Paraneoplastische verschijnselen bij 3 patiënten met een niercelcarcinoom

Klinische praktijk
Abstract
M.G. Steffens
P.H.M. de Mulder
P.F.A. Mulders
Leestijd
12 minuten
Citeren

Artikel

Inleiding

Het niercelcarcinoom is in frequentie de 10e maligniteit en is daarmee een relatief zeldzame aandoening. Het is wel de meest voorkomende nierceltumor bij volwassenen. De man-vrouwratio is grofweg 2:1 en de ziektegerelateerde sterfte in Nederland bedraagt ongeveer 800 patiënten per jaar.1 Patiënten met een niercelcarcinoom blijven vaak gedurende…

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum St Radboud, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen.

Afd. Urologie: hr.dr.M.G.Steffens, assistent-geneeskundige; hr.dr.P.F.A. Mulders, uroloog.

Afd. Medische Oncologie: hr.prof.dr.P.H.M.de Mulder, medisch oncoloog.

Contact hr.dr.M.G.Steffens (mgsteffens@chello.nl)

Reacties

Zeist, maart 2004,

Terecht schrijven Steffens et al. (2004:487-92) onder ‘Ziektegeschiedenissen’: ‘Aanvullend onderzoek met CT van thorax en abdomen liet een ruimte-innemend proces van de bovenpool van de linker nier zien, alsmede meerdere “op metastasen wijzende afwijkingen in beide longen”.’ Het dient de duidelijkheid indien ook verder consequent, bijvoorbeeld onder de figuren b, c en d, van ‘op metastasen wijzende afwijkingen in beide longen’ wordt gesproken in plaats van over ‘longmetastasen’. Immers, er wordt niet gerept over cytologisch onderzoek (van pleuravocht) of histologisch onderzoek (is er obductie gedaan?).

Verder merk ik op dat, indien van ‘anemie’ wordt gesproken in een wetenschappelijk tijdschrift, het mij van belang lijkt die anemie tenminste nader te definiëren. Wat waren de getallen voor hematocriet, ‘mean corpuscular hemoglobin’ (MCH) en ‘mean corpuscular volume’ (MCV)? Is er onderzoek gedaan naar ferritine? Is hemolyse uitgesloten? Bij dergelijke interessante casuïstiek zou het een welkome aanvulling betekenen om ‘anemie’, nu met uitsluitend vermelding van het Hb, nader in te vullen. Tevens vraag ik mij af of een verhoging van de erytropoëtineconcentratie niet eerder een reactie op dan oorzaak van de ‘anemie’ geweest zou kunnen zijn.

Tenslotte vroeg ik mij af om wat voor persoonlijkheden of mensen met welk copinggedrag het in deze casuïstiek ging en of het psychisch functioneren mogelijk tevens een rol heeft gespeeld in de ‘spontane regressie’. Ik maak u gaarne opmerkzaam op het lezenswaardige boek van J.N.Schilder, Spontane regressie van kanker (ISBN: 90-5170-404-6). ‘Spontane regressie van kanker’ wordt daarin gedefinieerd als ‘de volledige of gedeeltelijke verdwijning van een maligne neoplasma in de afwezigheid van elke behandeling of in de aanwezigheid van behandeling die niet geacht kan worden significante invloed te hebben op tumorgroei’.

G.J. Houwert

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026