Richtlijnen voor vroegdiagnostiek van prostaatkanker
Open

Klinische les
17-04-2015
Arnout R. Alberts, Leonard P. Bokhorst en Monique J. Roobol

Dames en Heren,

Zowel bij de vroege diagnose van prostaatkanker als bij de behandeling ervan zijn er een hoop dilemma’s. De verschillende richtlijnen, die zijn ontworpen om artsen te ondersteunen bij deze dilemma’s, geven lang niet altijd eenduidige adviezen. Met de casus van een patiënt illustreren wij in deze klinische les enkele dilemma’s rond de vroegdiagnostiek van prostaatkanker in de huisartsenpraktijk. Ook bespreken wij de visie van enkele veelgebruikte, soms tegenstrijdige richtlijnen en een manier om hier praktisch mee om te gaan.

Patiënt A, een 49-jarige man, heeft een familiaire voorgeschiedenis van prostaatkanker. Zijn vader bleek op 68-jarige leeftijd een matig gedifferentieerd prostaatcarcinoom te hebben (Gleason-score: 7) en was recentelijk op 79-jarige leeftijd overleden aan gemetastaseerde ziekte. Patiënt A is bang om zelf te overlijden aan prostaatkanker en consulteert voor de eerste keer zijn huisarts met een screeningswens. Hij vraagt zijn huisarts om het prostaat-specifiek antigeen (PSA) te bepalen.

De huisarts raadt patiënt A af om zich ...