Richtlijn voor kinderen met koorts in de tweede lijn

Relevanties voor huisarts en kinderarts
Richtlijnen
14-03-2014
Ruud G. Nijman, Nicole Oteman en Rianne Oostenbrink
  • Het is moeilijk om bij kinderen met koorts degenen met een ernstige infectie vroegtijdig te onderscheiden van de grote groep met een aandoening die vanzelf overgaat.

  • Voor de beoordeling van het kind met koorts zijn er alarmsymptomen die de kans op ernstige infecties meer of minder waarschijnlijk maken.

  • De gecombineerde afwezigheid van alarmsymptomen draagt bij aan het uitsluiten van ernstige infecties.

  • De waarden van CRP en procalcitonine hebben grote diagnostische waarde bij het kind met koorts in de tweede lijn.

  • Bij kinderen zonder alarmsymptomen en lage infectieparameters is een afwachtend beleid verantwoord, mits er een goede instructie is over de herbeoordeling.

  • Bij kinderen met ‘oranje’ alarmsymptomen of met licht verhoogde infectieparameters, bij wie een ernstige infectie niet goed is uit te sluiten, is klinische observatie of ambulante follow-up essentieel; empirische parenterale antibiotische behandeling dient laagdrempelig te worden overwogen.

  • Bij kinderen met ‘rode’ alarmsymptomen of sterk verhoogde infectieparameters is klinische observatie geïndiceerd. Bij kinderen jonger dan 3 maanden is ook empirische parenterale antibiotische behandeling geïndiceerd.