Orgaanfunctiestoornissen op afstand: 'waar rook is, is vuur'

Klinische praktijk
Th.P.A. te Boekhorst
R.J.A. Goris
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1987;131:3-2

Dames en Heren,

Door de kunstmatige ondersteuning van de functie en het metabolisme van diverse orgaansystemen is de laatste jaren de sterfte van patiënten na een trauma en van geopereerde patiënten aanzienlijk gedaald. De resterende letaliteit is voornamelijk nog het gevolg van progressieve verslechtering van de functie van diverse orgaansystemen. Werden deze stoornissen vroeger steeds afzonderlijk beschreven, in de meer recente literatuur wordt steeds vaker gesproken van het ‘multiple organ failure’-(MOF-)syndroom,12 hetgeen erop wijst dat aan deze orgaanfunctiestoornissen een gemeenschappelijke oorzaak ten grondslag ligt. Soms echter kan één orgaanfunctiestoornis aanleiding geven tot het vinden van een ziekteproces elders in het lichaam, dan wel hieruit verklaard worden. De volgende vier ziektegeschiedenissen illustreren de diagnostische en therapeutische problemen bij orgaanfunctiestoornissen die een rookgordijn optrekken rond de eraan ten grondslag liggende aandoening.

Patiënt A, een 18-jarige jongen, werd op de fiets door een auto aangereden. Op de EHBO-afdeling van een ziekenhuis…

Auteursinformatie

Sint Radboudziekenhuis, afd. Algemene Heelkunde, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen.

Th.P.A.te Boekhorst, assistent-geneeskundige; prof.dr.R.J.A.Goris, chirurg.

Contact prof.dr.R.J.A.Goris

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

R.C.G.
Gallandat Huet

Paterswolde, januari 1987,

Met interesse heb ik de klinische les gelezen van de collegae Te Boekhorst en Goris over het ‘multiple organ failure’ (MOF)-syndroom en de daarmee samenhangende problematiek (1987;3-5). Mijn belangstelling werd gewekt door hun eerste ziektegeschiedenis, betreffende een voorheen gezonde 18-jarige jongeman, die onder meer een ernstige respiratoire insufficiëntie met ‘adult respiratory distress syndrome’ (ARDS) kreeg na een thoracaal-abdominaal letsel een week eerder (ISS-score > 66). De beloofde ‘diagnostische en therapeutische problemen bij orgaanfunctiestoornissen die een rookgordijn optrekken rond de eraan ten grondslag liggende aandoening’ werden mij evenwel na lezing van deze ziektegeschiedenis niet duidelijk. In de summiere weergave van de ziektegeschiedenis wordt gesproken over instabiele bloeddruk, ‘longfibrose’, ‘verslechtering van de pompfunctie van het hart’, ‘Patiënt werd icterisch’. Deze door geen nadere diagnostische gegevens gepreciseerde symptomen, worden gelardeerd met enkele aspecifieke laboratoriumuitslagen (trombo- en leukocytenaantal, ureum- en bilirubinegehalte).

Deze klinische les verliest door een op deze wijze gepresenteerde ziektegeschiedenis veel van haar betekenis. Is er geen nadere of andere diagnostiek (contaminatiestatus?) verricht van de genoemde organen, waardoor appreciatie ontstaat voor de therapeutische dilemma's? Door alleen een vage opsomming van verschijnselen te geven, wordt gesuggereerd dat bij deze patiënt met zijn dramatische ziektegeschiedenis te veel naar ‘orgaanfunctiestoornissen’ gekeken is, die verklaard werden uit een ziekteproces elders in het lichaam, en te weinig naar een orgaan-gerichte diagnostiek en behandeling, dit onverlet de huidige inzichten in de behandeling van MOF. Hebt u niet alleen vuur gezien, ook waar u alleen rook dacht te zien?

R.C.G. Gallandat Huet

Nijmegen, februari 1987,

De reactie van collega Gallandat Huet geeft precies aan hoezeer de afwezigheid van diagnostiek specifiek voor het MOF-syndroom, niet alleen het schrijven maar ook het lezen van een klinische les over dit ziektebeeld bemoeilijkt. Helaas laat de lengte die toegestaan is voor een klinische les, niet toe om elke ziektegeschiedenis volledig weer te geven. De keuze is dan: één uitvoerige ziektegeschiedenis, wat geschikt is voor casuïstiek, of meer ziektegeschiedenissen, wat de verschillende schakeringen van het beschreven ziektebeeld meer recht doet. Wij kozen voor het laatste. (Overigens werd de ziektegeschiedenis van de 18-jarige jongen met een ISS-score van 59 (niet > 66) in extenso elders gepubliceerd, met daarbij de gewenste ‘feiten’ over orgaanfuncties, bloedgaswaarden, beademingsdrukken, en bacteriologische status.)1

Tenslotte was het doel van deze klinische les, om de aandacht te vestigen op een gemeenschappelijke, aan de respectievelijke orgaanfunctiestoornissen ten grondslag liggende aandoening. Uiteraard vergt elke orgaanfunctiestoornis haar eigen therapie. Maar die orgaan-gerichte therapie heeft, evenmin als antibacteriële therapie, geleid tot enige verbetering in de overlevingskans van de patiënt met MOF. De sterfte is daarom nog steeds ongeveer 60% in alle publikaties over dit ziektebeeld. Voor beschouwingen over de ‘huidige inzichten in de behandeling van MOF’ hebben wij daarom in deze klinische les geen ruimte gebruikt.

R.J.A. Goris
Literatuur
  1. Goris RJA, Draaisma JMTh. Death after blunt injury. Injury 1982; 14: 7-11.