke patiënten werd er een correlatie gevonden tussen de seksuele motivatie en satisfactie, die beide geringer waren dan in de normgroep; bij de mannelijke patiënten daarentegen was de seksuele satisfactie, in tegenstelling tot de seksuele motivatie, groter dan in de normgroep. Ook uit een bevolkingsonderzoek van het NISSO bleek dat bij vrouwen een correlatie bestaat tussen seksuele motivatie en satisfactie. Bij mannen bleek de seksuele satisfactie negatief gecorreleerd te zijn met het verschil tussen hun eigen seksuele motivatie en die van hun partner. Een mogelijke verklaring voor de grote seksuele satisfactie van de mannelijke patiënten zou kunnen zijn dat het verschil tussen hun seksuele motivatie en die van hun partner kleiner was dan het verschil in seksuele motivatie tussen mannen zonder huidziekte en hun partner. Om deze hypothese te kunnen toetsen zouden ook de seksuele motivatie en satisfactie van de partner onderzocht moeten worden.

Seksuele motivatie en satisfactie bleken niet te correleren met ziektevariabelen zoals de uitgebreidheid van de ziekte of de lokalisatie van de ziekte rond de geslachtsorganen, zoals verondersteld werd door Coen-Buckwalter.4 Wel bleken ze te correleren met psychische variabelen zoals het gevoel van eigenwaarde en het bestaan van emotionele klachten van neurotische aard. Onze resultaten zijn wat dat betreft in overeenstemming met de bevindingen bij vitiligopatiënten.9

Van onze onderzoeksgroep had 62 één of meer emotionele klachten van neurotische aard. Van de patiënten had 17 klachten wijzend op een depressieve stoornis of een angststoornis in engere zin. Dit percentage is hoger dan in de normale bevolking, waar percentages gevonden worden van 5-10, maar lager dan op de polikliniek Interne Geneeskunde van het AZL, waar bij 36 van de patiënten dergelijke depressieve stoornissen of angststoornissen voorkwamen. Dit is waarschijnlijk onder meer te verklaren door het feit dat op de polikliniek Interne Geneeskunde veel patiënten komen met onverklaarbare somatische klachten.

Bij de interpretatie van de gegevens uit dit onderzoek moet ermee rekening gehouden worden dat het hier een steekproef betreft onder psoriasis- en eczeempatiënten die in een academisch ziekenhuis, in een bepaalde periode van het jaar en mogelijk frequenter dan de andere patiënten de polikliniek bezochten. In hoeverre deze resultaten kunnen worden gegeneraliseerd zal verder onderzoek moeten uitwijzen.

Conclusie

Bij patiënten met een chronische huidziekte zoals psoriasis of constitutioneel eczeem kunnen zich problemen voordoen op het gebied van de seksualiteit. Artsen en andere hulpverleners zouden hiermee rekening moeten houden bij de behandeling van deze patiënten. Uit ons onderzoek en uit de literatuur blijkt dat bij de meeste patiënten een behoefte bestaat om te praten over seksuele problemen in relatie tot hun huidziekte. Vaak zal de arts of hulpverlener hierbij het initiatief moeten nemen.

Speciale aandacht zou geschonken kunnen worden aan vrouwelijke patiënten en aan jongere patiënten – vooral die met psoriasis en met lokalisatie van de huidziekte in het gelaat – die hun eerste seksuele relaties aangaan.

De auteurs danken R.Brand, statisticus, voor zijn adviezen.

Literatuur
  1. Montagu AS. Touching: the human significance of the skin.New York: Harper & Row, 1986.

  2. Weinstein MZ. Psychosocial perspectives on psoriasis.Dermatologic Clinics 1984; 2: 507-15.

  3. Ramsay B, O'Reagan M. A survey of the social andpsychological effect of psoriasis. Br J Dermatol 1988; 118:195-201.

  4. Coen-Buckwalter K. The influence of skin disorders onsexual expression. Sexuality and disability 1982; 5: 98-106.

  5. Vennix PAM. Seks en sekse. Delft: Eburon, 1989.

  6. Lewis G, Wessely S. Comparison of the General HealthQuestionnaire and the Hospital Anxiety and Depression Scale. Br J Psychiatry1990; 157: 860-4.

  7. Heyer M den, Hemert AM van, Hengeveld MW, Bolk JH.Diagnostische betrouwbaarheid van de algemene gezondheid vragenlijst voor deinterne geneeskunde polikliniek. Nationale voordracht WEON-symposium op 1juni 1990 te A'dam. T Soc Gezondheidszorg 1990;68:151.

  8. Haes JCJM de. Kwaliteit van leven vankankerpatiënten. Lisse: Swets & Zeitlinger, 1988.

  9. Porter JR, Hill Beuf A, Lerner AB, Nordlund JJ. The effectof vitiligo on sexual relationships. J Am Acad Dermatol 1990; 22:221-2.

  10. Ginsberg IH, Link BG. Feelings of stigmatization inpatients with psoriasis. J Am Acad Dermatol 1989; 20: 53-63.

  11. Roerink RK, Roeringk Jr HH. Sex differences in thepsychological effects of psoriasis. Cutis 1978; 21:529-33.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis, Postbus 9600, 2300 RC Leiden.

Afd. Dermatologie: mw.I.E.van Dorssen, co-assistent (thans: Robert Fleury Stichting, locatie Ursulakliniek); B.W.Boom, dermatoloog.

Afd. Psychiatrie: prof.dr.M.W.Hengeveld, psychiater.

Contact prof.dr.M.W.Hengeveld

Gerelateerde artikelen

Reacties