Pleuramesothelioom bij vrouwen in verband gebracht met milieublootstelling aan asbest
Open

Onderzoek
01-09-2004
A. Burdorf, M. Dahhan en P.H.J.J. Swuste

Doel.

Vaststellen of lokale milieublootstelling aan asbest in de gemeente Hof van Twente, met een grote asbestcementfabriek en een omvangrijke asbestverontreiniging, samengaat met een verhoogde sterfte aan pleuramesothelioom onder vrouwen.

Opzet.

Beschrijvende, ecologische epidemiologische studie.

Methode.

Uit 810 aanvragen voor schadeclaimprocedures bij een gespecialiseerde advocaat in de periode 1990-2002 werden 29 vrouwen geselecteerd met een geverifieerde diagnose ‘pleuramesothelioom’. In interviews werd vastgesteld of er asbestblootstelling was: beroepsmatige, huishoudelijke, milieublootstelling of onbekende. De woonplaats van geselecteerde gevallen werd vergeleken met bronnen van asbest in de directe woonomgeving, zoals vastgesteld in de regeling ‘Sanering asbestwegen’. Het verwachte aantal pleuramesotheliomen onder vrouwen werd geschat op basis van de waargenomen sterfte in de periode 1996-2002. Het gestandaardiseerde sterftequotiënt (SMR) werd berekend als de ratio van geobserveerd en verwacht aantal gevallen van pleuramesothelioom × 100.

Resultaten.

Er waren 5 gevallen van pleuramesothelioom onder vrouwen zonder blootstelling aan asbest in beroep of huishouden. De leeftijd bij diagnose varieerde van 38 tot 81 jaar. In alle gevallen was in de directe nabijheid van de woning sprake van met asbest verharde wegen en paden, waarover deze vrouwen regelmatig liepen en fietsten. Het verwachte aantal sterfgevallen door pleuramesothelioom in de gemeente Hof van Twente over de periode 1996-2002 bedroeg ongeveer 0,46. De SMR was 1090 (95-BI: 465-2551), hetgeen duidt op een sterfte van ruim 10 maal de verwachte waarde.

Conclusie.

De geconstateerde oversterfte aan pleuramesothelioom bij vrouwen werd waarschijnlijk veroorzaakt door lokale asbestblootstelling in het milieu en komt overeen met die in vergelijkbare studies in het buitenland.