Op zoek naar een tweede mening

Perspectief
S. van de Lande
J.J.E. van Everdingen
L.J. Krol
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1993;137:1836-40

Inleiding

Twee weten meer dan één. Dit universele principe, waarop veel samenwerkingsverbanden zijn gebaseerd, is ook in het medische beroep terug te vinden. Door de snelle ontwikkelingen van de medische technologie in de laatste 50 jaar is de geneeskunde verrijkt met nieuwe specialismen, die steeds verder uit elkaar zijn komen te liggen. De mening dat iedere arts precies weet wat er met de patiënt aan de hand is en hoe deze het best behandeld kan worden, is achterhaald. Artsen zijn niet meer in staat hun hele vakgebied te overzien. Het merendeel van de huisartsen en specialisten is dan ook werkzaam in een groepspraktijk of maatschap waarbinnen de hiaten in kennis en vaardigheden door anderen worden opgevuld.

Ook de patiënt is de mening toegedaan dat de kennis van de geneeskunde niet meer door één persoon kan worden beheerst. Het vertrouwen in de arts is niet meer vanzelfsprekend. De patiënt is steeds…

Auteursinformatie

Academisch Medisch Centrum, afd. Medische Psychologie, Meibergdreef 15, 1105 AZ Amsterdam.

Mw.S.van de Lande; dr.J.J.E.van Everdingen, dermatoloog; prof.dr.L.J.Krol, kinderarts.

Contact mw.S.van de Lande

Jaarverbetering
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

A.P.M.
van Dam

Den Haag, september 1993,

Met belangstelling heb ik het stuk van Van de Lande et al. gelezen (1993;1836-40). Als medisch adviseur van ziektekostenverzekeraars in Den Haag word ik frequent geconfronteerd met aanvragen voor een tweede mening of tweede onderzoek.

De ziektekostenverzekeraars alhier hebben reeds in het voorjaar van 1990 een standpunt ingenomen ten aanzien van het fenomeen, onder meer naar aanleiding van het feit dat sinds januari van dat jaar de ‘second opinion’ werd opgenomen in het aanvullende verzekeringspakket. Gevreesd werd dat dit zou leiden tot een hausse van aanvragen die mogelijk slecht te sturen zou blijken te zijn.

Omdat in het algemeen – zo werd gedacht – een tweede mening gevraagd zou worden door de patiënt omdat overwegingen van onzekerheid, angst en een nog niet goed tot stand gekomen arts-patiëntrelatie een rol spelen, werd de volgende kaderafspraak gemaakt.

– Second opinion-aanvragen in verband met een patiënt voorgestelde ingrijpende operatie (bijvoorbeeld amputaties of uitgebreide oncologische chirurgie) worden altijd gehonoreerd.

– Second opinion-aanvragen die doen vermoeden dat sprake is van ‘medical shopping’ dan wel van een gestoorde arts-patiëntrelatie, worden niet gehonoreerd, maar wel wordt via bemiddeling geprobeerd een beter begrip tot stand te brengen.

– Second opinion-aanvragen door behandelend specialist danwel door de huisarts, worden in principe altijd gehonoreerd. Wel wordt dan geïnformeerd of het verzoek een louter medische achtergrond heeft of dat dit tot stand gekomen is onder druk van de patiënt.

– Ten slotte kan de medisch adviseur van verzekeraar zelf om een second opinion vragen indien polypragmasie wordt vermoed of gevreesd, of wanneer financiële aspecten aan de orde zijn.

Zoals de auteurs vermelden, zijn de Amerikaanse verzekeraars verder gevorderd in het hanteren van het second opinion-onderzoek, met als oogmerk kostenbesparing.

Drie jaar na datum kan worden gesteld dat de gevreesde hausse in aanvragen voor een second opinion is uitgebleven. Hoewel de patiënt in het algemeen hiervoor goed de weg weet, is het aantal second opinion-aanvragen vergeleken met de periode voor opname in het aanvullend verzekeringspakket ongeveer gelijk gebleven.

A.P.M. van Dam
S.
van de Lande

Amsterdam, oktober 1993,

Wij danken collega Van Dam voor zijn nuttige aanvulling op ons artikel. Blijkbaar hebben verschillende ziektekostenverzekeraars erover nagedacht hoe men het fenomeen ‘second opinion’ beheersbaar kan houden. Dit lijkt vooralsnog gelukt te zijn. Er wordt hierbij volgens vastgestelde criteria bekeken hoe een second opinion tot stand gekomen is. Zoals wij in ons artikel betoogden, zou het tevens interessant zijn om te achterhalen welke effecten een second opinion kan hebben op de besluitvorming van de patiënt.

S. van de Lande
J.J.E. van Everdingen
L.J. Krol