Onttrekkingsverschijnselen na staken serotonine-heropnameremmers

Onderzoek
P.M.J. Haffmans
W.A. Schuitemaker
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:1108-9
Download PDF

Van de tricyclische antidepressiva is bekend dat bij staken ervan onttrekkingsverschijnselen kunnen optreden. Ook bij de serotonine-heropnameremmers (SRI's) worden in de literatuur onttrekkingsverschijnselen gemeld.

Zajecka et al. inventariseerden 24 casuïstische mededelingen en 9 klinische onderzoeken met controlegroepen, alsmede 3 mededelingen betreffende SRI-onttrekking bij pasgeborenen.1 Zij concluderen dat de onttrekkingssymptomen na staken van SRI's en tricyclische antidepressiva vergelijkbaar zijn. Bij staken van paroxetine, fluvoxamine en venlafaxine worden na staken vaker en per patiënt meer onttrekkingsverschijnselen gerapporteerd vergeleken met fluoxetine en sertraline. Goede vergelijkende onderzoeken zijn nog niet gepubliceerd. Het ontstaan, de duur, de frequentie en de intensiteit van de onttrekkingsverschijnselen zijn afhankelijk van het farmacokinetisch en farmacologisch profiel. Een korte halveringstijd geeft meer kans op onttrekkingsverschijnselen.

Als hypothetische oorzaak van het SRI-onttrekkingssyndroom wordt gedacht aan een combinatie van eerst desensitisatie van postsynaptische serotonine- en noradrenalinereceptoren door het langdurig SRI-gebruik en daarna bij staken van de SRI een plotselinge toename van de serotonineheropname met als gevolg depletie van serotonine in de synaps. Onttrekkingsverschijnselen zouden direct door een relatief tekort aan serotonine ontstaan en (of) door beïnvloeding van andere neurotransmittersystemen.

Onttrekkingsverschijnselen kunnen optreden na het staken van de behandeling, maar ook bij het overschakelen op een ander antidepressivum of bij onvoldoende therapietrouw tijdens de behandeling. Deze verschijnselen kunnen verschillend van aard zijn, te weten terugval of verergering van depressieve symptomen en (of) bijwerkingen. Bij overschakelen kunnen deze symptomen bijwerkingen zijn van het nieuwe antidepressivum of het gevolg zijn van interacties of berusten op onttrekkingsverschijnselen van het ‘oude’ antidepressivum.

De auteurs stellen voor om een antidepressivum-onttrekkingssyndroom te definiëren als een cluster van somatische en psychische symptomen die optreden na het staken van een SRI en niet toe te schrijven zijn aan andere oorzaken (andere medicijnen, ziekte et cetera). Het cluster van symptomen omvat duizeligheid, licht gevoel in het hoofd, insomnia, moeheid, angst, agitatie, misselijkheid, hoofdpijn en gevoelsstoornissen (minder frequent zijn hypomanie, stemmingsdaling, agressie en suïcidaliteit). Het syndroom kan tot 3 weken duren en kan worden tegengegaan door opnieuw te starten met het antidepressivum of te beginnen met een antidepressivum met eenzelfde farmacologisch profiel, om vervolgens langzamer en voorzichter af te bouwen. Abrupt staken geeft meer kans op het optreden van ontrekkingsverschijnselen dan langzaam uitsluipen.

Literatuur
  1. Zajecka J, Tracy KA, Mitchell S. Discontinuation symptomsafter treatment with serotonin reuptake inhibitors: a literature review. JClin Psychiatr 1997;58:291-7.

Gerelateerde artikelen

Reacties