Repatriëring van de voortijdig geborene

Klinische praktijk
B.J. Smit
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:1418-20
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Een voortijdige geboorte van een kind tijdens een vakantie of een verblijf van de ouders in het buitenland heeft een aantal zeer nadelige gevolgen voor kind en ouders. Repatriëring van de pasgeborene en de problemen die eraan voorafgaan, worden beschreven aan de hand van de ziektegeschiedenissen van twee patiëntjes.

Een preventieve rol is weggelegd voor de controlerende vroedvrouw, huisarts of obstetricus.

Inleiding

De geboorte van een kind vindt bij voorkeur thuis of in een nabijgelegen ziekenhuis plaats. Wanneer een kind geboren wordt tijdens een vakantie of een verblijf van de ouders in het buitenland, heeft dit belangrijke gevolgen voor het kind en voor de ouders. Het betreft meestal een te vroeg geboren kind dat, zodra het medisch verantwoord is, met de ouders wordt gerepatrieerd. Tot welke problemen een voortijdige geboorte in het buitenland kan leiden en hoe dan de repatriëring verloopt, wordt toegelicht aan de hand van de volgende twee ziektegeschiedenissen.

Ziektegeschiedenissen

Patiëntje A was een prematuur geboren meisje. Het betrof een eerste zwangerschap van een gezonde, 26-jarige vrouw, die zich door een vroedvrouw liet controleren. De zwangerschap werd gecompliceerd door toxicose, waarvan achteraf beoordeeld de klachten al in Nederland waren begonnen bij een zwangerschapsduur van 27 weken. Tijdens een vakantie in Griekenland op het eiland Kos namen de klachten toe. Een plaatselijke huisarts werd geconsulteerd en deze verwees haar naar een gynaecoloog. De behandeling bestond uit bedrust en toediening van antihypertensiva en diuretica. Een dag na dit consult volgde opname in een plaatselijk ziekenhuis. Na een korte observatie werd tot overplaatsing besloten naar een algemeen ziekenhuis in Athene en vervolgens naar een privé-kliniek in Athene met faciliteiten voor neonatale intensieve zorg. Na een observatie van 24 uur werd na overleg met de vader door de behandelende gynaecoloog sectio caesarea verricht.

Bij een zwangerschapsduur van inmiddels 28 weken werd een meisje geboren met een gewicht van 950 g. De Apgar-scores waren 6 en 8 na respectievelijk 1 en 5 minuten. Klinisch en röntgenologisch werd een lichte hyaliene-membranenziekte vastgesteld. Zonder duidelijke indicatie werden antibiotica (ampicilline en gentamicine) gegeven. Het lichaamsgewicht daalde in 5 dagen met 190 g tot 760 g. Op de 7e levensdag werd patiëntje in een transportcouveuse in gezelschap van haar ouders per vliegtuig gerepatrieerd onder begeleiding van een kinderarts-neonatoloog en een verpleegkundige.

Opname volgde op de afdeling Neonatologie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Na een opnameduur van 18 dagen volgde overplaatsing naar een ziekenhuis in de woonplaats van de ouders. Het lichaamsgewicht bedroeg toen 980 g (220 g) en patiëntje verkeerde in een uitstekende klinische toestand.

Alle transporten van kind en ouders in het buitenland en de contacten met ouders, de behandelende specialisten, de Nederlandse ambassade in Athene en de verzekeringsmaatschappijen waren georganiseerd en gecoördineerd door de alarmcentrale van de Nederlandse Hulpverleningsorganisatie-SOS International.

Patiëntje B was een prematuur geboren jongetje. Het betrof een eerste zwangerschap van een gezonde, 29-jarige vrouw. Na een aanvankelijk voorspoedig verlopende zwangerschap deed zich tijdens de zomervakantie in Zuid-Frankrijk een complicatie voor: het vroegtijdig breken van de vliezen bij een zwangerschapsduur van 26 weken. Bij opname in een Universiteitskliniek in Besançon bestond de behandeling uit (tijdelijke) tocolyse met behulp van ?-sympathicomimetica. Tevens werden antibiotica gegeven (ampicilline). Bij een zwangerschapsduur van 28 weken moest de bevalling doorgang vinden, waarbij het kind spontaan in hoofdligging werd geboren. Het geboortegewicht was 1400 g. De Apgar-scores bedroegen 2, 7 en 10 na respectievelijk 1, 5 en 10 minuten dank zij reanimeren. Beademing bleek noodzakelijk en moest worden gecontinueerd gedurende 6 weken en werd gecompliceerd door een pneumothorax rechts. Er werd een pneumonie gediagnostiseerd, waarvoor behandeling met antibiotica (mezlocilline en amikacine) nodig was gedurende 10 dagen. Patiëntje bleek besmet te zijn met een niet te classificeren streptokok. Er bleef na extubatie een zuurstofbehoefte bestaan van 35-40. Wegens ernstige hyperbilirubinemie werd tot 4 maal toe een wisseltransfusie verricht.

Op de 62e levensdag werd patiëntje in samenwerking met de ANWB in een transportcouveuse met extra zuurstof per vliegtuig naar Nederland gebracht onder begeleiding van een kinderarts-neonatoloog en een verpleegkundige. De ouders waren reeds een week eerder naar Nederland teruggekeerd. Opname volgde op de afdeling Neonatologie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam.

Gezien het klinische beeld van een bronchopulmonale dysplasie, werden extra zuurstof naar behoefte gegeven en wegens de neiging tot vochtretentie diuretica in onderhoudsdosering. In de kweken van bij opname afgenomen materiaal uit neus en anus werd een multiresistente Staphylococcus aureus gevonden, zodat patiëntje geïsoleerd verpleegd moest worden. Er hebben zich geen tekenen van infectie voorgedaan. Na een opnameduur van 35 dagen kon patiëntje in een goede klinische toestand zonder zuurstoftherapie naar huis gaan.

Beschouwing

In de afgelopen jaren kregen wij op de afdeling Neonatologie enige malen te maken met de prematuur geboren kinderen, die uit het buitenland waren gerepatrieerd, zoals patiëntjes A en B. De gegevens van de twee grootste hulpverleningsorganisaties in Nederland met betrekking tot neonatale repatriëringen, SOS International en de ANWB, worden samengevat in de tabel. De gevolgen voor kind en ouders die zich hierbij kunnen voordoen, kunnen zeer groot zijn. De volgende problemen kunnen worden onderscheiden:

– Men is tijdens een verblijf in het buitenland meestal niet op de hoogte van de plaatselijke medische zorg. Ook is er niet altijd voldoende zorg beschikbaar. Geldt dit voor verloskundige zorg, in sterkere mate gaat dit op voor (intensieve) neonatale zorg. Ook zijn bepaalde behandelingsprincipes in het buitenland zeer verschillend van die in Nederland, bijvoorbeeld ten aanzien van antibioticagebruik.

– Een taalbarrière speelt een grote, nadelige rol in het contact tussen ouders en hulpverleners. Bovendien ontbreekt het de ouders aan ondersteuning van en sociaal contact met familie en vrienden, hetgeen in het geval van (zeer) voortijdige geboorte extra vervelend is.

– Een geboorte in het buitenland heeft verstrekkende financiële gevolgen. Het verblijf in het buitenland moet noodgedwongen worden verlengd. Naast de verblijfkosten van beide ouders worden de ziekenhuis- en behandelingskosten van de moeder in principe vergoed indien er een adequate reisverzekering was afgesloten. De pasgeborene is echter in het algemeen niet meeverzekerd. Dit kan aanleiding geven tot aanzienlijke kosten van ziekenhuisopname, specialistische behandeling, diagnostische bepalingen en uiteindelijke repatriëring.

Repatriëring vindt plaats zodra dit medisch verantwoord wordt geacht na overleg met een medisch team (kinderarts-neonatoloog en verpleegkundige) dat het transport begeleidt, en met een Nederlands ziekenhuis (eventueel neonatologisch centrum) in de buurt van de woonplaats van de ouders om de behandeling van het kind voort te zetten. In de meest ideale situatie wordt de repatriëring centraal gecoördineerd door een hulpverleningsorganisatie.

Aanbevelingen en conclusies

Gezien de verstrekkende gevolgen van een vroegtijdige geboorte in het buitenland, verdient het aanbeveling om vakantieplannen tijdens een zwangerschap te heroverwegen. Aangezien vakantieplannen in het algemeen ter sprake komen bij een prenatale controle, is de controlerende vroedvrouw, huisarts of obstetricus hierbij een belangrijke gesprekspartner. Wellicht is een minder ver of afgelegen reisdoel te adviseren liefst in een land, waarvan men de taal spreekt.

– Informatie over beschikbaarheid, bereikbaarheid en kwaliteit van verloskundige en eventueel neonatale zorg ter plaatse is gewenst.

– Het afsluiten van een goede verzekering is een voorwaarde om een financieel debâcle te voorkomen.

– De steun van een professionele hulpverleningsorganisatie is van grote waarde.

Met dank aan dr.R.de Leeuw voor zijn adviezen en kritische beoordeling van het manuscript, en aan H.J.Meijer, arts bij SOS International, en H.J.Roest, medisch adviseur bij de ANWB-alarmcentrale en als arts verbonden aan het Rode Kruis Ziekenhuis in Den Haag, voor het ter beschikking stellen van patiëntengegevens.

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Neonatologie, Meibergdreef 9, 1105 AZ Amsterdam.

B.J.Smit, kinderarts.

Gerelateerde artikelen

Reacties