Nitraat: effecten en normen voor de mens

Klinische praktijk
G.F. van Went-de Vries
G.J.A. Speijers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1989;133:1015-20
Download PDF

Inleiding

Nitraat behoort – gedeeltelijk ongewild – tot ons standaardvoedingspakket. In een aantal gevallen waarbij het gaat om een aanzienlijke nitraatopname, zou dit kunnen leiden tot gezondheidskundige problemen.

De nitraatproblematiek is uitvoerig besproken in nationale en internationale publikaties.1-6 Reeds in 1890 zijn door Mayo bij koeien vergiftigingen door nitraatopname beschreven. Naar we nu weten zijn koeien – door hoge omzetting van nitraat in nitriet in de pens – zeer gevoelig voor nitraat. Nitraat en nitriet worden als conserveringsmiddel toegevoegd aan onder andere vleeswaar ter voorkoming van botulisme bij de mens. De ADI (‘Acceptable Daily Intake’) bij toepassing als voedseladditief is voor de mens door de WHO in 1974 vastgesteld op 5 mg NaNO3 per kg lichaamsgewicht. Hierbij is geen rekening gehouden met de in vivo-omzetting in nitriet en N-nitrosaminen. Volwassen mensen nemen nitraat echter voornamelijk door het eten van groenten op. De soms hoge nitraatgehalten in een aantal groenten zijn voor een belangrijk deel afkomstig van een jarenlange sterke stifstofbemesting van de grond met natuurlijke mest of kunstmest. Een andere bron van nitraat kan drinkwater zijn; dit geldt alleen voor drinkwater met een hoog nitraatgehalte. Deze situatie komt in Nederland echter vrijwel niet voor: in 1986 was bij 1 van de 255 drinkwaterpompstations het nitraatgehalte hoger dan de EEG-norm van 50 mg NO3- per liter.12 Het is echter wel zo dat de nitraatconcentratie in grondwater – en daarmee in drinkwater – langzaam toeneemt. N-nitrosaminen kunnen (behalve in het lichaam, waar ze kunnen worden gevormd) in zeer kleine hoeveelheden (microgrammen per kilogram) voorkomen in voedingsmiddelen, rubber en geneesmiddelen. Hogere gehalten kunnen worden aangetroffen in cosmetica en snij-oliën (als nitrosodiethanolamine) en in tabaksoorten en tabaksrook.

Vóór 1980 leverde in Nederland bier de belangrijkste bijdrage aan vluchtige N-nitrosaminen in de voeding. Door wijzigingen in het eestproces – het mout komt niet meer in contact met stikstofoxiden bevattende verbrandingsgassen – is dit sterk verminderd. Een overzicht van de humane blootstellingsmogelijkheden is gegeven in figuur 1.

Metabolisme van nitraat en nitriet

Het via de voeding opgenomen nitraat kan, na primaire absorptie vanuit het bovenste gedeelte van de dunne darm, reeds binnen 1-3 uur worden aangetroffen in speeksel, bloed en urine. Vanuit het bloed wordt nitraat bij de mens, via een actief transportmechanisme, uitgescheiden in de speekselklieren. Hierin komt ongeveer 25 van het opgenomen nitraat terecht. Van dit nitraat uit speeksel wordt circa 20 door bacteriën in de mondholte gereduceerd tot nitriet, hetgeen neerkomt op ongeveer 5 conversie van nitraat naar nitriet. De nitrietconcentratie in speeksel blijkt direct afhankelijk te zijn van de hoeveelheid ingenomen nitraat.78 Wanneer sterke reductie van nitraat tot nitriet plaatsvindt vóór de normaal snel verlopende eliminatie van nitraat ontstaat vergiftiging.

Absorptie van nitraat vanuit de maag vindt bij de mens niet plaats. Nitraat-reductie in de maag komt bij volwassenen die een lage pH in maagsap in nuchtere toestand hebben, niet voor doordat de bacteriële groei zeer gering is. Deze reductie kan wel plaatsvinden bij volwassenen met maaglaesies of -ziekten (a- of hypochloorhydrie), zuigelingen tot 3 maanden die flesvoeding krijgen, en bij koeien door de hoge omzetting van nitraat in de pens. Door nitrosering uit nitriet en nitroseerbare verbindingen kunnen in de maag ook N-nitrosaminen worden gevormd.24

Nitraat wordt in koemelk en humane melk gevonden in concentraties die niet boven de waarden van plasmanitraat liggen. Van een actieve secretie in melk is dus geen sprake.9 Het in het lichaam uit andere stikstofbronnen (arginine) gesynthetiseerde nitraat komt ook in het bloed terecht.10 Binnen 24 uur wordt 65-90 van het opgenomen nitraat via de urine uitgescheiden.11 Nitraat is op zichzelf weinig toxisch. De toxiciteit berust voornamelijk op de conversie tot nitriet en N-nitrosaminen.

Nitriet kan reageren met de maaginhoud; bij een pH die hoger dan 5 is, kan het gereduceerd worden door de microflora in de maag. Het kan ook direct in het bloed geabsorbeerd worden. Nitriet dat in bloed komt, reageert met hemoglobine waardoor methemoglobine ontstaat of wordt geoxideerd tot nitraat.12 Nitriet wordt voor een zeer klein gedeelte via de urine uitgescheiden. Zoals uit experimenten met ratten en cavia's blijkt, kan nitriet de placenta passeren, waardoor methemoglobinemie bij de foetus kan ontstaan. Acute effecten van nitriet zijn vasodilatatie, verlaging van de bloeddruk, afname van het vitamine A-gehalte in de lever en functiestoornissen in de schildklier; bij onderzoek op middellange termijn werd hypertrofie van de zona glomerulosa in de bijnier waargenomen.113

N-nitrosaminen kunnen als zodanig worden opgenomen of endogeen worden gevormd. Onder bepaalde omstandigheden kan een mogelijke relatie tussen opname van nitraat en (of) N-nitrosaminen en het ontstaan van (maag)kanker van belang zijn, omdat van een aantal N-nitrosaminen namelijk bekend is dat zij carcinogeen zijn.

Methemoglobinevorming

Nitriet kan zowel bij dieren als bij de mens aanleiding geven tot de vorming van methemoglobine (methemoglobinemie), waardoor het zuurstoftransport via het bloed wordt bemoeilijkt.

Baby's tot 3 maanden zijn zeer gevoelig voor de door nitriet geïnduceerde methemoglobine-vorming. Bij deze groep is een aantal factoren aanwezig dat het risico vergroot van methemoglobinemie na relatief hoge nitraatinname: (a) de omstandigheden in het maagdarmkanaal blijken gunstig voor bacteriële omzetting van nitraat in nitriet wegens de geringe maagzuurproduktie, (b) het gemakkelijk in methemoglobine om te zetten foetale hemoglobine is op deze leeftijd in een hoog percentage aanwezig (± 80 direct na de geboorte), (c) specifieke enzymen die methemoglobine reduceren tot hemoglobine zijn tot dat moment deficiënt, (d) baby's eten per kg lichaamsgewicht driemaal zoveel en drinken tienmaal zoveel als volwassenen.414

Afhankelijk van het percentage methemoglobine treden min of meer ernstige vormen van zuurstoftekort op. Bij minder dan 10 spreekt men van een subklinische methemoglobinemie, bij 10 en hoger ziet men cyanose optreden, bij 20 verschijnselen van cerebrale anoxie, terwijl bij 60 en hoger coma en dood het gevolg zijn.

Methemoglobinemie kan in lichte gevallen behandeld worden door orale toediening van ascorbinezuur (vitamine C); bij ernstiger vormen door intraveneuze toediening van methylthioninium chloride (methyleenblauw).4

Toxiciteit van nitraat en nitriet bij de mens

Volwassenen

Uit onderzoek bij mensen blijkt dat gezonde personen doorgaans enige grammen nitraat zonder toxische verschijnselen kunnen verdragen. Bij 12 vrijwilligers die 9,5 gram natriumnitraat in 1 uur intraveneus kregen toegediend, werd geen toxiciteit waargenomen. Echter 2 van 12 andere personen die 7-10,5 gram ammoniumnitraat in één dosis oraal kregen toegediend, moesten braken of kregen diarree.1516

De letale dosis voor de volwassen mens ligt waarschijnlijk bij circa 20 gram NO3-, dit is ongeveer 330 mg NO3-kg lichaamsgewicht. De toxiciteit van nitraat bij de mens hangt echter af van de omzetting van nitraat in nitriet. Gegevens omtrent de niet-toxische doses van nitriet kunnen verkregen worden door onderzoek te doen bij personen die medicijnen gebruiken voor vasodilatatie; deze niet-toxische doses liggen tussen 0,5 en 5 mg NO2- per kg lichaamsgewicht.1 Door accidentele vergiftigingen via met nitriet gecontamineerd voedsel is bekend dat de orale letale dosering voor de mens varieert van 33-250 mg NO2- per kg lichaamsgewicht.1718

Zuigelingen

Bij zuigelingen tot 3 maanden kan de omzetting van nitraat in nitriet hoog zijn. Maag-darmstoornissen spelen hier een cruciale rol: er is bij deze groep een toegenomen reductie van nitraat in nitriet door bacteriële groei bij de hoge pH in de maag bij deze baby's. Orale toediening gedurende enige dagen van 50 of 100 mg NO3- per kg lichaamsgewicht aan gezonde baby's van 11 dagen tot 11 maanden leidde tot toegenomen methemoglobineconcentraties van 5,3-7,5, zonder cyanose. Bij 6-7 weken oude zuigelingen die juist herstellend waren van een voorafgaande methemoglobinemie werden na toedoening van 100 mg NO3- per kg lichaamsgewicht cyanose en methemoglobineconcentraties tot 11 gevonden.19

In een omvangrijk epidemiologisch onderzoek bij baby's in Israël bleek bij 2473 zuigelingen in Rehovot – waar het drinkwater gemiddeld 70 mg NO3- bevatte – geen verhoogd methemoglobinegehalte in bloed te ontstaan.20 Van deze kinderen werd slechts 6 gevoed met poedermelk. In de Gaza-strook, waar meer dan 50 van de zuigelingen poedermelk kreeg, bleek echter dat de concentraties van methemoglobine verhoogd waren wanneer de concentratie van NO3- in het drinkwater hoger dan de WHO-norm van 45 mg NO3- was. Dit waren weliswaar opmerkelijk verhoogde maar nog steeds vrij lage waarden (1,2- > 1,8); de gemiddelde controlewaarde lag bij 0,7. Bij 22 baby's die allen met poedermelk verdund met water van 82 mg NO3- per liter werden gevoed, evenals bij 104 gehospitaliseerde zuigelingen die flesvoeding kregen, die met het normale ziekenhuisdrinkwater met 108 mg NO3- per liter aangemaakt werd, was het methemoglobinegehalte in bloed eveneens duidelijk toegenomen (figuur 2).

Nitraat in voedsel

Voor baby's kan spinazie een bron van vergiftiging vormen zowel door onoordeelkundig bewaren (bacteriele omzetting van nitraat in nitriet in de spinazie en dus exogene opname van nitriet) alsook door nitraat-nitrietomzetting in de maag.21-23 Nitraat wordt door volwassenen voornamelijk via groenten opgenomen. Bij deze groep is het ontstaan van kleine hoeveelheden N-nitrosodimethyl- en N-nitrosodiëthylamine in de maag aangetoond na het eten van (nitraatrijke) sla en (aminenrijke) vis.24 Van belang is ook het eventuele risico van (maag)kanker bij nitraatopname of inname van vooraf gevormde N-nitrosaminen. In verschillende landen is een positieve relatie gevonden tussen hoge nitraatopname en maagkanker.1225 De aanwijzingen zijn echter hoogstens suggestief, terwijl bovendien de resultaten uit sommige onderzoekingen met elkaar in tegenspraak zijn. Veel studies tonen zelfs een negatieve correlatie. Een goede vitamine C-voorziening kan mogelijk van belang zijn bij het voorkómen van maagkanker.26

Patiënten met maaglaesies of -ziekten, vooral als het gaat om atrofische gastritis of pernicieuze anemie, en patiënten die cimetidine of antacida als medicijn gebruiken, vormen speciale risicogroepen waarbij een correlatie tussen nitraat- of nitrietopname en het vóórkomen van maagkanker niet uitgesloten kan worden. Dit blijkt onder andere uit een Chinees onderzoek waarbij een grote groep mensen met chronische maagklachten werd onderzocht, bij wie tevens een biopsie van de maagmucosa werd verricht. Hierbij bleek dat in streken waar meer maagkanker voorkwam dan elders, een verband bestond tussen het toegenomen aantal patiënten met atrofische gastritis, de verhoogde nitrietconcentratie in de maag en de hogere sterfte aan maagkanker.27

In epidemiologische onderzoekingen betreffende N-nitrosaminen is tot nu toe bij de mens alleen een verband gevonden tussen het vóórkomen van mondtumoren en ‘snuff dipping’ en pruimen van tabak, waarbij geen andere carcinogenen dan tabaksspecifieke nitrosaminen zijn aangetoond.1

Dagelijkse nitraatopname

In een onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) van duplicaatmaaltijden bij volwassenen bleek de gemiddelde dagelijkse nitraatopname in Nederland bij 110 mg (19761978) en 52 mg (19841985) nitraat te liggen.928 De uitkomsten van deze studie kwamen goed overeen met een door het CIVO uitgevoerd zogenaamd ‘market-basket’-onderzoek van een zo goed mogelijk, naar aanleiding van koopgewoonten gesimuleerd gemiddeld voedselpakket. Hierbij werd een gemiddelde nitraatopname van 98 mg gevonden.2930 Voor nitriet waren de waarden respectievelijk 2,8 mg en 6 mg NO2- per dag.

In de tabel is een aantal gemiddelde dagelijkse nitraat-en nitrietopnamen van verschillende groepen consumenten samengevat.

Nitraat in drinkwater

De opname van nitraat via drinkwater is uiteraard afhankelijk van het gehalte aan nitraat hierin. De EEG-norm voor drinkwater bedraagt 50 mg NO3- per liter, terwijl er een EEG-aanbevolen richtniveau voor (drink-en) grondwater is van 25 mg NO3- per liter. In Nederland vormt drinkwater voor volwassenen een geringe bijdrage aan de nitraatbelasting.

In omvangrijk epidemiologisch onderzoek van volwassenen in veel landen is geen relatie aangetoond tussen nitraatopname via drinkwater en het vóórkomen van maagkanker, ook niet in streken waar de WHO-norm voor drinkwater werd overschreden.331 Voor zuigelingen tot 3 maanden die flesvoeding krijgen, is drinkwater de voornaamste bron voor nitraat. Uit de studies van Gruner en Shuval blijkt dat deze baby's een risicogroep vormen: bij opname van drinkwater met 50 mg NO3- per liter is er ten opzichte van de dosering zonder effect vrijwel geen veiligheidsmarge.

Acute vergiftigingen zijn ontstaan door het drinken van bronwater met een hoog nitraatgehalte.432 Van alle gerapporteerde gevallen van methemoglobinemie bij baby's werd het merendeel aangetroffen in streken met een nitraatgehalte in drinkwater van 88,6 mg NO3- per liter en hoger.3 In Nederland zijn deze vergiftigingen de laatste 20 jaar sporadisch voorgekomen. Een kwantitatieve relatie met nitraatopname is moeilijk vanwege de zich soms tegelijkertijd voordoende maagdarminfecties bij baby's en door bacteriële verontreiniging van drinkwater, waardoor de reductie van nitraat tot nitriet, evenals de endogene synthese van nitraat beïnvloed kan worden.

(Moeder)melk bevat doorgaans – behalve na maaltijden van de moeder met een hoog nitraatgehalte – kleine hoeveelheden nitraat, zodat dit probleem bij borstvoeding niet speelt.

Nitraat-nitriet in beroepssituaties

Bij door hun beroep aan kunstmest blootgestelde arbeiders werden onderzoekingen naar maagkanker uitgevoerd. Tot nu toe is geen bewijs gevonden voor een verband met maagkanker.33 In een onderzoek bij metaalbewerkers die via nitriet- en aminenhoudende snij-oliën mogelijk exogeen aan N-nitrosaminen waren blootgesteld, is evenmin een relatie met maagkanker aangetoond.34

Veiligheidsmarges en gezondheidsaspecten

In het verleden is de beoordeling van het risico voor de gezondheid van de mens en de daaraan gekoppelde normstelling vooral gebaseerd op onderzoek van nitraat bij ratten. De rat is voor nitraatexperimenten een niet zo geschikt proefdier omdat nitraat-uitscheiding in de speekselklieren – waarschijnlijk door ontbreken van het actieve transportmechanisme – niet plaatsvindt. Het is daarom beter om de dosering zonder effect van nitraat voor de volwassen mens te berekenen uit die van nitriet bij de rat met behulp van het percentage waarin nitraat wordt omgezet tot nitriet bij de mens. Deze conversie van nitraat in nitriet bedraagt 5-6. Kwantitatieve gegevens hieromtrent bij jonge kinderen tot 3 maanden zijn er nauwelijks. Door een aantal auteurs wordt 80 omzetting aangegeven.17 De bijdrage van maag-darminfecties aan deze omzetting is aanzienlijk, de precieze omvang ervan is echter niet bekend. Tevens kan endogene synthese van nitraat plaatsvinden: in een onderzoek bij baby's met acute diarree blijkt dat de excretie van nitraat zelfs bij een lage nitraatopname relatief hoog kan zijn.35

Op basis van het toxicologisch onderzoek van nitriet over langere termijn door Shuval en Gruner blijkt dat de dosering zonder effect (‘no-toxic effect level’) voor nitriet 6,7 mg NO2- per kg lichaamsgewicht is.36 Aannemend dat 5 van het opgenomen nitraat in nitriet wordt omgezet, is de berekende dosering zonder effect voor nitraat bij volwassenen 6,7 x 6246 x 1005 = 180,6 mg NO3- per kg lichaamsgewicht per dag. (De factor 6246 dient ter compensatie van de omrekening van NO2- (molecuulgewicht 46) naar NO3- (molecuulgewicht 62).)

De gemiddelde dagelijkse inname van nitraat door volwassenen in Nederland blijkt 110 mg NO3- per dag (of lager, zie tabel) te zijn, hetgeen neerkomt op 1,83 mg NO3- per kg lichaamsgewicht per dag. Er is dus een veiligheidsmarge met een factor van bijna 100. Bij zuigelingen tot 3 maanden is door de hogere nitraat-nitrietconversie (80) een veel lagere dosering zonder effect aanwezig, namelijk 6,7 x 6246 x 10080 = 11,3 mg NO3- per kg lichaamsgewicht. Zoals we eerder zagen vormen bij deze groep vooral baby's die flesvoeding krijgen een risico. Bij hen geschiedt nitraatopname vrijwel uitsluitend door middel van drinkwater. Bij gebruik van drinkwater met een nitraatgehalte van de huidige EEG-norm (50 mg NO3- per liter) komt men op een nitraatopname van ongeveer 8,5 mg NO3- per kg lichaamsgewicht. In gevallen van extreme omzetting van nitraat in nitriet bij zuigelingen blijkt dat er nauwelijks gesproken kan worden van een veiligheidsmarge.137 De WHO adviseert overigens in streken waar het drinkwater de norm overschrij dt water met een laag nitraatgehalte te verstrekken voor flesvoeding.3

De hiervoor genoemde veiligheidsmarge voor volwassenen geldt voor de gemiddelde dagelijkse opname; deze marge kan echter geringer zijn voor bepaalde groepen van de bevolking als volkstuinders en vegetariërs, doordat hun consumptiegedrag leidt tot een hogere nitraatopname via groenten. Voorlichting van de overheid over voedingsgewoonten – vooral wat betreft consumptie van verse kasgroenten in de winter – kan tot een verlaagde nitraat-inname leiden. Voor zuigelingenvoeding zijn voor complete potjesvoeding reeds regelingen van kracht met betrekking tot het nitraatgehalte van te verwerken groenten.38

In de beschouwing over veiligheidsmarges is niet gesproken over de eventuele endogene vorming van N-nitrosaminen uit nitriet en de tegelijkertijd aanwezige nitroseerbare aminen. Sommige N-nitrosaminen zijn carcinogeen en het zou derhalve onjuist zijn te spreken van veiligheidsmarges voor deze groep van nitrosoverbindingen. Wel kan voor dergelijke carcinogene verbindingen een schatting voor een aanvaardbaar risico bij levenslange blootstelling worden gemaakt. Voor vluchtige N-nitrosaminen zijn echter nog te weinig kwantitatieve gegevens over de endogene vorming uit nitriet en eventueel aanwezige nitroseerbare aminen voorhanden. De in vivovorming van niet-vluchtige N-nitroso-verbindingen is door analytische problemen nog niet te kwantificeren. De beperkte gegevens kunnen alleen gebruikt worden voor een zogenaamde ‘worst case’-benadering, die bestaat uit een reeks van conservatieve aannamen. Uit deze risicoberekening wordt duidelijk dat er geen directe reden voor ongerustheid is, doch dat de huidige normen voor nitraat voorlopig gehandhaafd moeten blijven en zelfs in de toekomst niet is uit te sluiten dat deze omlaag zullen gaan wanneer verder onderzoek over de endogene vorming van vluchtige en niet-vluchtige nitroso-verbindingen daartoe aanleiding geeft.

Literatuur
  1. Duijvenboden W van, Matthijssen AJCM, eds. BasisdocumentNitraat. RIVM-Rapport nr. 758473007, 1987. Speijers GJA, Went GF van,Apeldoorn ME van, et al. Appendix Basisdocument Nitrate, Effects.

  2. Coördinatie Commissie voor de Metingen vanRadioactiviteit en Xenobiotische Stoffen: Evaluatie-rapport stikstof enstikstofverbindingen in milieu en voeding in Nederland. CCRXVROM,1988.

  3. World Health Organization. Health hazards from nitrates indrinking water. Copenhagen, 1985.

  4. National Academy of Sciences. The health effects ofnitrate, nitrite and N-nitroso compounds. Part 1 of a 2-part study by theCommittee on Nitrite and Alternative Curing Agents in Foods. Washington:National Academy Press, 1981.

  5. Steering Group on Food Surveillance. The working party onnitrate and related compounds in food: nitrate, nitrite and N-nitrosocompounds in food. Food Surveillance Paper nr. 20, 1987. London: Ministry ofAgriculture, Fisheries and Food.

  6. World Health Organization. Nitrates, nitrites andN-nitroso compounds. Environ Health Criteria nr. 5, 1977.

  7. Eisenbrand G, Spiegelhalder B, Preussmann R. Nitrate andnitrite in saliva. Oncology 1980; 37: 227-31.

  8. Stephany RW, Schuller PL. Daily dietary intakes ofnitrate, nitrite and volatile N-nitrosamines in the Netherlands using theduplicate portion sampling technique. Oncology 1980; 37: 203-10.

  9. Green LC, Tannenbaum SR, Fox JG. Nitrate in human andcanine milk. N Engl J Med 1982; 306: 1367-8.

  10. Wagner DA, Young VR, Tannenbaum SR, Schultz DS, Deen WM.Mammalian nitrate biochemistry: metabolism and endogenous synthesis. IARC SciPubl 1984; 57: 247-53.

  11. Bartholomew B, Hill MJ. The pharmacology of dietarynitrate and the origin of urinary nitrate. Food Chem Toxicol 1984; 22:789-95.

  12. Jaffé ER. Methaemoglobinaemia. Clin Haematol 1981;10: 99-122.

  13. Til HP, Falke HE, Kuper CF, Willems MI. Evaluation of theoral toxicity of potassium nitrite in a 13-week drinking-water study in rats.Food Chem Toxicol 1988; 26: 851-9.

  14. Ellen G, Schuller PL. Nitrate, origin of continuousanxiety. In: Preussmann R, ed. Das Nitrosamin Problem. Weinheim: DeutscheForschungsgemeinschaft, Verlag Chemie GmbH, 1983: 97-134.

  15. Ellen G, Schuller PL, Bruijns E, Froeling PGAM,Baadenhuijsen H. Volatile N-nitrosamines, nitrate and nitrite in urine andsaliva of healthy volunteers after administration of large amounts ofnitrate. IARC Sci Publ 1982; 41: 365-78.

  16. Ellen G, Schuller PL, Froeling PGAM, Bruijns E. Novolatile nitrosamines detected in blood and urine from patients ingestingdaily large amounts of ammonium nitrate. Food Chem Toxicol 1982; 20:879-82.

  17. Corré WJ, Breimer T. Nitrate and nitrite invegetables. Wageningen, 1979.

  18. Brink WAG ten, Wiezer JHA, Luijpen AFMG, Heijst ANP van,Pikaar SA, Seldenrijk R. Nitrate poisoning caused by food contaminated withcooling fluid. J Toxicol Clin Toxicol 1982; 19: 139-47.

  19. Cornblatt M. Hartmann AF. Methaemoglobinaemia in younginfants. J Pediatr 1948; 33: 421-5.

  20. Grüner N, Shuval HI. Evaluation of the healtheffects of nitrates in water. International Symposium – Environment andHealth. Paris: CECEPAWHO, 1974.

  21. Hack WWM, Douwes AC, Veerman AJP. Spinazie: bron vannitrietvergiftiging bij jonge kinderen.Ned Tijdschr Geneeskd 1983; 127:1428-31.

  22. Kamsteeg J. Babyvoeding en reclame. Verse spinazie alsbabyvoeding ‘nitraatzaam’. Med Contact 1982; 37:1238-9.

  23. Swaak AJ. Babyvoeding en reclame. Nutricia en hetspinaziegevaar. Med Contact 1982; 37: 900 en 1239.

  24. Groenen PJ. Vorming van nitriet en nitrosaminen in hetmenselijk lichaam. De invloed van nitraatrijke voedingsmiddelen endrinkwater. Ned Tijdschr Diëtisten 1986; 41: 124-7.

  25. Hartmann PE. Review: putative mutagens and carcinogens infoods. I. Nitratenitrite ingestion and gastric cancer mortality. EnvironMutagen 1983; 5: 111-21.

  26. Forman D, Al-Dabbagh S. Doll R. Nitrates, nitrites andgastric cancer in Great Britain. Nature 1985; 313: 620-5.

  27. Ru-fu Z, He-ling S, Mao-lin J, Song-nian L. Acomprehensive survey of etiologic factors of stomach cancer in China. ChinMed J 1984; 97: 322-32.

  28. Ellen G, Egmond E, Sahertian ETh. Dagelijkse opneming vannitraat, nitriet en vluchtige N-nitrosaminen, bepaald via analyse vanduplicaat 24-uurs voedingen, bemonsterd in 19841985. RIVM Rapport nr.388474009, 1988.

  29. Dokkum W van, Vos RH de, Cloughley A, Hulshof KFAM, DukelF, Wijsman JA. Food additives and food components in total diets in theNetherlands. Br J Nutr 1982; 48: 223-31.

  30. Vos RH de, Dokkum W van, Dukel F, Meester J, Mulders EJ.Onderzoek van additieven. chemische contaminanten en nutriënten intotale dagvoedingen, 1984-1986. Deel 7: additieven, nitraat, mycotoxinen.CIVO rapport nr. A 87.292370537, 1987.

  31. Fan AM, Willhite CC, Book SA. Evaluation of the nitratedrinking water standard with reference to infant methemoglobinemia andpotential reproductive toxicity. Regul Toxicol Pharmacol 1987; 7:135-48.

  32. Comly HH. Cyanosis in infants caused by nitrates in wellwater. JAMA 1945; 129: 112-6 en 1987; 257: 2788-92.

  33. Al-Dabbagh S, Forman D. Bryson D, Stratton I, Doll R.Mortality of nitrate fertiliser workers. Br J Ind Med 1986; 43:507-15.

  34. Järvholm B, Lavenius B, Sällsten G. Cancermorbidity in workers exposed to cutting fluids containing nitrites andamines. Br J Ind Med 1986; 43: 563-5.

  35. Hegesh E, Sliloah J. Blood nitrates and infantilemethemoglobinemia. Clin Chim Acta 1982; 125: 107-15.

  36. Shuval HI, Grüner N. Epidemiological andtoxicological aspects of nitrates and nitrites in the environment. Am JPublic Health 1972; 62: 1045-52.

  37. Went GF van. Betekenis van toxicologische effecten vannitraat, nitriet en nitrosaminen in relatie tot de normstelling voor nitraat.Workshop LAC Werkgroep Nitraat in Voedingsgewassen. Rapport LAC nr. 88-1,Ministerie van Landbouw en Visserij, 1988.

  38. Mathot PJ. Notitie nitraat in zuigelingenvoeding,1987.

Auteursinformatie

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Postbus 1, 3720 BA Bilthoven.

Adviescentrum Toxicologie: mw.G.F.van Went-de Vries, toxicoloog.

Laboratorium voor Toxicologie: dr.G.J.A.Speijers, toxicoloog.

Contact mw.G.F.van Went-de Vries

Gerelateerde artikelen

Reacties