<i>Campylobacter</i> komt vaker voor dan gedacht

<i>Campylobacter</i> komt vaker voor dan gedacht
Open

Nieuws
25-11-2010
Esther van Osselen

Bijna iedereen in Nederland is tegen zijn of haar 20ste verjaardag meerdere malen met Campylobacter in aanraking geweest. Vanaf de geboorte neemt de prevalentie van IgG-antilichamen tegen de bacterie toe met circa 5% per jaar. Dat blijkt uit sero-epidemiologisch onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en het RIVM (Epidemiol Infect. 2010; doi:10.1017/S0950268810002359).

Het onderzoek maakt duidelijk dat verreweg de meeste infecties zonder of met milde symptomen verlopen. En dat terwijl Campylobacter jejuni een belangrijke veroorzaker is van gastro-enteritis, die vooral bij kleine kinderen gepaard kan gaan met bloederige diarree. Bovendien kunnen gevreesde complicaties optreden, zoals het guillain-barrésyndroom en reactieve artritis. Kippenvlees is een beruchte besmettingsbron.

Het aantal symptomatische infecties is duidelijk kleiner dan het aantal blootstellingen. Eerder onderzoek naar veroorzakers van gastro-enteritis in de algemene bevolking leverde een jaarlijkse incidentie op van 75.000 gevallen in Nederland: één per 200 persoonsjaren (Am J Epidemiol. 2001;154:666–74).

Voor het recente sero-epidemiologische onderzoek haalden Ang et al. 456 sera uit de PIENTER-serumcollectie, die representatief is voor de Nederlandse bevolking. Voor elke geslacht en iedere leeftijdsgroep, variërend van zuigelingen tot 70-79-jarigen, werd de prevalentie van IgA, IgM en IgG-antistoffen tegen thermofiele Campylobacter-soorten onderzocht met ELISA. Kruisreactiviteit met onschuldiger campylobacters, Helicobacter pylori en Legionella trad niet op.

Waarschijnlijk ligt het aantal besmettingen nog boven de gevonden 5% per jaar. De halfwaardetijd van anti-Campylobacter-IgG ligt volgens de onderzoekers rond de 2 jaar. Het is dus onwaarschijnlijk dat één infectie levenslange bescherming biedt. In de leeftijdsgroepen onder de 25 jaar werd een hogere IgG-titer gevonden bij mensen die in de stad leven dan bij plattelanders. Waarschijnlijk is de infectiedruk in de stad dus hoger.

(Bijdrage: Esther van Osselen.)