Pessarium lijkt vroeggeboorte toch niet te voorkomen

Esther van Osselen
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:C2946

Bij zwangeren met een korte cervix beschermt een pessarium waarschijnlijk toch niet tegen vroeggeboorte. Dat concluderen Kypros Nicolaides en collega’s van onder meer King’s College in Londen uit hun trial met ruim 900 deelneemsters in 16 landen (NEJM. 2016;374:1044-52). Een kleinere Spaanse trial liet in 2012 juist een duidelijk beschermend effect zien (Lancet. 2012;379:1800-6).

Nicolaides en collega’s benaderden ruim 1800 geschikte zwangeren die bij een termijn van 20-24 weken een cervixlengte van 25 mm of minder hadden. Van de 935 vrouwen die deelnamen woonden de meeste vrouwen (80%) in Engeland; de rest kwam uit verschillende Europese landen, Australië of Chili. De helft kreeg een pessarium. Anders dan in het onderzoek uit 2012 werden de zwangeren met het hoogste risico op vroeggeboorte (bij een cervixlengte van 15 mm of korter) behandeld met intravaginaal progesteron, zowel in de interventie- als in de controlegroep.

De resultaten laten geen enkel voordeel zien van het pessarium: het aantal vroeggeboorten (< 34 weken) was niet kleiner (12 vs. 11%; oddsratio: 1,12 voor de interventiegroep; 95%-BI: 0,75-1,69). Ook de perinatale sterfte en perinatale morbiditeit verschilden niet significant.

Nicolaides en collega’s zien geen duidelijke verklaring voor het verschil met de Spaanse trial. In dat onderzoek, waarover het NTvG ook berichtte, was het aantal vroeggeboorten in de pessariumgroep 6% en in de controlegroep 27% (NTvG. 2012;156:C1306). Mogelijk speelt mee dat 45% van de deelneemsters in het jongste onderzoek ook met progesteron werd behandeld. Nicolaides oppert dat hierdoor het effect van het pessarium is verminderd, vooral in de groep met het hoogste risico. Hoe het ook zij, op basis van dit onderzoek lijkt het onverstandig om alleen op een pessarium te vertrouwen om vroeggeboorte te voorkomen.

Reacties