Preventieve intraveneuze hydratie ter voorkoming van contrastnefropathie helpt niet*

Onderzoek
12-01-2018
Estelle-Claire Nijssen, Roger J. Rennenberg, Patty J. Nelemans, Brigitte A. Essers, Marga M. Janssen, Marja A. Vermeeren, Vincent van Ommen en Joachim E. Wildberger

Doel

Het onderzoeken van de effectiviteit en kosteneffectiviteit van de geldende klinische richtlijnen, met name preventieve profylactische intraveneuze hydratie bij hoog-risicopatiënten, ter voorkoming van potentiële nierinsufficiëntie na intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen (contrastnefropathie).

Opzet

Prospectief, gerandomiseerd, niet geblindeerd non-inferioriteitsonderzoek.

Methode

In dit onderzoek werden hoog-risicopatiënten geïncludeerd die een electieve procedure met intravasculair contrastmiddel ondergingen en die werden doorverwezen voor preventieve intraveneuze hydratie. Hoog risico op contrastnefropathie was gedefinieerd als een eGFR 30-44 ml/min per 1,73 m2 of een eGFR 45-59 ml/min per 1,73m2 in combinatie met diabetes mellitus of ≥ 2 risicofactoren (leeftijd > 75 jaar, hart- en/of vaatlijden, gebruik van nefrotoxische medicatie, anemie). Patiënten die spoedinterventies moesten ondergaan, IC-patiënten, dialysepatiënten en patiënten met een eGFR < 30 ml/min per 1,73 m2 werden geëxcludeerd. De serumcreatinineconcentratie werd vooraf, 2-6 en 26-35 dagen na contrasttoediening gemeten. Contrastnefropathie werd gedefinieerd als een stijging in de serumcreatinineconcentratie van > 25% of > 44 µmol/l, 2-6 dagen na contrasttoediening. De studie werd geregistreerd bij ClinicalTrials.gov (NCT02106234).

Resultaten

In de periode 17 juni 2014-17 juli 2016 werden 28.803 electieve patiënten gescreend. 660 opeenvolgende hoog-risicopatiënten werden gerandomiseerd naar geen profylaxe (H-; n = 332) of standaard intraveneuze hydratie (H+; n = 328). De incidentie van contrastnefropathie was 2,6% in de H- groep versus 2,7% in de H+ groep (verschil: -0,10%; 95%-BI: -2,25-2,06). Het achterwege laten van profylaxe was in alle gevallen kostenbesparend. Er werd geen dialyse of aan het onderzoek gerelateerd overlijden geregistreerd binnen 35 dagen na contrasttoediening. De intraveneuze hydratie leidde bij 5,5% van de patiënten tot klinische complicaties.

Conclusie

Geen profylaxe werd non-inferieur en kostenbesparend bevonden ten opzichte van standaard intraveneuze hydratie volgens geldende richtlijnen ter voorkoming van contrastnefropathie.

Lees verder als abonnee

Doorlezen met Blendle

Word abonnee

  • wekelijks het papieren tijdschrift
  • online toegang tot alle artikelen
  • geaccrediteerde nascholing
Sluit een abonnement af

Registreer als abonnee