Onsje meer ook oké?

Marcel Olde Rikkert
Marcel Olde Rikkert
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:B1792

Het coverartikel presenteert de laatste snufjes op het gebied van toxicologische urinescreening (D5172). Ongewild heeft het enige verwantschap met het aloude ‘piskijken’. We weten immers allang dat er veel zinnige informatie te persen is uit urineonderzoek. Talloze schilderijen getuigen van de dokter die geleerd naar het opgeheven urineglas kijkt. Het laat zich raden dat de praktijkvariatie in dat urineonderzoek groot was. Maar onze auteurs waarschuwen dat die variatie nog steeds groot is. Misschien wel even groot, al ontbreken maat en getal.

‘De zorg wordt niet automatisch beter van minder praktijkvariatie’

Die praktijkvariatiegetallen worden wel geleverd in het artikel over tweedelijns dementiediagnostiek (D5315). Medisch specialisten gebruiken neuropsychologisch onderzoek, MRI-scans en liquoronderzoek van sporadisch tot vrijwel altijd. Spannend aan die lijstjes is om te kijken waar je zelf zit. Maar wat betekent grote praktijkvariatie eigenlijk? Is het goed of slecht?

Op weg naar persoonsgerichte zorg is dat geen simpele vraag. Persoonsgerichte diagnostiek vraagt grote praktijkvariatie in dementiediagnostiek. Het moet aansluiten bij de individuele wensen, leeftijd, symptomen, andere ziektelast et cetera. En zo mogelijk volgt een behandeling die er naadloos op aansluit. Dat is optimale zorg. Tobias Polak beschrijft hoe dat kan leiden tot ultrapersoonsgerichte behandeling-op-doktersverklaring met niet-geregistreerde geneesmiddelen (D5168). Dat levert echter praktijkvariatie in het kwadraat. En Jamilah Sherally gooit daar met haar Kamp-Moria-column nog een grote schep bovenop (B1789).

We moeten dus afscheid nemen van de klassieke stelling dat de zorg automatisch beter wordt als je praktijkvariatie verkleint. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving helpt ons naar een gevarieerder uitgangspunt in zijn rapport ‘Hoor mij nou!’ Naarmate de zorgvraag complexer wordt, hebben we meer informatiebronnen nodig. Cijfers en patiëntverhalen vullen elkaar dan aan. Voor dementie – met vragen op psychisch, sociaal en lichamelijk gebied – geldt dat zeker. Complexe zorgpraktijk kun je pas verbeteren wanneer je deze gecombineerde gegevens leert begrijpen, de zorg ermee probeert te verbeteren en volgt of dat lukt. Gelukkig mag het bij simpele zorg ook simpeler. Zoals de piskijker die op de proef werd gesteld om een diagnose te stellen op basis van paardenurine. Zijn advies was de patiënt meer haver te geven. Hij mag blijven. Petje af voor zulke praktijkvariatie!

Auteursinformatie

m.olderikkert@ntvg.nl

Contact (m.olderikkert@ntvg.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties