Telemonitoring helpt niet bij hartfalen

Telemonitoring helpt niet bij hartfalen
Open

Nieuws
09-12-2010
Esther van Osselen

Geen betere overleving, niet minder ziekenhuisopnamen, niet minder ligdagen. Dat is kort gezegd de uitkomst van een grote multicentrische trial naar de effectiviteit van een telemonitoringsysteem voor patiënten met hartfalen.

De teleurgestelde onderzoekers van de Yale-universiteit publiceerden hun uitkomsten in NEJM (2010; doi:10.1056/NEJMoa1010029). Er was zelfs geen subgroep aan te wijzen waarvoor de interventie wél effect had, verzuchten de auteurs. Zij waarschuwen tegen grootschalige invoering van nieuwe ziekte-managementsystemen zonder rigoureus en onafhankelijk onderzoek vooraf.

Eerder rapporteerde de wetenschappers van Yale een reductie van het aantal heropnamen met 44% na implementatie van een zelf ontworpen telemonitoringsysteem met een enthousiaste verpleegkundige case-manager in hun eigen ziekenhuis. Het werkzame bestanddeel van die interventie zal dus iets anders zijn geweest dan puur en alleen het inzetten van techniek om patiënten met hartfalen thuis te volgen.

Voor de trial gebruikten de onderzoekers een vaak toegepast commercieel telemonitoringsysteem van Pharos Innovations. Ruim 1600 patiënten werden gerandomiseerd, de helft in de interventiegroep. Deze patiënten moesten dagelijks telefonisch contact opnemen met de computer van hun behandelkliniek. Via een voice-responssysteem beantwoordden zij vragen over hun gezondheid. Dagelijks werden de antwoorden uitgelezen in de kliniek, zodat artsen konden reageren op veranderingen of afwijkingen.

De trouw van artsen en patiënten was matig. Van de patiënten die lootten voor telemonitoring, had 14% na 6 maanden het systeem niet één keer gebruikt. En dat ondanks alle ondersteunende maatregelen, herinneringstelefoontjes, uitgereikte weegschalen en telefoons. Aan het einde van de trial belde nog maar 55% tenminste 3 maal per week in. Ook artsen hielden zich niet altijd aan alle afspraken, bijvoorbeeld door niet expliciet te reageren op signalen uit het systeem. Mogelijk speelt het afstandelijke voice-responsesysteem een rol bij de mislukking. Blijft het toch mensenwerk.

(Bijdrage: Esther van Osselen.)