Partiële meniscectomie per artroscoop bij patiënten boven de 50 jaar

Onderzoek
D.M. Paré
H.A. Schuppers
Q.F. Tetteroo
R.A.A. Bots
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:1890-2
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Van juli 1983 tot juli 1986 werden per artroscoop 122 partiële meniscectomieën verricht bij 115 patiënten van 50 jaar en ouder. Van hen konden 109 patiënten (116 meniscectomieën) betrokken worden bij een na-onderzoek. Omdat bij patiënten in deze leeftijdsgroep meniscectomie per artrotomie vaak gepaard gaat met problemen zoals langdurig ziekenhuisverblijf en moeizame revalidatie, is nagegaan of artroscopische meniscectomie ook dergelijke problemen geeft. De klachten voor de ingreep waren meestal pijn en zwelling; slechts een kwart van de patiënten kon een trauma als oorzaak van de meniscusafwijking aangeven.

Zoals te verwachten was, werden in deze groep oudere patiënten veel degeneratieve afwijkingen in de knie gevonden (78). De duur van de ziekenhuisopname bleek kort: 75 van de patiënten was binnen 2 dagen weer thuis. Slechts de helft van de patiënten is nabehandeld door een fysiotherapeut. Van de patiënten was 80 tevreden tot zeer tevreden over de ingreep. Patiënten van 70 jaar en ouder scoorden minder goed: 50 was tevreden tot zeer tevreden.

Er blijkt geen verband te bestaan tussen de ernst van röntgenologisch aangetoonde degeneratieve afwijkingen en het resultaat van de behandeling. De artroscopisch gevonden degeneratieve afwijkingen blijken veel meer houvast te geven voor het eindresultaat.

artikel

Inleiding

Artrotomieën wegens meniscusafwijkingen geven bij patiënten boven de 50 jaar aanleiding tot veel problemen. Na de operatie herstelt de functie van de knie zich maar moeizaam en de patiënt blijft vaak klachten houden. Daarom wordt geadviseerd om oudere patiënten zo lang mogelijk conservatief te behandelen.

Omdat artroscopische meniscectomie bij jongere patiënten heel weinig problemen blijkt te geven, verschuift langzamerhand de leeftijdsgrens voor deze ingreep ten gunste van de oudere patiënt. Tot nu toe zijn er slechts enkele publikaties verschenen waarin de resultaten van artroscopische meniscectomie beschreven zijn bij oudere patiënten.12 Deze publikaties betroffen kleine groepen patiënten.

In dit artikel worden de resultaten weergegeven van een na-onderzoek bij patiënten van 50 jaar en ouder die artroscopisch partiële meniscectomie ondergingen. De invloed van de leeftijd op de resultaten van de ingreep en de samenhang tussen deze resultaten en radiologisch en artroscopisch verkregen bevindingen worden belicht.

PatiËnten en methoden

Van juli 1983 tot juli 1986 ondergingen in onze klinieken 115 patiënten ouder dan 50 jaar een partiële meniscectomie per artroscoop. Zeven patiënten zijn aan beide knieën geopereerd. Tijdens de artroscopie werden alle structuren in de knie nauwkeurig beschreven, in het bijzonder de ernst van de degeneratieve afwijkingen van het kraakbeen. Alleen bij meniscusscheuren groter dan een halve cm werd partiële meniscectomie verricht. Hierbij werd de meniscus zo veel mogelijk gespaard, omdat een meniscus, al dan niet gedegenereerd, van belang is voor het handhaven van een goede congruentie tussen femurcondylus en tibiaplateau.

Van de 115 patiënten kon er bij 109 na-onderzoek worden verricht, 3 patiënten waren inmiddels overleden aan een oorzaak die niets te maken had met de meniscectomie en 3 andere patiënten konden niet bereikt worden (respons 95). De gemiddelde leeftijd was 59 (uiterste waarden: 50; 76) jaar en de verhouding man:vrouw 1,2:1. De patiënten kregen vragen voorgelegd over het resultaat van de ingreep en eventuele werkhervatting.

Bij de 109 bij het na-onderzoek betrokken patiënten werden in totaal 116 partiële meniscectomieën per artroscoop verricht, gelijkelijk verdeeld over links en rechts. De gemiddelde follow-up-duur was 27 (uiterste waarden: 14; 49) maanden. Van de 109 patiënten hadden er 22 reeds eerder een knie-operatie ondergaan: 12 aan de andere knie, 9 aan dezelfde meniscus en 1 aan de andere meniscus van dezelfde knie. Vóór de operatie hadden 3 patiënten al heupklachten. Drie patiënten hadden een osteotomie van de heup en 2 een totale-heupartroplastiek ondergaan. Voor de operatie waren pijn en zwelling de meest voorkomende klachten. Slechts een vierde deel van de patiënten had een trauma in de anamnese (tabel 1). Bij 4 patiënten werd de meniscectomie uitgebreid met een nettoyage van het kraakbeen.

Bij verlaten van het ziekenhuis kregen alle patiënten een elastische zwachtel om hun knie. Binnen 2 dagen ging 75 van hen lopend, zonder krukken, naar huis. Circa 5 was meer dan 4 dagen in het ziekenhuis opgenomen. Bij 1 patiënt ontstond kuitvenetrombose. Aan ongeveer de helft van de patiënten werd, meestal kortdurende, fysiotherapie voorgeschreven.

Resultaten

In totaal werden 122 meniscusafwijkingen geregistreerd (tabel 2). Voor het merendeel betrof het scheuren bij menisci met degeneratieve veranderingen (60). Bij 11 van de 109 patiënten (10) kwam een hengselscheur voor. De verhouding tussen afwijkingen van de mediale en de laterale meniscus was 3:1.

Bij 85 patiënten (78) werd artrose aan de kant van het meniscusletsel gevonden, bij 35 (32) ging het om een ernstig degeneratief letsel van de gewrichtsvlakken (graad III). Al eerder vonden wij bij oudere patiënten een hoger percentage degeneratieve letsels dan bij jongere patiënten met meniscusletsel.34 Dat was in dit onderzoek eveneens het geval.

Op de vraag naar het uiteindelijke effect van de meniscectomie gaven 46 patiënten (42) aan geen of nauwelijks nog klachten te hebben; 41 patiënten (38) hebben nog wel klachten, maar vinden dat een duidelijke verbetering in de toestand is ontstaan. Zij zijn tevreden met het resultaat. Deze beide groepen, samen 80, zouden zich voor eenzelfde klacht desgevraagd weer laten opereren. Bij 16 patiënten (15) gaf de meniscectomie geen of nauwelijks verbetering. Van 6 patiënten (6) was de toestand zelfs slechter dan vóór de operatie, maar deze patiënten hadden zo'n ernstige artrose, dat zij nog een knie-operatie hebben moeten ondergaan: 3 patiënten een totale-knie-artroplastiek, 2 patiënten een tibia-osteotomie en 1 patiënt een artrodese van de knie.

Naar leeftijd ingedeeld bleek dat voor de groep patiënten van 70 jaar en ouder het resultaat gemiddeld slechter was dan voor de andere groepen (tabel 3).

Van de patiënten die eerder aan de betrokken meniscus geopereerd waren, was 44 tevreden tot zeer tevreden. Bij patiënten met een trauma in de anamnese was het resultaat na de ingreep beter dan bij patiënten die min of meer spontaan klachten gekregen hadden: respectievelijk 93 en 76 was tevreden tot zeer tevreden.

Bij een rangschikking van de resultaten naar de periode die aan de operatie voorafging, bleek dat een periode langer dan 6 maanden een gemiddeld slechter resultaat gaf: 8 van de patiënten met een lange periode voor operatie was tevreden tot zeer tevreden tegenover 88 van de patiënten met een korte periode voor operatie.

Over partiële meniscectomieën was 90 van de patiënten met artroscopisch vastgestelde, geringe degeneratieve afwijkingen (graad 0, I en II) en 71 van de patiënten met ernstige degeneratieve afwijkingen (graad III) tevreden tot zeer tevreden.

Negen van de 15 patiënten die al lange tijd wegens knieklachten niet meer werkten, hadden na de operatie hun werkzaamheden weer hervat.

Met behulp van artroscopie kon bij meer patiënten een vorm van artrose vastgesteld worden (84) dan de met vóór de operatie gemaakte röntgenfoto's (24). Op deze röntgenfoto's was bij 2 patiënten een ernstige artrose gezien (graad III); bij beide patiënten gaf de meniscectomie een goed resultaat. De röntgenfoto's van de overige patiënten lieten geen ernstige artrose zien (tot en met graad II).

Beschouwing

Uit ons onderzoek blijkt dat artroscopische meniscectomie bij patiënten van 50 jaar en ouder een zinvolle ingreep is met nagenoeg geen complicaties. De patiënten blijken snel mobiel te zijn en slechts de helft van hen behoeft enige vorm van fysiotherapie. Dit in tegenstelling tot de patiënten in deze leeftijdsgroep bij wie meniscectomie via artrotomie verricht wordt.

De afwijkingen die met artroscopie bij oudere patiënten gevonden worden, komen bij jongere patiënten in een andere frequentie voor: bij ouderen wordt duidelijk meer degeneratief letsel aangetroffen.

Wij hebben in ons onderzoek geen verband gevonden tussen de ernst van de afwijkingen op de preoperatief gemaakte röntgenfoto's en het postoperatieve resultaat. De artroscopisch gevonden degeneratieve afwijkingen blijken meer houvast te geven omtrent het te verwachten eindresultaat.

Bij patiënten die al eerder een ingreep aan dezelfde meniscus hebben ondergaan, blijkt na de ingreep de toestand van de knie slechter te zijn. Is er een trauma in de anamnese, dan bestaat er een grotere kans op een goed resultaat.

Uit ons onderzoek blijkt dat patiënten boven de 50 jaar met een meniscusletsel goed geopereerd kunnen worden, mits dit gebeurt via artroscopie. Alleen bij de patiënten boven de 70 jaar lijken de resultaten minder, alhoewel de helft tevreden tot zeer tevreden is.

Er is ook bij oudere patiënten een redelijke kans op werkhervatting na artroscopische meniscectomie.

Literatuur
  1. Boe S, Hansen H. Arthroscopic partial meniscectomy inpatients aged over 50. J Bone Joint Surg (Br) 1986; 68: 707-8.

  2. Hoogland Th, Rooy K de. Meniscectomie bij patiëntenouder dan 65 jaar. Ned TijdschrGeneeskd 1987; 131: 1063.

  3. Bots RAA. Artroscopie van het kniegewricht.Ned Tijdschr Geneeskd 1975; 119:1938-42.

  4. Paré DM, Haas-Nagler M de, Peters VeluthamaningalB. Meniscectomie per artroscoop. NedTijdschr Geneeskd 1986; 130: 921-4.

Auteursinformatie

Streekziekenhuis Midden-Twente, afd. Orthopedie, Postbus 546, 7550 AM Hengelo.

D.M.Paré, orthopedisch chirurg; H.A.Schuppers, destijds co-assistent.

Westfries Gasthuis, locatie St. Jans Gasthuis, afd. Orthopedie, Hoorn.

Q.F.Tetteroo, orthopedisch chirurg.

Ziekenhuis De Weezenlanden, afd. Orthopedie, Zwolle.

Dr.R.A.A.Bots, orthopedisch chirurg.

Contact D.M.Paré

Gerelateerde artikelen

Reacties