Op weg naar klinische toepasbaarheid

Sarcopenie

Klinische praktijk
Abstract
Astrid Y. Bijlsma
Carel G.M. Meskers
Rudi G.J. Westendorp
Andrea B. Maier
Leestijd
12 minuten
Citeren

Artikel

In onze vergrijzende samenleving is sarcopenie een veelvoorkomende, maar voor velen onbekende aandoening. De term ‘sarcopenie’ is in 1988 geïntroduceerd om het verlies van spiermassa op oudere leeftijd te beschrijven.1 Dit woord is afgeleid van de Griekse woorden ‘sarx’ (vlees) en ‘penia’ (behoeftigheid).

Uit observationele studies is gebleken dat…

Auteursinformatie

Leiden Universitair Medisch Centrum, Leiden.

Afd. Ouderengeneeskunde: drs. A.Y. Bijlsma, arts-onderzoeker; prof.dr. R.G.J. Westendorp, internist (tevens: Netherlands Consortium for Healthy Ageing, Leiden).

Afd. Revalidatiegeneeskunde: dr. C.G.M. Meskers, revalidatiearts.

VU medisch centrum, afd. Interne Geneeskunde, sectie Ouderengeneeskunde, Amsterdam.

Contact Prof. dr. A.B. Maier (a.maier@vumc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict en financiële ondersteuning: formulieren met belangenverklaringen zijn beschikbaar bij dit artikel op www.ntvg.nl (zoeken op A5336; klik op ‘Belangenverstrengeling’).
Aanvaard op 12 december 2012

Auteur Belangenverstrengeling
Astrid Y. Bijlsma ICMJE-formulier
Carel G.M. Meskers ICMJE-formulier
Rudi G.J. Westendorp ICMJE-formulier
Andrea B. Maier ICMJE-formulier
Reacties
Jan
van der Wielen

Ik vraag me sterk af hoe in de praktijk bij deze degeneratie van het spierweefsel er een toename van gewicht kan optreden. Mijns inziens is het soortelijk gewicht van spierweefsel hoger dan dezelfde eenheid aan vet c.q. bindweefsel. Dus zou er juist een afname plaats moeten vinden.

Graag eventueel toelichting door auteurs.

Jan van der Wielen, sporttherapeut

In het artikel beschrijven wij dat het verlies van spiermassa vaak onopgemerkt blijft indien het lichaamsgewicht hetzelfde blijft of toeneemt. Gemiddeld genomen neemt het gewicht toe op hogere leeftijd. Het Centraal Bureau voor Statistiek meldt in 2011 een percentage overgewicht van 27.4% in de leeftijd van 20 tot 30 jaar, tegenover 53.5% bij 75-plussers. Naast afname van spiermassa, is er sprake van een toename van absolute vetmassa, bijvoorbeeld door inactiviteit, verhoogde intake, of een trager metabolisme. In dit geval is het meten van de lichaamssamenstelling nodig om te kunnen oordelen over de hoeveelheid spiermassa.

 

Andrea Maier, Hoogleraar Interne Geneeskunde i.h.b. Gerontologie VUMC

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026