Onvrijwillige behandelingen thuis

Joost Zaat
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:C2934

4 van de 10 thuiswonende ouderen met cognitieve stoornissen krijgen een of andere vorm van onvrijwillige behandeling. Dat vonden Jan Hamers en collega’s (Universiteit Maastricht) in een enquête onder 30 dementie-casemanagers in Zuid-Nederland (J Am Geriatr Soc. 2016;64:354-8).

De casemanagers gingen bij al hun patiënten na of er sprake was van dwang in de vorm van psychotrope medicatie, fysieke beperkingen zoals achterover gekantelde stoelen of rolstoelen met een gefixeerd blad, of andere vormen zoals het toedienen van medicatie verstopt in eten. Van de 827 patiënten kregen er 321 een of andere onvrijwillige behandeling. Meestal ging het om 1 dwangbehandeling maar bij 1 patiënt waren zelfs 10 dwangbehandelingen ingezet. Het ging meestal om onvrijwillige zorg (79%; bijvoorbeeld verstopte medicijnen, wassen onder dwang) en psychotrope medicatie (41%). Slechts 4 patiënten werden elektronisch bewaakt (1%). In drie kwart van de gevallen was het de familie die om maatregelen vroeg en de familie voerde de maatregelen ook uit (72%). Huisartsen initieerden bij een vijfde van de patiënten de dwangmaatregel. Een hoge belasting voor de mantelzorger, sterke ADL-afhankelijkheid, alleen wonen, cognitieve status en de diagnose ‘dementie’ leidden vaker tot dwangmaatregelen.

Dwangmaatregelen zijn niet altijd slecht volgens de onderzoekers. ‘Het uitschakelen van het gas in de oven is ook een veiligheidsmaatregel, maar dit soort uitzonderingen legitimeert nog niet de toepassing van dwang op grote groepen patiënten met cognitieve problemen.’

Reacties