Samenwerken

Opinie
Yolanda van der Graaf
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:B833

artikel

Samenwerken is cruciaal in klinisch wetenschappelijk onderzoek. Het onwerkelijke beeld van de dokter die in zijn eentje belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen doet, wordt soms nog door de media in ere gehouden. Voor klinisch onderzoek is de medewerking nodig van heel veel dokters. Tientallen centra zijn vaak vereist om een op het oog nogal simpele vraag te beantwoorden, en een veelvoud daarvan als het onderzoek zich in de huisartsenpraktijk afspeelt. Het onderzoek van Bloemenkamp en collega’s in dit nummer (A4844) is zo’n voorbeeld van wat bereikt kan worden als dokters de handen ineenslaan. Het is een van de vele producten van het succesvolle samenwerkingsverband van de gynaecologen dat in 2003 werd opgericht en waar zich nog steeds centra bij aansluiten.

Er zijn vele vergelijkbare initiatieven op dit terrein, bijvoorbeeld de succesvolle ‘Pancreatitis Werkgroep Nederland’, in 2002 opgericht om de behandeling van pancreatitis te verbeteren. Deze laat zien dat ook voor relatief zeldzame patiëntengroepen goede klinische studies van voldoende omvang gedaan kunnen worden. De Nederlandse clinici en huisartsen doen het heel goed, ook in internationaal perspectief. Maar dat mooie klinische onderzoek wordt wel aan vele kanten bedreigd en daar moeten we wat aan doen.

Zo deden er eind jaren 80 van de vorige eeuw nog 63 ziekenhuizen uit alleen Nederland mee aan het Nederlands TIA Onderzoek. In 3 jaar werden 3150 Nederlandse patiënten ingesloten. Nu lukt dat niet meer. Er is concurrentie van de bestuurders, die willen dat er voor alles wat binnen een ziekenhuis gebeurt geld komt. Er is concurrentie van de industrie, die de dokter en het ziekenhuis betalen voor deelname aan een studie. Maar patiënten kunnen nu eenmaal niet aan alle trials meedoen. En als er dan gekozen moet worden, is het vlees zwak. Te vaak wint dan niet de klinisch meest interessante vraagstelling, maar wel de best betaalde.

Ten slotte hebben we nog de zelfopgelegde bureaucratisering van onderzoek zoals verwoord in de notitie ‘Kwaliteitsborging mensgebonden onderzoek’ van de Federatie van Universitair Medische Centra. Ook voor niet-GCP-plichtig onderzoek wenst men zoveel nutteloze administratieve rompslomp dat het steeds schaarsere geld wegvloeit aan monitors en dubbele administratie. Bovendien geeft dit soort bureaucratie de ruimte aan het verkeerde soort leiders, die gericht zijn op de eigen profilering.

In een tijd van schaarser wordende middelen is samenwerking ten behoeve van klinisch wetenschappelijk onderzoek meer dan ooit nodig. Over de aard en de urgentie van de vraagstelling zijn alle betrokkenen het altijd wel eens. Maar wie bepaalt de prioriteiten en mag aan het roer staan? Is de onderzoeksleider die zichzelf op het voetstuk hijst wel de beste? Grote ego's en bureaucratie zijn bedreigingen voor samenwerking. In goede samenwerkingsverbanden moet je elkaar wat gunnen en misschien is dat laatste nog wel het allermoeilijkste.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties