Perioperatieve onderbreking van antistollingsmiddelen

Praktische aanbevelingen
Stand van zaken
13-08-2009
Jasper S. de Jong, Roel Vink, Ch. Pieter Henny, Marcel Levi, Renee B.A. van den Brink en Pieter Willem Kamphuisen
  • Als patiënten die behandeld worden met antistollingsmiddelen een operatieve ingreep moeten ondergaan, moeten artsen afwegen of patiënten met deze medicatie moeten stoppen of dat ze deze kunnen continueren. In het eerste geval is het tromboserisico toegenomen, terwijl bloedingscomplicaties optreden bij gebruik van antistollingsmiddelen. Er is geen goed gefundeerd wetenschappelijk onderzoek verricht naar het optimale perioperatieve antistollingsbeleid.

  • Bij de antitrombotica gaat het om plaatjesaggregatieremmers en vitamine K-antagonisten.

  • Voor de dagelijkse praktijk zijn bruikbare overbruggingsstrategieën te geven voor het perioperatief antistollingsbeleid bij diverse risicogroepen, zoals patiënten met veneuze trombo-embolie, boezemfibrilleren, mechanische hartklepprothesen, patiënten met coronairlijden, inclusief coronaire stents, en patiënten met een beroerte.

  • In vrijwel alle gevallen moet de behandelend arts een individuele afweging maken om tot het beste beleid te komen.