Regressie van atherosclerose afhankelijk van statinekeuze?

Onderzoek
Bas Bredie
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A4565
Download PDF

Waarom dit onderzoek?

Het gebruik van statines verlaagt het risico op cardiovasculaire aandoeningen; deze verlaging is gerelateerd aan de mate van daling van het LDL-cholesterol. Intensieve behandeling met statines vertraagt de plaquevorming en kan leiden tot afname van het plaquevolume. Maximale LDL-reductie kan bereikt worden met hoge doseringen van atorvastatine en rosuvastatine. In vergelijkende studies daalt het LDL-cholesterol iets meer bij gebruik van rosuvastatine dan bij gebruik van atorvastatine en is de HDL-cholesteroltoename groter. Het is echter onduidelijk of dit verschil ook resulteert in meetbare verschillen in de progressie van atherosclerose.

Onderzoeksvraag

Verschilt de mate waarin atorvastatine en rosuvastatine in maximale doseringen atherosclerose in coronairen beïnvloeden?

Hoe werd dit onderzocht?

Bij 1039 patiënten (18-75 jaar) die nog niet werden behandeld met een statine en minimaal een stenose van 20% in een van de coronairen hadden, werd een intracoronaire echografie verricht bij aanvang en na 104 weken behandeling. In een geselecteerd segment werden het procentuele atheroomvolume (primair eindpunt) en het totale atheroomvolume (secundair eindpunt) berekend. Patiënten werden gerandomiseerd voor een behandeling met 80 mg atorvastatine of 40 mg rosuvastatine per dag.1

Belangrijkste resultaten

Het LDL-cholesterol en het HDL-cholesterol waren na behandeling met 40 mg rosuvastatine significant verbeterd ten opzichte van de behandeling met 80 mg atorvastatine (LDL: 1,62 vs. 1,82 mmol/l; HDL: 1,30 vs. 1,26 mmol/l). Het procentuele atheroomvolume daalde in beide groepen in gelijke mate (0,99% bij atorvastatine en 1,22% bij rosuvastatine (p = 0,17)). Het totale atheroomvolume daalde significant meer onder rosuvastatine (-6,39 mm3 vs. -4,42 mm3; p=0,01). Beide behandelingen resulteerden in atheroomregressie bij de meerderheid van de patiënten, met een significant voordeel voor rosuvastatine (68,5% vs. 63,2% voor het procentuele atheroomvolume (p = 0,07) en 71,3% vs. 64,7% voor het totale atheroomvolume (p = 0,02)). De incidentie van bijwerkingen was in beide groepen laag.

Consequenties voor praktijk

Zowel atorvastatine als rosuvastatine kunnen in hoge dosering leiden tot statisch significante regressie van atherosclerotische plaques in coronairen, maar overtuigende verschillen tussen beide middelen zijn er niet.

Literatuur
  1. Nicholls SJ, Ballantyne CM, Barter PJ et al. Effect of two intensive statin regimens on progression of coronary disease. N Engl J Med. 2011;365:2078-87.

Auteursinformatie

Contact ( (s.bredie@aig.umcn.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties