Implementatie advies Gezondheidsraad laat op zich wachten

Rotavirusvaccinatie voor alle jonge kinderen

Een aantal babies kruipt over de vloer.
Jan C. Wilschut
Patricia C.J.L. Bruijning-Verhagen
Maarten J. Postma
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:D6337
Abstract

‘Vaccineer alle kinderen tegen het rotavirus.’ Tot dat advies kwam de Gezondheidsraad medio vorig jaar. Maar de regering heeft de knoop nog steeds niet doorgehakt. En ondertussen is het rotavirus na de opheffing van de lockdowns extra actief.

Samenvatting

Rotavirus-gastro-enteritis is een ernstige ziekte, waardoor in Nederland jaarlijks circa 2700 kinderen < 5 jaar in het ziekenhuis terechtkomen en 5-7 komen te overlijden. Er zijn effectieve en veilige vaccins tegen het rotavirus. In 2017 oordeelde de Gezondheidsraad positief over rotavirusvaccinatie van alle kinderen en adviseerde om in ieder geval kinderen in risicogroepen te vaccineren, omdat in die groepen de ziektelast het hoogst is. Algemene vaccinatie zou naar het oordeel van de raad niet kosteneffectief zijn. Inmiddels heeft de ZonMw/RIVAR-studie laten zien dat rotavirusvaccinatie van risicogroepen minder effectief is dan eerder gedacht. Daarom adviseerde de Gezondheidsraad medio 2021 om toch álle kinderen rotavirusvaccinatie aan te bieden. Algemene vaccinatie binnen het Rijksvaccinatieprogramma leidt, behalve tot directe bescherming, naar verwachting tevens tot groepsimmuniteit, waardoor ook kwetsbare kinderen in risicogroepen beschermd worden. Helaas heeft staatssecretaris Blokhuis besluitvorming over implementatie van rotavirusvaccinatie doorgeschoven naar het nieuwe kabinet. Hopelijk hakt de nieuwe staatssecretaris deze knoop nu snel door.

Auteursinformatie

UMCG-Rijksuniversiteit Groningen, afd. Medische Microbiologie en Infectiepreventie, Groningen: em.prof.dr. J.C. Wilschut, viroloog; afd. Gezondheidswetenschappen: prof.dr. M.J. Postma, farmaco-econoom. UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen, afd. Epidemiologie, Utrecht: dr. P.C.J.L. Bruijning-Verhagen, kinderarts en epidemioloog.

Contact J.C. Wilschut (jcwilschut@gmail.com)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Verantwoording

Deze publicatie was niet mogelijk geweest zonder de medewerking van dr. Josephine van Dongen (Spaarne Gasthuis, RIVAR-studie) en dr. Roan Pijnacker en dr. Gijs Klous (RIVM), die de figuur ter beschikking hebben gesteld.

Auteur Belangenverstrengeling
Jan C. Wilschut ICMJE-formulier
Patricia C.J.L. Bruijning-Verhagen ICMJE-formulier
Maarten J. Postma ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Public Health

Gerelateerde artikelen

Reacties

harold jitschak bueno de mesquita
bueno de mesquita

Er is geen enkele goede reden om overbodige vaccinaties toe te dienen als er andere veilige opties bestaan. 

Het schijnt dat in Nederland sinds lang geen enkele belangstelling meer bestaat voor phytotherapie, behalve voor Temoe lawak ["turmeric"]. Het rotavirus is - net als andere diarrhee-veroorzakers- uitstekend te behandelen met een tinctuur van Tormentilla dat uitstekend werkt, eventueel in combinatie met tinctura Myrtilli, een beetje kruidnageln/ginger/kleine hoeveelheden nootmuskaat poeder.  Voor andere mogelijkheden, zie literatuur

Verder kan homeopathie uiterst nuttig zijn -  zij het wat minder simpel in keuze van het juiste middel dan phytotherapie - maar deze tak van geneeskunde wordt kennelijk in Nederland met "woedoe" gelijkgesteld . Als de tendens toeneemt om een Schepper te ontkennen dan neemt ook de kans toe dat alles wat Hij geschapen/toegelaten heeft, ook ontkend zal worden omdat niet alles op dit moment te verklaren is en onze arrogantie dan de overhand krijgt.

Ik werk al 40 jaar met phytotherapy [en met CAM] naast de gebruikelijke "erkende geneeskunde" en zie het als uiterst jammer dat een goed tijdschrift als het NTvG - in grote tegenstelling tot de BMJ - zo beheerst wordt door commercie en artsen die alleen maar geloven in de steeds heiliger wordende koe EBM.

Ik hoop dat Uw staf de mogelijkheden van Tormentila will bekijken en eventueel overwegen dit in de Nederlandse Pharmacotherapie op te nemen.

 

Harold Jitschak Bueno de mesquita, huisarts, Jeruzalem
Literatuur

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/12913771/&nbsp;  Tormentilla

Ethnomedical Uses Sangre de Drago (Croton lechleri) Date: June 15, 2004HC# 020142-258

In vitro anti-rotavirus activity of some medicinal plants used in Brazil against diarrhea  J.L.S. Gonçalvesa, R.C. Lopesb, D.B. Oliveirac, S.S. Costac, M.M.F.S. Mirandaa1, M.T.V. Romanosa, N.S.O. Santosa and M.D. Wigga, ,

 

Jan C.
Wilschut

Mede namens Patricia Bruijning-Verhagen en Maarten Postma dank ik collega Bueno de Mesquita voor zijn opmerkingen naar aanleiding van ons artikel over vaccinatie van kinderen tegen het rotavirus, met excuses voor deze door omstandigheden wel wat erg trage reactie op zijn commentaar.

Collega Bueno de Mesquita merkt op dat het “rotavirus [..] – net als andere diarree-veroorzakers – uitstekend te behandelen [is] met een tinctuur van Tormentilla”.  Het valt zeer te betwijfelen of dat echt zo is. Bij behandeling van rotavirus-gastroenteritis (RVGE) met Tormentilla gaat het om niet-specifieke symptoombestrijding; het virus wordt niet aangepakt, immers het middel zou ook werkzaam zijn tegen “andere diarreeveroorzakers”.  Verder wordt in de, overigens beperkte en ook gedateerde, studies die collega Bueno de Mesquita aanhaalt slechts een partieel effect van Tormentilla waargenomen op de ernst van de diarree. Daar staat tegenover dat er zeer overtuigend bewijs is dat vaccinatie van gezonde kinderen 85-95% bescherming biedt tegen ernstige RVGE.

De suggestie van collega Bueno de Mesquita gaat ook voorbij aan het advies van de Nederlandse Gezondheidsraad. Het punt is dat het rotavirus en RVGE een onevenredig hoge tol eisen bij een groep van zeer kwetsbare kinderen. Het gaat hierbij om prematuren en kinderen met een laag geboortegewicht en/of ernstige aangeboren afwijkingen. Juist in deze groep is de ziektelast als gevolg van RVGE het hoogst en komen de meeste RVGE-gerelateerde ziekenhuisopnames en sterfte voor. In de studies die collega Bueno de Mesquita aanhaalt is niet naar deze kwetsbare kinderen gekeken. Het blijft dus volstrekt ongewis of deze kinderen wel voldoende geholpen zouden zijn met phytotherapie van de RVGE.

Centraal in ons betoog staan de resultaten van de recente RIVAR-studie (“Risk-group Infant Vaccination Against Rotavirus”) waaruit blijkt dat bij bovengenoemde kwetsbare kinderen de beschikbare, levend-verzwakte, rotavaccins nog niet optimaal effectief zijn. De enige manier om deze kinderen te beschermen lijkt daarom indamming van de circulatie van het virus te zijn. Dit kan worden bereikt door alle kinderen te vaccineren, immers zij zijn de belangrijkste verspreiders van het virus. Met universele vaccinatie van alle kinderen wordt dus niet alleen optimale bescherming van gezonde kinderen bereikt, zoals hierboven betoogd, maar tevens groepsimmuniteit opgebouwd waardoor de circulatie van het virus wordt geblokkeerd en daarmee ook de meest kwetsbare kinderen worden beschermd.

Een “overbodige vaccinatie”? Integendeel, vaccinatie biedt gezonde kinderen een effectieve bescherming tegen ernstige RVGE. Daarnaast is vaccinatie de enige manier om kwetsbare kinderen, indirect, te beschermen tegen een rotavirusinfectie. Vaccinatie pakt de infectie bij de bron aan, in tegenstelling tot bestrijding van de symptomen van diarree, zoals de door collega Bueno de Mesquita voorgestelde phytotherapie.

De opmerkingen van collega Bueno de Mesquita over homeopathie, de tendens “om een Schepper te ontkennen”, de naar zijn idee “steeds heiliger wordende koe EBM” en “onze arrogantie” laten we goeddeels voor zijn rekening. Wel merken we op dat naar onze mening “evidence-based medicine” en kindervaccinatieprogramma’s een zegen voor de mensheid zijn, en niets te maken hebben met de ontkenning van een Schepper. Respect voor de Schepper betekent toch juist dat we niet “Gods water over Gods akker” moeten laten lopen. 

Jan C. Wilschut, emeritus-hoogleraar Virologie, UMCG

Jan C. Wilschut, emeritus-hoogleraar Virologie UMCG