Psychologische autopsie bij jeugdsuïcides in Nederland

Onderzoek
Dubbelpublicatie
Saskia Y.M. Mérelle
Sanne P.A. Rasing
Diana D. van Bergen
Elias M.N. Balt
Milou Looijmans
Lieke van Domburgh
C. Wico Mulder
Onno Sijperda
Renske Gilissen
Daan Creemers
Arne Popma
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5610
Abstract

Samenvatting

Doel

In 2017 was er een piek met 81 suïcides onder adolescenten tot 20 jaar. Psychologische autopsies werden uitgevoerd onder nabestaanden om invloedrijke factoren te identificeren en tot praktische aanbevelingen voor suïcidepreventie te komen.

Opzet

Multi-methodische psychologische autopsie met diepte-interviews en vragenlijsten.

Methode

Forensisch artsen achterhaalden jeugdsuïcides uit 2017 en huisartsen namen contact op met de ouders of verzorgers. 95 respondenten, behorende bij 35 overleden adolescenten, werden geïnterviewd en vulden vragenlijsten in over invloedrijke factoren, de laatste periode, adolescentie, jeugdzorg en ggz, imitatie-effecten, sociale media en seksuele oriëntatie. Op de antwoorden werden kwalitatieve thematische en kwantitatieve descriptieve analyses uitgevoerd.

Resultaten

Op individueel niveau speelde een complex samenspel van negatieve ervaringen uit de kindertijd een rol, zoals pesten, echtscheiding ouders, seksueel misbruik, maar ook psychische stoornissen en eerdere suïcidepogingen. De meeste adolescenten ontvingen zorg op moment van overlijden, hadden vaak meerdere diagnosen en hadden moeite om passende zorg te vinden. Er vielen 3 subgroepen op: (a) meisjes met een perfectionistische houding die psychopathologie ontwikkelden en uitvielen op school; (b) jongens met een ontwikkelingsstoornis, zoals autisme, die werden overgeplaatst naar speciaal onderwijs en zich afgewezen voelden; en (c) adolescenten zonder duidelijke signalen, die nooit hulp hadden ontvangen. Daarnaast werden besmettingseffecten gevonden van sociale media die adolescenten in klinische settingen gebruikten.

Conclusie

Suïcidaliteit is een complex, vaak langdurig proces en heeft nooit één oorzaak. Het is belangrijk om, zeker bij adolescenten, bij allerlei klachten alert te zijn op suïcidale gedachten. Zorg voor continuïteit in de behandeling, maak gebruik van ‘netwerkpsychiatrie’ waarin hulpverleners niet doorverwijzen maar zelf betrokken blijven, en biedt preventie aan in onderwijs.

Auteursinformatie

113 Zelfmoordpreventie, Amsterdam: dr. S.Y.M. Mérelle, klinisch epidemioloog en bewegingswetenschapper; dr. D.D. van Bergen, jeugdwetenschapper en socioloog (tevens: Rijksuniversiteit Groningen, faculteit. Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, afd. Pedagogische Wetenschappen en Onderwijswetenschappen); E.M.N. Balt, MSc, gezondheidswetenschapper; M. Looijmans, MSc, psycholoog; dr. R. Gilissen, bioloog en gedragswetenschapper. Radboud Universiteit, Behavioural Science Institute, Nijmegen: dr. S.P.A. Rasing: psycholoog (tevens: GGZ Oost Brabant, Depressie Expertisecentrum Jeugd, Oss); dr. D. Creemers, klinisch psycholoog (tevens: GGZ Oost Brabant, afd. Kind en Jeugd, Boekel). Amsterdam UMC, afd. Kinder- en Jeugdpsychiatrie en Psychosociale Zorg, Amsterdam: mr. dr. L. van Domburgh, psycholoog en jurist (tevens: Kwaliteit van Zorg en Innovatie, Pluryn); prof. dr. A. Popma, kinder- en jeugdpsychiater. Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, Utrecht: drs. C.W. Mulder, arts Maatschappij & Gezondheid. GGD Noord- en Oost Gelderland, Zwolle: drs. O. Sijperda, arts Maatschappij & Gezondheid.

Contact S. Mérelle (s.merelle@113.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Saskia Y.M. Mérelle ICMJE-formulier
Sanne P.A. Rasing ICMJE-formulier
Diana D. van Bergen ICMJE-formulier
Elias M.N. Balt ICMJE-formulier
Milou Looijmans ICMJE-formulier
Lieke van Domburgh ICMJE-formulier
C. Wico Mulder ICMJE-formulier
Onno Sijperda ICMJE-formulier
Renske Gilissen ICMJE-formulier
Daan Creemers ICMJE-formulier
Arne Popma ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Huisartsgeneeskunde

Gerelateerde artikelen

Reacties