Sarcopenie
Open

Op weg naar klinische toepasbaarheid
Stand van zaken
21-03-2013
Astrid Y. Bijlsma, Carel G.M. Meskers, Rudi G.J. Westendorp en Andrea B. Maier
  • Sarcopenie is geïntroduceerd als term voor ‘lage spiermassa’.

  • Er is geen eenduidige definitie van sarcopenie. Er wordt een verscheidenheid aan criteria gebruikt om de diagnose ‘sarcopenie’ te stellen.

  • Afhankelijk van de gehanteerde definitie worden prevalentiecijfers van 7 tot meer dan 50% bij ouderen gerapporteerd.

  • Sarcopenie blijft vaak onopgemerkt als de afnemende spiermassa wordt opgevuld door vet en bindweefsel; het lichaamsgewicht blijft hierbij gelijk of neemt zelfs toe.

  • Spiermassa kan worden gemeten met ‘dual-energy X-ray’-absorptiometrie (DEXA) of bio-elektrische impedantie-analyse (BIA).

  • Spierweefsel is behalve krachtleverancier ook als intern orgaan betrokken bij eiwitopslag, glucoseregulatie, hormoonhuishouding en cellulaire communicatie.

  • Bij de pathofysiologie van sarcopenie zijn systemische, cellulaire en neuromechanische factoren en de leefstijl betrokken.

  • Sarcopenie houdt verband met een hogere sterfte, afhankelijkheid in dagelijks functioneren, toxiciteit van chemotherapie en een verslechterde regulatie van de glucoseconcentratie.